Het jaar in negen plekken

Nieuws gebeurt – en trekt weer verder. Even is alles gericht op die ene plek: die van de aanslag, het hitterecord, de demonstratie, de sportwedstrijd. Dáár is iets aan de hand. En het volgende moment kijken we weg. In deze serie: negen plekken die in 2019 in het nieuws waren, en die we nog eens bezochten toen de rust was teruggekeerd. Reuring toen, stilte nu.

Scheveningen

45 meter hoog kwam het vuur hier

Foto Arie Kievit en Novi Zijlstra


Het strand bij Scheveningen ligt er zelden zo verlaten bij. Alleen ’s ochtends vroeg, op een bewolkte winterdag misschien. Tussen de haven en de pier, zo’n twee kilometer, gebeurt altijd wat. Er zijn ochtendzwemmers en avondbaders – ook bij koud weer. Surfers die richting het havenhoofd in het water liggen. Kitesurfers als er een stevige wind waait.

Dat is in het water. Op de boulevard wordt kibbeling gegeten. Bloemen liggen bij het beeld van het Vissersvrouwtje, dat wacht op de thuiskomst van de mannen op zee. Bij het beeld van de Haringhapper worden selfies gemaakt.

Op het strand zelf wordt gejogd, gewandeld, uitgewaaid. Honden jagen meeuwen op, paarden lopen in de branding. Er zijn evenementen, zoals de jaarlijkse Red Bull-motorrace. Concerten en bootcamps. Er wordt vuurwerk afgestoken – in de winter en in de zomer.

Van eind maart tot begin oktober is het pas écht druk. Dan staan hier strandtenten, de oranje containers van de reddingsbrigade, palen met Dick Bruna-figuren, zodat kinderen hun ouders makkelijk terugvinden.

De afgelopen twintig jaar stond het strand ook altijd vol met mensen in de week tussen Kerst en Oud en Nieuw. Dan bouwde Scheveningen aan zijn vreugdevuur, dat hoger en indrukwekkender moest zijn dan dat in Duindorp, aan de andere kant van de haven. Vorig jaar hadden de torens Babylonische proporties: boven de 45 meter.

Het gesjouw met pallets, de enorme stapel op, was een evenement op zich. Keiharde housemuziek erbij, drank. Scheveningen en Den Haag liepen ervoor uit.

Maar op Scheveningen ging het na het afsteken om middernacht mis. De bouwers hadden rond en op de toren flessen met diesel gezet, zonder dop. De gemeente hoorde daarvan en wist ook dat de stapel te hoog was, maar gelastte het aansteken niet af. In combinatie met de wind en de hoogte veroorzaakte de brand een enorme vonkenregen, tot in het dorp. Met tuinslangen en emmertjes water probeerden de Scheveningers hun daken nat te houden. Dat de Oude Kerk niet afbrandde is volgens veel dorpelingen een wonder.

In het ochtendgloren was zichtbaar hoe groot de ravage was. Om half acht gloeide het vuur nog na, de brandweer was tot eind van de middag aan het nablussen. Een dikke witte rookwolk hing over Scheveningen, een dikke smurrie kool lag op de boulevard, as tot ver in de wijk. Gesmolten fietsbanden, geknapte ruiten, een uitgebrande viskraam.

De politieke ravage was nog groter. In oktober stapte burgemeester Pauline Krikke (VVD) op na een vernietigend rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid. De gemeente had geen toezicht gehouden op het ontsteken van het vuur, en ook geen consequenties verbonden aan het niet naleven van afspraken door de bouwers.

Die eerste dag van het jaar was de toekomst van de vuren al het gesprek van de dag. Zouden ze nog door kunnen gaan? Het antwoord kwam pas begin deze maand: nee. Niet langer werden de vreugdevuren gedoogd. Nu moet voor het eerst een evenementenvergunning worden aangevraagd. Scheveningen noch Duindorp voldeed aan de eisen.

Hoe het strand er straks bij ligt op nieuwjaarsdag? Niemand die het weet.

