Reportage

Hindoe Jog Das Bheel (79) kan eindelijk Indiër worden – hij wél

‘Modi-Shah-wet’ Overal in India zijn felle protesten tegen een nieuwe burgerschapswet, die oude religieuze wonden open rijt. Maar in de nederzettingen met Pakistaanse migranten in Jodhpur wordt de wet juist gevierd.

Jog Das Bheel is geboren als Indiër, werd na 1947 Pakistaan en kan nu weer Indiër worden.
Jog Das Bheel is geboren als Indiër, werd na 1947 Pakistaan en kan nu weer Indiër worden. Eva Oude Elferink

De datum dat Jog Das Bheel (79) voor het eerst een stap in onafhankelijk India zette, rolt uit zijn mond alsof het gisteren was: 21 maart 2001. Niet per se omdat Bheel daar zo’n emotionele waarde aan hecht. De reden is vooral bureaucratisch. Papieren, stempels, om de zoveel tijd een nieuw visum. Geërgerd: „Ze noemen mij nog steeds een Pakistaan.”

Lees ook: Traangas op de campus: protest tegen burgerschapswet verhardt

De geschiedenis heeft het leven van de oude Bheel, een man met hagelwit haar en wenkbrauwen waarachter zijn ogen verdwijnen, knap ingewikkeld gemaakt. Toen hij werd geboren, vertelt hij, was er niet zoiets als India én Pakistan. „Je ging zo van daar naar daar.” Zo ook zijn ouders, arme hindoes die werkten op het land van anderen.

En toen was er in 1947 ineens een grens. De Bheels woonden niet meer in Brits-India maar in het islamitische Pakistan en Jog Das Bheel werd op papier een Pakistaan. Maar, zegt hij met een stem die raspt door de jaren, „ik ben híer geboren. Ik ben een Indiër.”

Hindoeland

Na bijna negentien jaar hoeft Bheel waarschijnlijk niet lang meer te wachten tot die ‘fout’ is hersteld. Daar heeft hij de hindoenationalistische regering van premier Narendra Modi voor te danken. Die sleepte vorige week een omstreden wetswijziging door het Hogerhuis die de regels versoepelt voor migranten uit Pakistan, Afghanistan en Bangladesh.

De catch: de nieuwe wet maakt onderscheid op basis van religie. Moslims zijn de enige religieuze groep die niet in aanmerking komt.

Sindsdien hebben felle protesten tegen de wet zich over het land verspreid. Tegenstanders zien de wet als een opstap om van India een hindoeland te maken, tegen de seculiere idealen van grondleggers Gandhi en Jawaharlal Nehru in.

Maar de Modi-regering ziet dat anders. Luister naar de woorden van Amit Shah, als minister van Binnenlandse Zaken de architect van deze wet. Als Nehru in 1947 het land niet had laten opdelen op basis van religie, dan was deze wet helemaal niet nodig geweest, beet hij oppositieleden onlangs toe.

Het is een populair argument onder nationalistische hindoes. Dat de toenmalige premier er alles aan deed een opdeling in twee staten te voorkomen, doet er niet toe. Het gebeurde, klaar. En die „historische fout” moet worden hersteld.

De wet heeft zo de herinnering aan een van de meest traumatische gebeurtenissen op het Indiase subcontinent weer wakker gemaakt. Meer dan veertien miljoen mensen raakten op drift toen het land in tweeën scheurde, met moslims die naar Pakistan vluchtten en hindoes naar India. Het bloedige geweld waarmee dit gepaard ging, kostte meer dan twee miljoen levens.

Geboortegrond

Maar niet alle moslims vertrokken uit India, net zoals ook miljoenen hindoes achterbleven in wat toen ineens Pakistan was. „Mensen wilden hun geboortegrond niet zomaar achterlaten”, zegt activist Hindu Singh Sodha (64). Voor zijn familie was dat de Thar-woestijn, die nu als een natuurlijke grens tussen de twee landen loopt.

Twee oorlogen tussen India en Pakistan, in 1965 en in 1971, brachten daar volgens Sodha verandering in. „Het wakkerde een gevoel van nationalisme aan. Dít is Pakistan, dát is India. Het werd een narratief van vijanden.” Zowel de moslims in India als de hindoes in Pakistan voelden daar de weerslag van. Die laatsten pakten alsnog hun spullen.

Tienduizenden hindoefamilies staken in die tijd de grens over en ook daarna bleven zij naar India komen. Reisde Sodha’s familie in 1971 nog te kameel en te paard, de oude Jog Das Bheel pakte dertig jaar later met zijn gezin ‘gewoon’ de trein. In hun tassen een stapeltje Pakistaanse paspoorten en een pelgrimsvisum voor de heilige stad Haridwar.

Daar ging het Bheel natuurlijk niet om. Maar een pelgrimsvisum is makkelijker te krijgen. Het gezin kwam terecht in Bheel Basti, een nederzetting van Pakistaanse hindoes die is opgetrokken uit vaalrood zandsteen aan de rand van de Noord-Indiase stad Jodhpur. In die tijd woonden hier nog geen vijftien families, zegt Bheel. Nu zijn het er drienhonderd.

Gedwongen bekeringen

Mede dankzij de Thar Express, een trein tussen het Pakistaanse Karachi en Jodhpur, zijn in en rond de stad tal van zulke nederzettingen ontstaan. Volgens de lokale autoriteiten wonen hier ruim 14.000 Pakistaanse hindoes op visa die steeds worden verlengd.

Sommigen kwamen net als Bheel omdat ze hier ooit geboren zijn. Anderen vluchtten voor een groeiende intolerantie jegens hindoes, die nog maar 1,6 procent van Pakistans 210 miljoen inwoners uitmaken. Ze vertellen over gedwongen bekeringen, blasfemiebeschuldigingen en vernielde tempels.

Zo tovert een van Bheels buurmannen een geplastificeerde kopie van een krantenknipsel uit een mapje onder zijn arm. De gesluierde vrouw op de nauwelijks zichtbare foto was zíjn vrouw, claimt hij. Tot ze door haar bekeerde ouders gedwongen werd moslima te worden. Hij weigerde zich te laten bekeren en vluchtte naar India met hun twee kinderen.

Minderheden beschermen

Het zijn verhalen als deze waar minister Shah over begint. De nieuwe wet is volgens hem nodig om minderheden te beschermen. Dat in dezelfde landen ook islamitische groepen worden vervolgd, zoals bijvoorbeeld sjiieten in Afghanistan, ontkent hij.

Sinds hun aantreden in 2014 maakte de regering-Modi het al makkelijker voor Pakistaanse hindoes om naar India te komen en te blijven. Illustratief zijn de langetermijnvisa die aan Pakistaanse migranten zijn vergeven. Waren dat er volgens officiële cijfers ruim 2.000 in 2015, vorig jaar waren dat er bijna 13.000. Meer dan 95 procent van hen is hindoe. En nu lonkt voor hen het staatsburgerschap.

Terwijl elders in het land traangasgranaten op demonstranten werden afgeschoten en het leger moest worden ingezet, vonden er in tempels rondom Jodhpur feestelijke ceremonies plaats.

De oude Bheel is dit ontgaan. Omstanders herinneren hem aan de ‘Modi-Shah-wet’. O ja. Daar is-ie blij mee, zegt Bheel dan. Na negentien jaar werd het wel tijd.

Lees ook India neemt omstreden wet aan die moslims uitsluit