Recensie

Recensie Boeken

Toon mij uw hersenen en ik zeg u wie u bent

Frenologie De biografie van de briljante hersenwetenschapper én schedelillusionist Franz Joseph Gall is ook een bewonderenswaardig wetenschapshistorisch overzicht.

Illustratie Paul D. Steward / Science Photo Library

In 1894 maakt het Oost-Indische dagblad De locomotief melding van een nieuwe uitvinding: de Zwitserse doctor Garré heeft een methode uitgevonden om iemands karakter te ontleden aan de hand van diens oude laarzen, de zogenaamde scarpologie, naar het Italiaanse woord ‘scarpa’ voor ‘schoen’. Langdurige waarneming bracht hem tot de conclusie dat elk paar oude laarzen een indruk geeft van degene die ze heeft gedragen.

Hij ontwikkelde deze schoeisel-centrale psychologie aan de hand van onder familie, vrienden en kennissen ingezamelde pantoffels, sandalen en wandelschoenen, later aangevuld met die van meer of minder bekende tijdgenoten. ‘Toen ging de doctor aan het werk om zijn verzameling te classificeren. In de meeste gevallen waren hem bijzonderheden van het karakter van de oorspronkelijke drager bekend. Door van het bekende naar het onbekende te redeneren, achtte hij zich in staat te bepalen of de drager van zeker schoeisel het steile en doornige pad dat ten hemel leidt had beklommen, of dat deze persoon in lichtzinnige dartelheid de brede weg had bewandeld. De Zwitserse doctor beweert, dat zijn scarpologie even juist is als de frenologie.’

Toon mij uw oude leren laarzen en ik zeg wie of wat u bent. Ik weet niet of de doctor met een duidelijk voelbare laarzenknobbel dankzij zijn scarpologie een fortuin heeft binnengesleept, maar onmiskenbaar is er gelijkenis met de frenologie, de wetenschap om iemands talenten te bepalen aan de hand van het betasten van diens schedel. Bij velen vertoont dit ‘schoeisel der hersenen’ verdikkingen en uitstulpsels – knobbels. En ook aan de hand daarvan valt iets te zeggen over het karakter van de persoon in kwestie. Althans volgens de Duitse hersenfysioloog Franz Joseph Gall (1758-1828).

Over hem verscheen de fascinerende levensbeschrijving De hersenverzamelaar door Theo Mulder. Al gaat het over één persoon, je zou het bijna een ‘dubbelbiografie’ kunnen noemen. Het gaat over Gall als vergeten maar briljant hersenwetenschapper, en over Gall als wereldberoemd maar pseudowetenschappelijk schedelillusionist.

Erotische driften

De hersenverzamelaar opent al meteen aantrekkelijk. Mulder schrijft over een meerdaagse schedelcursus (Amsterdam, 1806), waar Gall vertelt dat hij eens door een vrouw is geconsulteerd vanwege epileptische aanvallen: ‘Toen ik mijn hand onder haar achterhoofd schoof om haar te ondersteunen voelde ik een flinke uitstulping in de nek, die gloeide van de hitte. Ik had letterlijk het gebied waar in de hersenen de geslachtsdrift is gelokaliseerd in handen.’ Mulder vertelt er meteen bij dat de vrouw bekend stond om haar erotische driften. Wat lazen we over die scarpoloog ook alweer? Juist: ‘In de meeste gevallen waren hem bijzonderheden van het karakter van de oorspronkelijke drager bekend.’

Bevriende schrijver of dichter met een (plaats)bepaalde bobbel op het hoofd? Taalknobbel.

Dit illustreert de ene, bekendste kant van Gall, de circuskant. De keerzijde toont de vergeten geleerde Gall. Theo Mulder is zelf neurowetenschapper, en we mogen hem rustig geloven als hij schrijft: ‘Gall heeft een revolutie teweeg gebracht in het vak, zijn werk is nog steeds aanwezig in alle pogingen om gedrag in specifieke delen van de hersenen te lokaliseren.’ Al is dat dan in de hersenen zelf, en niet in de schedel eromheen: ‘Gall zag als eerste het belang van de hersenschors voor het menselijk gedrag.’

En daar bleef het niet bij. Hij had tevens grote betekenis voor de psychiatrie, door zijn opvatting dat krankzinnigheid een hersenziekte was. Daarbij was hij voorvechter van hervorming van de psychiatrie (van dolhuis naar hospitaal) en strafrecht (in verband met toerekeningsvatbaarheid). Mulder plaatst deze vergeten kant in een uitgebreid, bewonderenswaardig helder wetenschapshistorisch overzicht. Verdiend eerherstel dus voor de dwarse hersenschouwer Franz Joseph Gall, we nemen de hoed voor hem af.

Vrienden met vreemde knobbels

Tegelijkertijd begrijpen we uit Mulders boek dat Gall het er zelf flink naar heeft gemaakt als oplichter of kwakzalver te worden weggezet. Naast gedurig vertoon van een bijzonder hoekig karakter, was de wijze waarop hij van stad naar stad trok met zijn schedeltheater – in een koets vol knekelkoppen, en twee apen op het dak – wel erg ongebruikelijk voor een serieuze doctor in de medicijnen. Vakgenoten protesteerden, maar het Gall-publiek stroomde desondanks toe en betaalde gretig voor een Gall-voorstelling. Het mooie van zijn schedelanalyses was immers: iedereen kon bij bekenden controleren wat de doctor beweerde. Bevriende schrijver of dichter met een (plaats)bepaalde bobbel op het hoofd? Taalknobbel. De kunstknobbel(s) (twee verdikkingen aan weerszijden van de neus) kon je dan weer bij een picturale neef thuisbrengen.

Het is een bont, vaak hilarisch verhaal over hoe gemakkelijk en graag de mens verlangt naar een overzichtelijke (of beheersbare) wereld

Franz Liszt schreef iemand toen deze al een beroemd componist was: ‘Op het voorhoofd waren de bobbels voor het uitzonderlijke muzikale talent goed te zien.’ Theo Mulder demonstreert zelfs dat het ook andersom werkte: we zien op een zelfportret van Caspar David Friedrich precies de verdikkingen die Gall had verklaard als bewijs voor kunstvaardige Raumsinn. Tot en met de haarmode werd door hem beïnvloed. Kappers werd opgedragen voorhoofd en slapen vrij te knippen, om de psychologische vermogens van hun klandizie goed in beeld te houden.

Voor wie denkt dat ik hier de ene spoiler na de andere heb weggegeven: Theo Mulder doet je van de ene verbazing in de andere vallen en is beslist niet zuinig met anekdotiek. Hij mag dan met zijn Hersenverzamelaar een wetenschapshistorische biografie hebben geschreven, het is tegelijk een bont, vaak hilarisch verhaal over hoe gemakkelijk en graag de mens verlangt naar een overzichtelijke (of beheersbare) wereld, en daarom maar al te graag geloof hecht aan een (dus bijzonder hardnekkig) fabeltje.

Ten bewijze van dat laatste een krantenbericht uit 1899, ruim zeventig jaar na Galls dood, als velen de frenologie net zo ‘juist’ beschouwen als de scarpologie. NRC-voorloper Algemeen Handelsblad meldt in februari van dat jaar: ‘Een horlogemaker heeft in een van de Engelsche bladen een advertentie geplaatst: “GEVRAAGD Een horlogemakersleerling die een verklaring van een phrenoloog kan toonen, welke bewijst dat hij zindelijk, nauwgezet, ordelijk, ijverig, en gehoorzaam is, en in staat is om in dit bepaalde vak vooruit te komen.”’