Titia Ketelaar
 

24 Oktoberplein

4 mensen kwamen om bij een aanslag op deze plek

Foto Robin van Lonkhuizen en Novi Zijlstra

Op 18 maart 2019 om 10.45 uur schoot Gökmen T. drie mensen dood in een sneltram, een vierde slachtoffer stierf later. De U-tram stond stil midden op een kaal en tochtig verkeersknooppunt: het 24 Oktoberplein in Utrecht, ooit idealistisch vernoemd naar de stichtingsdatum van de Verenigde Naties.

Niet alleen de tram, ook het leven stond stil. Een cordon politiemensen om de tram. Politiewagens zij aan zij. Tientallen journalisten en fotografen achter het lint. En de stad kwam stil te staan: kinderen mochten scholen niet verlaten, bewoners werd gevraagd binnen te blijven zolang de schutter nog rondliep – of schutters. Aan het begin van de avond werd Gökmen T. gearresteerd.

Dit plein is niet bedoeld om stil te staan. Het is ingericht om snel over te steken. Kijk naar de brede weg. Kijk naar de dubbele fly-over om van de dominee Martin Luther Kinglaan naar de Weg der Verenigde Naties te rijden of andersom. Of haaks daar onderdoor van de Beneluxlaan naar de Pijperlaan (vernoemd naar een Nederlandse componist). Zie de leegte – geen struiken, geen parkeerplaatsen, geen bankjes, geen frietkraam. Dit wijst op verkeerskundige zorg: automobilisten hebben hier alle overzicht.

Alleen die alleenstaande boom met zijn mooie ronde kruin vol herfstbladeren. Deze plataan dankt zijn bolle kruin zelfs aan die eenzaamheid: zonder concurrentie van andere bomen kon hij voluit groeien, zó werd hij deze boom uit een kindertekening.

De 24-oktober-plataan werd op 18 maart eventjes getuige van enorm tumult en veel verdriet. Sindsdien heeft hij weer bladeren gekregen, en die inmiddels ook weer verloren. Voor een boom gaan seizoenen altijd door. Volgend jaar weer verder.

Wie de dood ziet, snakt naar leven. Het was dan ook onvermijdelijk dat deze plataan, dit teken van leven in een betonwoestijn, na de aanslag onmiddellijk en spontaan de gedenkplek werd. Duizenden bloemen, knuffels, kaarsen en kaartjes werden rond de stam gelegd.

Na vier weken, toen de berg spullen bij de boom – „met respect” benadrukte de gemeente – moest worden opgeruimd, kwam er een tijdelijk gedenkteken: geraniums in een cirkel om de boom. Aan de ene kant witte, aan de andere kant rode, als in het wapen van Utrecht. Op deze foto schemeren die geraniums hier en daar nog tussen de boeketten door – want de bloemenstroom droogde nooit helemaal op. Er wordt nagedacht over een blijvend monument.

Aan de plint van de glimmende, zeventig meter hoge woontoren aan de overkant van het plein wordt nog gewerkt. Straks kunnen 850 studenten en starters er een betaalbare woning huren op de plek waar vroeger Ziekenhuis Oudenrijn stond. In maart was de bouw al in volle gang. Daarom waren veel bouwvakkers hoofdgetuigen van de aanslag. Sommigen verleenden eerste hulp. Nicky (toen 20) rende naar de tram toen hij schoten hoorde. Met bloed op broek en schoenen kwam hij erna op het politiebureau aan, één van de vele verhalen van die dag.

Inmiddels is de toren vrijwel klaar. Straks zullen de jongeren en starters uitkijken over een plein dat er nog steeds kaal en troosteloos uitziet. En waar het leven voor vier mensen voor altijd stil bleef staan. Met een beetje geluk kan een plataan driehonderd jaar oud worden.

Sheila Kamerman en Hendrik Spiering
 

Johan Cruijff Arena

2-2 stond het, de finale bijna bereikt. Toen rolde de bal binnen

Foto Koen van Weel en Novi Zijlstra

Een rauwere anti-climax dan die van 8 mei 2019 krijg je moeilijk bedacht. Thuis met 2-0 voor, en uit in Londen al met 1-0 gewonnen. En toch: vlak voor het onbestaanbare werd bereikt, kwam het onvoorstelbare langszij.

