Opinie

De eenzaamheid van de allerlaatste 48 uur

Tom-Jan Meeus

Menno Snel trad woensdag af als staatssecretaris van Financiën, en het ruwe voor aftredende bewindslieden is de eenzaamheid in de dagen daarvoor. Het besef dat het hele Haagse gezelschap van collega’s, duiders, ambtenaren en kletsmajoors, de chattering classes, over je praat. De ervaring dat ze jou niets meer vragen. Dat jij niet meer over jezelf gaat.

Al jaren ga je naar het ministerie, het ministerie waar zo veel om jou en de minister draait, en het begint je te dagen dat het ineens voorbij kan zijn. Maar langzaam vertrekken kan dus niet. Het is één moment. Daarna: over en uit. Afgelopen. Finito.

Dan de werkelijkheid van de politici om je heen. De mensen van wie je afhankelijk bent. Je minister. Je partijgenoten, je coalitiegenoten. Als eenmaal is ingedaald dat jij misschien de steun van de volledige oppositie verliest, weet je dat ze ineens anders naar je kijken. Je voelt het. Jesse Klaver belt Rob Jetten zondag en geeft ‘een signaal’ af: goede kans dat we Menno laten vallen. Dan begint dat dus.

Daarna: coalitieoverleg op maandag. De logica van zo’n coalitie: dat coalitiepartners het in principe aan jouw partij overlaten of jij blijft. D66 beslist. Evengoed is het voor jou ook lastig te weten wat zo’n Rob Jetten nou werkelijk vindt.

Natuurlijk had hij ze in dat coalitieoverleg maandag op de man af kunnen vragen: ‘Coalitiegenoten, ik hecht aan Menno, aan het aanblijven van Menno, dus kan ik op jullie rekenen?’

Alleen: zo werken die dingen niet. Een partijleider die steun vraagt laat merken dat hij zelf onzeker is over de steun die hij claimt te moeten krijgen.

Bovendien: ze laten toch nooit het achterste van hun tong zien. Want degene die in het coalitieoverleg gewoon zegt: het is mooi geweest met Menno, we trekken onze handen van hem af, staat de volgende dag in de krant als de moordenaar. En wie een coalitiegenoot vermoordt, weet wat er daarna zal gebeuren. Die moet terugbetalen.

Zo eenzaam zijn dus de dagen voor je vertrek. Het is weten en niet-weten. Je voelt wel aan dat ze je weg willen hebben. Je voelt dat het misschien ook beter is. Maar misschien durven ze je niet te laten vallen. Misschien gunnen ze je nog een kans. En misschien lukt het je dan wel. Je piekert en je piekert, je komt er niet uit.

Dan neem je het besluit.

Dus je kondigt je vertrek aan in de Kamer, want zo hoort dat, je staat de verslaggevers nog te woord – en je loopt de leegte in. En nooit zul je weten wat er zou zijn gebeurd als je was gebleven.

Tom-Jan Meeus (t.meeus@nrc.nl; @tomjanmeeus) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Lotfi El Hamidi.