Opinie

De religie van de stad heet Ajax

Column Amsterdam

Auke Kok

Misschien hadden al die bezoekers en kandidaten zich de gang naar de Paul van Vlissingenstraat kunnen besparen. De straat in Oost is niet de meest romantische van de stad en enkele uitslagen op de feestavond vol prijsuitreikingen stonden van tevoren eigenlijk al vast. Want natuurlijk zou Ajax tot de Sportploeg van Amsterdam worden uitgeroepen. En uiteraard zou Ajax-coach Erik ten Hag de hoofdstedelijke coach van 2019 worden en zou Ajax-voetballer Hakim Ziyech de Sportman van het Jaar zijn. Zo beschouwd hadden ze het Sportgala van Amsterdam dit keer wel zo’n beetje kunnen overslaan. Ze hadden echt niet met z’n allen opgedoft naar dat splinternieuwe en torenhoge Leonardo Royal Hotel aan de rand van het enorme bedrijventerrein bij metrostation Overamstel hoeven gaan. Ze hadden het in zekere zin schriftelijk kunnen afdoen. In 2019 draaide álles sportief gezien om Ajax.

Lees ook: Weet je nog, zullen we later zeggen, 2019, toen we Madrid veroverden?

Je zou zelfs kunnen zeggen dat het belang van deze voetbalclub de sport, zeker wat Amsterdam betreft, al lang ontstegen is.

Je zou zelfs kunnen zeggen dat het belang van deze voetbalclub de sport, zeker wat Amsterdam betreft, al lang ontstegen is

Voor het bereiken van die status had Ajax dit jaar zelfs al die wedstrijden in de Champions League niet hoeven te winnen. De Arena zit toch al praktisch altijd vol en in de cafés is het steevast dringen geblazen zodra de Godenzonen ergens tegen een bal trappen. Ajax is deze eeuw uitgegroeid tot een haast religieus vehikel, tot een instituut dat de mensen van de meest uiteenlopende achtergronden verenigt. De ene leeggelopen kerk na de andere moet worden omgebouwd tot kantoorruimte, maar op wedstrijddagen verandert op iedere hoek van de straat een buurtcafé in een godshuis voor de Heilige Bal. Jong en oud staan zich in een wit shirt met een rode baan, de toga van de Ajax-misdienaars, dan te verdringen voor een scherm dat de boodschap dankzij digitale technieken groots en meeslepend onder het volk verspreidt.

Lees ook: Het waren grootse dagen, weken, maanden

Vroeger, toen niet de scheidsrechters maar de dominees en pastoors de wekelijkse rituelen in goede banen leidden, reed je op zondagmiddag met lijn 9 naar het einde van de Middenweg en kocht je bij de kassa een kaartje. Plaats genoeg. Bij een doorsneewedstrijd zaten er pakweg twaalfduizend mensen in De Meer, het gezellige stadion in de Watergraafsmeer dat zelden vol zat. Dan zag je voor een paar knaken Johan Cruijff en Piet Keizer voetbal tot kunst verheffen. Nu moet je de meest ingewikkelde toeren uithalen om voor een godsvermogen het veel grotere Heilige der Heiligen in Zuidoost te mogen binnengaan. En iedereen heeft dat er voor over, want een gang naar het stadion, of desnoods naar de kroeg met een scherm, geeft structuur aan het dagelijks leven, zorgt voor gedeelde ervaringen en emoties, het brengt de mensen samen in tijden van versplintering.

Dus best leuk hoor, zo’n Sportgala van Amsterdam, maar het is misschien maar beter om Ajax in één keer tot Sportploeg van de Eeuw uit te roepen, dan is die club voortaan hors concours en wordt het op zulke avonden weer een beetje spannend.

Auke Kok is schrijver en journalist.