Het was een extreme Champions League-campagne, met Ajax dat de voetbalwetten tartte. Wie bij aanvang van het seizoen 2018/2019 had gewed dat Ajax de finale zou halen, kon honderd keer zijn inzet terugkrijgen. Wie in de rust van de tweede halvefinalewedstrijd tegen Tottenham Hotspur gokte dat Ajax de finale niét zou halen, kreeg 22 keer zijn inzet terug.

Zodirect meer over dit doel. Nog even terug, naar toen dit nog gewoon een doel was. Mooi was die tijd. Ajax trok Real Madrid en Juventus van hun sokkel en trof Tottenham Hotspur bij de laatste vier. Die halve finale begon in Londen met een schijntrap. Frenkie de Jong kreeg de bal na de aftrap, zag de spits van de Spurs op zich afkomen en maakte een schijnbeweging die in een lofrede in The New York Times later werd geduid als ‘allesomvattend’ en ‘alleszeggend’ over dit Ajax.

Maar 8 dagen en 180 minuten voetbal plus een zwik blessuretijd later, lag het halve Ajax-team gestrekt op het veld van de Johan Cruijff Arena in Amsterdam. Als beeld ook allesomvattend, alleszeggend. Als sof onovertroffen. Overal viel het stil, behalve waar Spurs-supporters zaten.

Een stadionmedewerker knielt voor de boarding. Nu is het kalm, vlak voor een competitiewedstrijd vroeg in december.

Dit doel hier, voor de televisiekijker het linker, heeft zoals elk doel met officiële afmetingen een lat van 7,32 meter breed en twee palen van 2,44 meter hoog. Er passen twee kleine personenauto’s in, achterelkaar, en de hoogte is ruwweg die van slaapkamerplafonds in naoorlogse huizen. Best hoog. Best breed.

Twee spanpalen trekken het net tot een kooi, dat geeft scoren net wat extra’s. Er vlogen twee Ajax-treffers in, in de eerste helft. U weet het misschien nog: een kopbal van Matthijs de Ligt viel binnen bij de linkerpaal, een wegdraaiend schot van Hakim Ziyech bij de rechter. Dat kon niet meer mis.

Dus wie kon, die stond. Er werd gevierd al, meer dan voorzichtig. Geknuffeld, gezongen op de tribune: ‘Niemand die ons stoppen kan’.

Soms oogt een tribune als een werk van Jheronimus Bosch, vol verwrongen expressie. Alle schakeringen uit een gevoelswereld razen voorbij. Het ging hard in de tweede helft: Tottenham Hotspur scoorde twee keer, twee keer Lucas Moura. De ene tegengoal nog vermijdbaarder dan de ander. Ziyech raakte nog de paal, aan de overkant.

Stand 2-2 met nog één minuut te gaan, en uit een corner kopte een Tottenham-speler over. Tientallen seconden nam André Onana de tijd voor hij het spel met een doeltrap hervatte. Zindering, verlangen, de bal kwam terug. De ene verdediger gleed uit, de andere kwam een teen te laat. Net genoeg voor Lucas Moura. Waar de stadionmedewerker op zijn knieën zit, daar ongeveer rolde de bal binnen.

Het jaar is uit nu. Valencia maakte deze maand hier de 1-0, in de laatste groepswedstrijd van het nieuwe Europese seizoen. Weer dit doel, tegen dit touw, dit net dat Ajax in de tweede helft tegen Valencia niet kon vinden. Tot zover de Champions League en tot zover 2019, het jaar waarin Ajax opzien baarde.

Bart Hinke
 

Landgraaf

50 jaar, stond in het gras. Ernaast in roze: Pinkpop

Foto Marcel Krijgsman en Novi Zijlstra

Stil is het op het veld. Een grijze herfsthemel boven een felgroene vlakte. Bobbelig hier en daar, graspollen en kuiltjes. Heeft gras een geheugen? Mensen liggen of zitten in het gras, biertjes in de hand. Ze dansen in vervoering voor het festivalpodium. Duizenden roze-zwarte Pinkpop-hoedjes gaan op en neer.

