Recensie

Recensie Theater

Creativiteit als de ultieme kwelling

In ‘Yves Saint Laurent’ schetst theatermaker Florian Myjer een beeld van een zeer narcistische, eenzame kunstenaar. Maar in alle onbeschaamdheid is Myjer ook minder kwetsbaar dan je zou willen.

Foto Bas de Brouwer

Yves Saint Laurent, de nieuwste creatie van theatermaker Florian Myjer (1992), gaat natuurlijk niet zozeer over de beroemde Franse modeontwerper, maar veel meer over Myjer zelf. Wat doet het met je – als mens, als kunstenaar – als je al op jonge leeftijd door iedereen gezien wordt als de grote belofte?

De parallellen die Myjer vond in Saint Laurent, maakt hij vooral expliciet in het zeer geestige slotdeel, waarin hij (als Saint Laurent, maar stiekem ook als zichzelf) reflecteert op de schaduwkanten van het kunstenaarschap: de leegte die inherent is aan creatieve toewijding, de zoektocht naar eigenheid, zijn moeizame relatie tot ‘het brede publiek’ of zijn collega-kunstenaars. De manier waarop Myjer zijn eigen prille carrière spiegelt aan die van Saint Laurent – en zichzelf terloops ook doodleuk in een rijtje zet tussen Mondriaan, Proust en Bergman – is heerlijk onbeschaamde ijdelheid.

De aanloop naar die slotscène is bij vlagen radicaal, (te) expliciet en illustratief. Myjer schetst in fysieke scènes een beeld van een zeer narcistische, eenzame kunstenaar. Iemand die obsessief een stopcontact aan de wand of een gordijnrol penetreert (kreunend: „ik heb een logo, ik ben de toekomst”), in zinnelijke taal de vagina bejubelt of vrij intense gayporno aan heeft staan terwijl hij een bezorgde brief van zijn moeder leest.

Hij wordt gedreven door seksuele verlangens, daaruit destilleert hij zijn creativiteit. En dus heeft hij zichzelf opgelegd dat hij altijd opgewonden moet zijn, maar zijn behoeftes nooit bevredigd mogen worden. Na de seks is er immers nog nooit een goed idee ontstaan. Creativiteit als ultieme kwelling, dus.

Myjer zit vooral op de geestigheid en de ironie, waardoor Yves Saint Laurent (hoe onbeschaamd ook) minder kwetsbaar is dan je zou willen. Het maakt deze solo, die hij samen met Ward Weemhoff van theatercollectief De Warme Winkel maakte, nog wat te vlak. Myjer heeft volop materiaal verzameld en naar zijn hand gezet, maar er mist nog een inhoudelijke slag.