De staredown, zoeken naar het scheurtje in de ziel van de bokser

Kickboksen Rico Verhoeven en Badr Hari vechten zaterdag om de wereldtitel in het zwaargewicht. Vertelt de blik in hun ogen iets over wie het duel gaat winnen?

Rico Verhoeven en Badr Hari kijken elkaar diep in de ogen tijdens de staredown afgelopen oktober in Utrecht.
Rico Verhoeven en Badr Hari kijken elkaar diep in de ogen tijdens de staredown afgelopen oktober in Utrecht. Foto Koen van Weel

Als Rico Verhoeven (30) en Badr Hari (35) zaterdagavond in stadion Gelredome in Arnhem door de scheidsrechter worden gevraagd of zij de bokshandschoenen van de ander nog even willen aantikken, kijken de twee kickboksers elkaar ongetwijfeld nog een keer in de ogen. Een ultiem moment om de tegenstander voor de eerste stoot mentaal uit balans te brengen. De spiegels van de ziel liegen niet, zeker niet tijdens deze staredown. Het summum van wedstrijdspanning, van twee ontembare lijven die elkaar wel willen, maar nog niet mogen raken.

Ruim twee maanden voor het gevecht om de wereldtitel zwaargewicht in het kickboksen stonden de 1,98 meter lange Hari en de twee centimeter kleinere Verhoeven ook neus-aan-neus tijdens een persconferentie in Utrecht. Strakke blik, alles om een opwelling van de wimpers te onderdrukken, op zoek naar een tikkeltje onzekerheid bij de ander.

Bij persconferenties voorafgaand aan vechtsportwedstrijden is de staredown inmiddels vaste prik. Publicitair nuttig, want de adrenaline giert door de zaal, en het levert vaak mooie beelden op als warming-up voor het gevecht. Voor de vechters is het een eerste moment om de tegenstander te peilen, bang te maken, te irriteren.

De ogen van de opponent

De originele staredown is in de ring. De standaardzinnen van de scheidsrechter die dan vlak voor het gevecht klinken kunnen de vechters wel dromen. ‘Let op mijn signalen, niet onder de gordel slaan’. Maar het enige waar ze mee bezig zijn in die paar seconden dat ze naast de scheidsrechter staan, zijn de ogen van hun opponent.

„Je bent op zoek naar het scheurtje in de ziel van je tegenstander”, zegt Germaine de Randamie. Zij was in 2017 de eerste Nederlandse wereldkampioene in het de Ultimate Fighting Championship (UFC), de competitie die wedstrijden in het mixed martial arts (MMA) organiseert, het ruwere broertje van het kickboksen. Op zoek naar een teken van zwakte, een glimp van onmacht. „Emotie losmaken, dan wordt het persoonlijk.” En als een gevecht persoonlijk wordt, weet De Randamie, dan krijgen emoties de overhand en kan haar tegenstander fouten maken.

Rico Verhoeven versus Badr Hari

„Op het moment dat je je opponent in de ogen kijkt, loopt de spanning hoog op. Wegblijven bij emotie is dan schier onmogelijk”, zegt sportpsycholoog Jan Sleijfer, die veel vechtsporters mentaal begeleidt. Hij legt uit dat de vecht-vlucht-reactie, een overlevingsmechanisme, in de hersenstam (het reptielenbrein) wordt gereguleerd. „Van de tien keer dat je met het reptielenbrein handelt, gaat het negen keer fout. Dat is het bijten van Mike Tyson in de ring, of van Luis Suarez op het veld. Daar zit geen ratio meer bij,” zegt Sleijffer. „Je moet zo snel mogelijk zorgen dat je weer terugkomt in het voorste gedeelte van je hersenen. In de prefrontale cortex vindt een vechter de routine, de focus.”

Volgens oud-bokser Arnold Vanderlyde wordt in de seconden voor het begin van het gevecht veel duidelijk. Zelf heeft de Limburger 254 fights op zijn naam staan. Even zo vaak keek hij zijn tegenstander in de ring recht in de ogen. Althans, de meesten. „Sommige boksers draaiden hun gezicht weg, of keken weg.” Een teken van onzekerheid, dacht hij dan. „Maar daardoor hoefde je niet minder op je hoede zijn. Een zenuwachtige vechter kan juist iets geks doen, iets onverwachts.” Een rake lucky punch kan het einde van het duel betekenen.

Volgens Sleijfer, oprichter van NLsportpsycholoog, is wegkijken ook niet per se verkeerd, is het niet altijd een teken van zwakte. „Maar dan moet je wel doen alsof je die ander geen blik waardig gunt. Alsof je tegenstander te min is om naar te kijken.”

Remy Bonjasky, drie keer wereldkampioen kickboksen in het zwaargewicht, had niet zoveel met de staredowns. Hij had geen zin in „dat spelletje”, keek net zo makkelijk weg. „Het gaat erom dat je er staat als het echte gevecht begint, als jouw vuisten het lichaam van de tegenstander mogen raken.”

Maar ook Bonjasky kan zich gevechten herinneren waarbij de agressie van het duel er al bij de staredown vanaf spatte. „Zoals in een van mijn drie gevechten met Melvin Manhoef. Dat was in alles een grudge fight. Van de trashtalk tot de staredown en toen gingen we los in de ring.”

Publiciteitsstunt

Binnen het kickboksen, maar ook bij de UFC, is de psychologische oorlogsvoering verheven tot een publiciteitsstunt. Iedere vechter heeft een handelsmerk. De wedstrijd moet verkocht worden. En verkoop je jezelf, dan stijgt je waarde. Hoe gekker de staredown, hoe meer belangstelling voor het gevecht. Hoe meer zichtbare spanning tussen de twee kemphanen, hoe meer views.

Lees ook de reportage over het vorige gevecht tussen Verhoeven en Hari, in 2016

Sander Schrik, zaterdag voor Veroncia commentator bij het gevecht tussen Hari en Verhoeven, herinnert zich de staredown tussen de Braziliaanse vechter Anderson Silva en de Amerikaan Chris Weidman. „Die Silva maakte iedereen altijd helemaal gek. Met masker op de ander uitdagen. Veel op ze inpraten, treiteren.”

Maar de stoïcijnse Weidman ging niet mee in de ‘act’ van Silva. Stapje terug, zijn gezicht op pauze. Waarop Silva zijn neus tegen die van de Amerikaan plantte, zelfs hun lippen raakten elkaar. Opwinding in de zaal, maar Weidman gaf geen krimp. „Nice lips”, zei hij alleen. Silva droop af, voor het eerst. Schrik: „Een dag later won Weidman op knock-out.”

Een studie uit 2013 van twee Amerikaanse psychologen naar ruim honderdvijftig staredowns, liet zien dat vechters die een glimlach op hun gezicht kregen, een opvallend hoger verliespercentage en aantal knock-outs hadden.

Hari of Verhoeven; wie zaterdag tijdens de staredown zijn lach laat zien, wordt in het gevecht gepakt.