We kijken naar de plek van het hoofdpodium van Pinkpop, de ‘kop’ van de oude Draf- en Renbaan Limburg, in Landgraaf. Dit is het korte stuk, net tussen de bochten in. Het stuk waar de bomenrij in herfstkleuren even stopt, zodat de vlaggen en de lichten van de indoor-skihelling van een paar honderd meter te zien zijn. Een flinke schijnwerper troont hoog boven alles uit. Langs het pad een trits kleinere lantarenpalen – soldaatjes in het gelid. Sommige met speakers.

In het Pinksterweekeinde van 2019 stonden twee gele cijfers precies hier, vooraan op de foto, in het gras. Een grote vijf en een nul. 50. Zeven knalroze letters ernaast: PINKPOP. Ze trokken festivalbezoekers als een magneet naar zich toe. Die klommen erop. Hingen aan de P, leunden op de N. Ze lieten zich fotograferen bij de grote nul met daarin de beeltenis van de officiële Pinkpop-mascotte, het popje met het roze jurkje en het ravenzwarte haar.

Het Limburgse popfestival Pinkpop jubileerde. Op de vijftigste editie namen de Britse new wavers van The Cure het publiek mee het donker in, als slotact van dag twee. De mystieke rocksfeer vormde een groot contrast met wat erna kwam. Vuurballen. Vuurwerk vanaf drie hoogwerkers. Lasers, metershoge visuals en confetti. Net na middernacht spreidde top-dj Armin van Buuren zijn armen op het hoofdpodium, als ware het vleugels.

Wat een contrast met de eerste editie, destijds in 1970 in sportpark Geleen. De entree: 2,50 gulden. De grootste act: de Golden Earring. 10.000 bezoekers. Het festival was populair en groeide explosief naar 50.000. Alleen een onwillige Mick Jagger, die in 1979 wel kwam maar niet optrad, verpest het tienjarige verjaardagsfeestje.

Toen de gemeente Geleen een schaatsbaan wilde, moest het festival verhuizen. Na een kleine, winterse Pinkpop mét Lou Reed in Baarlo verhuisde het festival naar de noodlijdende Draf- en Renbaan Limburg in Landgraaf. Daar kon het festival flink groeien: meer podia en een heel Pinkersterweekeinde lang, 70.000 bezoekers per dag. Picknickende mensen zonder kaartje genoten mee op de heuvels van de voormalige staatsmijn Wilhelmina – nu de skihelling.

Toen de renbaan failliet ging, kocht Pinkpop-baas Jan Smeets in 1994 de 27 hectare, bijna veertig voetbalvelden. Mede-eigenaren van het nieuw gedoopte Megaland zijn concertpromotor Mojo, Smeets’ juridisch adviseur en, symbolisch voor 1 procent, de Belgische comedian Urbanus.

En nu? Pinkpop stoomt door. Ondanks de toename van festivals, de impasses in programmering – routineuze, duurbetaalde slotacts – en fluctuerende bezoekersaantallen. Genoteerd ook: een knappe wederopstanding na het aantrekken van mega-acts als Bruce Springsteen, Paul McCartney en de Rolling Stones (Jagger kwam en trad ook op).

De festivalvergunning telt alvast twintig extra jaren. De headliners voor volgend jaar zijn al bekend. Nu komt de festivalweide in alle rust bij.

Amanda Kuyper
 

Dokkum

195 kilometer beproeving

Foto Vincent Jannink en Novi Zijlstra

Waar de Dokkumer Ee in het Kleindiep overgaat, stuwde de Nederlandse zwem-messias zichzelf voort, elke slag in het water met zijn rechterarm wat langer zodat hij de mensen langs de kant traag zwaaiend kon bedanken. Even na half tien, maandag 24 juni 2019, typisch Nederlands zomerweer: flauw zonnetje, lichtgrijsblauwe lucht. Geen vierkante centimeter onbezet op de kades in Dokkum, de noordelijkste van de Friese elfsteden. Pontons in het water, spandoeken over de brug. Van der Weijden had Dokkum gehaald, nu kon het niet meer fout gaan.

Het lukte Maarten van der Weijden, olympisch kampioen op de tien kilometer open water in Beijing in 2008, dit jaar om zijn Elfstedenzwemtocht te volbrengen. Vrijdagavond vertrokken vanuit Leeuwarden, maandagavond terug in Leeuwarden. 195 kilometer van ultieme fysieke beproeving – voor kankeronderzoek. Van der Weijden genas zelf van leukemie.

Een jaar eerder, augustus 2018, stond in Dokkum eenzelfde menigte te wachten op een man die niet zou komen. Net voorbij Burdaard, het laatste dorpje voor Dokkum, werd hij uit het water gehaald. Handen waaruit het leven was gezogen, voeten als opgeblazen latexhandschoenen. Dodelijk moe in de armen van vrouw Daisy, een Friese piëta.

Tot hier en niet verder, had de begeleidings-arts gezegd. Van der Weijden had zo graag Dokkum gehaald, ook al zou hij niet omkeren richting Leeuwarden: dan had hij in ieder geval alle elf de steden gehad. De menigte in Dokkum droop af als in een nachtclub waar de tl-lichten zijn aangesprongen.

Dit jaar wilde hij het alsnog proberen, de lessen van toen onder de badmuts. Twee maanden eerder, want dan was het langer licht en het water schoner. Hij at uitgebreidere maaltijden en nam meer rust. Nu lukte het gemakkelijk, hij klopte zijn schema. Een beetje misselijkheid, maar dat was het wel, wat betreft lichamelijk ongemak. En wie dacht dat Van der Weijden slechts eenmaal de Friezen en mensen van buiten de provincie kon verenigen, kwam bedrogen uit. Het was eerder drukker langs de zwemroute. En Van der Weijden haalde meer op – ruim zes miljoen in plaats van vijf.

Op een normale herfstdag is het stadslandschap zo goed als verlaten. Twee mensen in winterjas lopen aan elkaars zijde. Een handjevol auto’s, geparkeerd langs de kade, helt richting het vlakke water dat de kale bomen weerspiegelt. Geen mensen maar plantenbakken op de kades. De pontons zijn verdwenen. En één zwemmer zette zo’n slaperige binnenstad op z’n kop.

Frank Huiskamp
 

Gilze-Rijen

40,7 graden: de heetste plaats van het land

Foto Erald van der Aa en Novi Zijlstra

Hoe warm het was, afgelopen zomer, is op de foto van het centrum van Rijen niet te zien. Een druilerige dag met plassen op het plaveisel, een glimp van nieuwbouw aan een plein, de paaltjes tegen ongewenst autoverkeer en op de achtergrond een winkel in damesmode die op de website laat weten wat je kunt verwachten: „Mode voor de vrouw van deze tijd, (30+) die zich wil onderscheiden in uitstraling maar daar zeker niet te veel voor wil betalen.” Let ook op de slogan in het blinde raam en boven de ingang: ‘Onze aandacht maakt ‘U’ mooier’. De aanhalingstekens geven aan hoe belangrijk de klant hier is, leert navraag bij de eigenaresse.

Eigenlijk herinnert niets op deze foto aan de hitte van eind juli, toen op het meetstation van de nabijgelegen vliegbasis Gilze-Rijen 40,7 graden Celsius werd gemeten, een record voor Nederland. Het was zinderend warm in het hele land tijdens de op drie na warmste zomer sinds 1901. De gemiddelde temperatuur bedroeg de afgelopen zomer 18,4 graden Celsius tegen normaal 17,0 graden. Het nationale hitteplan was opnieuw van kracht; net als andere gemeenten besloot ook Gilze-Rijen de werkroosters van medewerkers in de buitendienst aan te passen en hen te voorzien van veel water en ijsjes. Ouderen in verzorgingshuizen kregen extra aandacht. Bij C de Klerk Mode vlogen de topjes de winkel uit.

Nog nooit was het in dit land warmer dan op 25 juli 2019 in Gilze-Rijen. Een dag eerder al was het bijna 75 jaar oude record uit Warnsveld bij Zutphen van 38,6 graden gesneuveld, toen op vliegbasis Gilze-Rijen de thermometer 38,8 graden aantikte. Enkele uren later raakte Gilze-Rijen het record alweer kwijt aan Eindhoven, waar 39,3 graden werd gemeten. Een dag later was het opnieuw Gilze-Rijen dat de kroon spande en zich sinds dat moment de heetste plaats van Nederland mag noemen. Deze titel werd een maand later luister bijgezet tijdens een ceremonie in Warnsveld, dat met spijt in het hart afscheid nam van het record, gevestigd op 23 augustus 1944 door een waarneming van huisarts Jan Thate. Bij zijn voormalige woonhuis werd een plaquette onthuld, en ook werd een ‘hittewimpel’ overgedragen aan een ambtenaar van Gilze-Rijen.

Burgemeester Jan Boelhouwer en zijn wethouders hadden die vrijdagmiddag geen tijd om te komen, wegens een cruciale vergadering over de begroting van Gilze-Rijen, zo laat een woordvoerder weten. Binnenkort reist de burgemeester alsnog af naar de Achterhoek om een replica van de half vergane wimpel in ontvangst te nemen. Het verhaal gaat dat de hittewimpel ooit is verstrekt door het KNMI, maar dat is volgens ingewijden onzin: het was een verjaardagscadeau aan Thate, geschonken door diens broer uit Amsterdam. De hittewimpel zal een plaats krijgen in de ‘traditiekamer’ van vliegbasis Gilze-Rijen. Tot het record opnieuw sneuvelt. Heel lang zal dat niet op zich laten wachten, in tijden van klimaatverandering.

Arjen Schreuder
 

Assen

5 mannen doken op hem. Daarna stierf hij

Foto Vincent Jannink en Novi Zijlstra

Normaal gesproken was het grootste nieuws uit de Assense wijk Peelo dit jaar wellicht geweest dat alle lantaarnpalen worden opgeknapt – een unicum volgens de gemeente, gewoonlijk worden die lampen simpelweg gesloopt als ze ‘op’ zijn.

Ook de speeltuin in de wijk oogt weinig nieuwswaardig. Even gewoon en risicomijdend als speeltuintjes in Sittard, Goes of waar dan ook in Nederland. Onder de schommel liggen rubberen tegels, om een eventuele val te verzachten. Een groen hekwerk houdt de bal van het trapveldje tegen. Het kronkelige paadje voorkomt dat scooters en fietsers te hard door het speeltuintje zoeven. Op de achtergrond zijn schuine daken zichtbaar, op eentje liggen zonnepanelen. Geen tak in het plantsoen oogt te lang, en binnenkort zal een bladblazer vast de bladeren ordenen.

Maar op de grijze stoeptegels, net naast het hekje, lag aan het begin van de middag van zaterdag 24 augustus een dode man. Hij zou een meisje van vier hebben betast, of gefotografeerd, de vader aangevallen hebben, of zijn weggevlucht – hoe dan ook: íets maakte dat vijf mannen woonachtig rondom het speeltuintje de man overmeesterden en op de grond vasthielden tot de politie er was. Toen die arriveerde, was de man al stervende.

Volgens de eerste berichten was de man niet alleen overmeesterd, maar zelfs gelyncht en doodgeslagen. Wat drijft gewone mensen met koophuizen, boeddha-beelden in het kozijn en gezinsauto’s voor de deur tot zoiets? Die vraag rees die zaterdagavond bij het verslag doen van het voorval.

De normaliteit keerde in de loop van de avond langzaam terug. Het lijk was weg, de politielinten werden opgeruimd, een laatste tv-camera werd ingeklapt. Op een klimrek zaten alweer kinderen, al werd er nog niet gespeeld.

Met de rust trad ook het zwijgen in. De mensen die op straat met elkaar babbelden, wisten allemaal wel iets, maar vrijwel niemand wilde er publiekelijk over praten. Weinigen ook die precies hadden gezien wat er gebeurd was. Maar velen hadden verhalen gehoord. Dat de man al vaker in het speeltuintje gezien was. Dat hij foto’s had gemaakt van het meisje. Dat hij haar misschien al had uitgekleed. En dat hij, aangesproken door de vader van het meisje, had uitgehaald.

De wijkbewoners snapten het wel. Vijf daders? Nee, zij zagen er maar één: de vermeende pedoseksueel. Het onrecht was niet de eigenrichting – dat was het recht. Het onrecht was, zo voelden ze, dat de mannen waren opgepakt. Voor deze dode geen stille tocht of bloemenzee. Ook niet als het achteraf allemaal een misverstand zou blijken te zijn.

Vier maanden later is aan de geruchten en onduidelijkheid een einde gekomen. Het strafrechtelijk onderzoek is afgerond. De man, die doof bleek te zijn, had in de speeltuin inderdaad een zedenmisdrijf gepleegd met een vierjarig meisje, beelden ervan stonden op zijn telefoon. Hij probeerde daarop te vluchten, kwam ten val en werd tegengehouden door buurtbewoners. Zij worden niet vervolgd, van schuld of opzet bij de dood is volgens justitie geen bewijs. Het OM vond het een „gerechtvaardigd burgeroptreden”.

Mark Lievisse Adriaanse
 

Advocatenkantoor in Amsterdam

07:30 uur ’s ochtends vertrok Derk Wiersum naar zijn werk

Foto Koen van Weel en Novi Zijlstra

Derk Wiersum werkte nog niet eens zo lang in het kantoor achter deze deur in Amsterdam-Zuid. Een half jaar ongeveer. Zijn verhuizing naar de Amsterdamse De Lairessestraat was noodgedwongen. Collega’s van het Haarlemse kantoor waar Wiersum aanvankelijk praktijk hield, wilden dat hij vertrok. Ze vonden het te riskant om nog langer onder één dak samen te werken met een confrère die een kroongetuige bijstond in een zeer geruchtmakende strafzaak – die tegen Ridouan Taghi.

Dat daar risico’s aan kleefden, was bekend. Eerder was de broer van kroongetuige Nabil B. al vermoord. Dat weerhield Derk Wiersum er niet van B. bij te staan. Wiersum stond bekend als een principiële raadsman die vond dat iedereen recht heeft op bijstand. Ook kroongetuigen. „Hij liet zich leiden door zijn advocatenhart”, zo zou een collega later in deze krant zeggen. Wiersum kreeg geen extra persoonsbeveiliging. Zo’n leven wilde hij niet leiden. Hij wilde zichzelf kunnen zijn. Naast advocaat was hij ook vader – en mens. En dus ging hij geregeld met de fiets naar zijn werk.

Op 18 september kregen de mensen met zorgen over zijn veiligheid gelijk. Toen Derk Wiersum rond half acht ’s ochtends zijn auto bij zijn woning in Amsterdam Buitenveldert wilde instappen, werd hij van dichtbij doodgeschoten.

Zo’n moord zag Nederland niet eerder.

Voor een aantal advocaten, officiers en rechters had de aanslag meteen ingrijpende gevolgen. Omdat zij volgens veiligheidsdiensten mogelijk gevaar liepen, werden zij en hun gezinnen op stel en sprong in veiligheid gebracht. Sommigen van hen verblijven tot op de dag van vandaag in zogenoemde safehouses.

Op de Amsterdamse rechtbank werd met verslagenheid op Wiersums dood gereageerd.

En er was angst. Collega-advocaten, maar ook rechters en officiers van justitie realiseerden zich dat daadwerkelijk gebeurd was wat ze misschien ergens al hadden gevreesd. Advocaten gingen bij zichzelf te rade: ‘Wil ik dit werk nog wel doen? Is dit het waard?’

De tweede advocaat van Nabil B. legde begin december zijn taak neer. Er hebben zich daarna geen nieuwe advocaten gemeld, maakte de rechtbank later in december bekend bij een tussentijdse zitting.

Temidden van alle chaos, paniek en verdriet gebeurde er ook iets prachtigs. Iemand legde bloemen neer voor het kantoor van Derk Wiersum in De Lairessestraat. Als gebaar van rouw en medeleven. Er ging ook iets anders uit van dat simpele bosje bloemen: protest. Alsof degene die het boeket had neergelegd wilde zeggen: dit kan ik niet zomaar laten gebeuren. Nadat het eerste boeket was neergelegd, kwam er nog iemand met een bos bloemen. En nog iemand. Allemaal mensen die met een klein gebaar duidelijk wilden maken dat de moord op advocaat Derk Wiersum hen bijzonder had aangegrepen.

En terwijl de klap na-daverde, ontstond voor de deur van een onopvallend kantoorpand een bloemenzee. Een bloemenzee die misschien wel meer vertelde dan alle grote woorden die na de moord werden uitgesproken.

Wouter Laumans

Correctie (22 december 2019): In een eerdere versie van dit artikel stond dat Derk Wiersum geen extra beveiliging wilde. Dat klopt niet, Wiersum kreeg geen extra persoonsbeveiliging. Hierboven is dat aangepast.
 

Het Malieveld

75 tractoren mochten het veld op

Foto Robin van Lonkhuijsen en Novi Zijlstra

Het zijn de plassen, en de kleuren van de grond. Verschillende tinten bruin, dof groen. Ze bieden een troosteloze aanblik, zelfs de in herfstkleuren getooide bomen kunnen het beeld van het oudste stukje beschermde natuur in Nederland niet verfraaien. Voor wie zich niet direct herinnert wat zich hier heeft afgespeeld, is de donkerblauwe bouwcontainer een hint.

Het grondrecht op demonstreren vierde op dit veld hoogtij in 2019. Maar op deze foto is te zien dat er ook een slachtoffer viel als gevolg van al die demonstraties. Het Haagse Malieveld zelf. Eerst kwamen de boeren op hun trekkers, in oktober. Op weg naar Den Haag legden ze het land plat – files beheersten het nieuws. Er mochten slechts 75 tractors het Malieveld op, maar het werden er honderden, opgesteld met militaire precisie. De boeren vertrokken, maar kwamen een aantal dagen later in kleinere getalen terug, nog steeds ontevreden.

De bron van hun onvrede is op de foto ook zichtbaar. Op de achtergrond rijzen de ministeries, de stenen vertolkers van het kabinetsbeleid. In de schuinoplopende Hoftoren huist het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, het ministerie van Volksgezondheid vertoeft in de identieke puntdaken van Helicon en Castalia, en daartussen, in de rode en grijze ramenkolossen die de JuBi-torens worden genoemd, zitten de ministeries van Justitie en Veiligheid (Ju) en Binnenlandse Zaken (Bi).

De echte boosdoeners volgens de demonstranten, de ministeries van Infrastructuur en Waterstaat, Landbouw en Economische zaken, blijven uit beeld. Die stelden het stikstofbeleid op dat begin dit jaar door de Raad van State onwettig werd verklaard. Hier werd de norm voor de hoeveelheid PFAS die grond mag bevatten naar beneden bijgesteld. Hier werd, in de ogen van de boeren en de bouwers, hun het werk onmogelijk gemaakt.

Ook de bouwers kwamen met honderden machines, eind oktober, ook zij pijnigden de grond van het Malieveld. Niet met de precisie van een militaire parade dit keer: de betonmolens, hijskranen, zandspuiters en kiepwagens stonden dwars door elkaar heen. De bouwers toeterden, „nu, nu, nu!”, schreeuwend. Liever gisteren dan morgen moesten de regels worden verruimd. Geen besluit betekende geen werk.

Toen de zaken die dag niet liepen zoals gewenst, hadden de bouwers een verrassing in petto. Tientallen vrachtwagen loosden meegenomen grond – schoon verklaard volgens de nieuwe PFAS-normen, er werd geen regel overtreden. De doodklap voor het Malieveld dat veranderde in een bouwplaats.

Daags na die demonstratie maakte Staatsbosbeheer de schade op. 27 duizend euro moet het herstel kosten, 600 kilo snelgroeiend graszaad wordt ingezaaid. De bouwers hebben de door hun gestorte grond opgeruimd en vergoeden de kosten. De boeren hebben beloofd de schade aan de randen van het veld zelf op te knappen. Dat kan pas in het voorjaar.

Want herstel heeft tijd nodig. Staatsbosbeheer hoopt dat het Malieveld in de zomer van 2020 weer helemaal is opgeknapt. Tot die tijd draagt het Malieveld de sporen van demonstratiejaar 2019.

Sam de Voogt