Brieven

Brieven

Foto Stephan Vanfleteren/De Bezige Bij

Weinig sectoren worden gekenmerkt door zo’n ongebreidelde tentoonstelling van ijdelheid en, toegegeven: afgunst, als de vaderlandse letteren, of wat daarvan over is. Een mooi bewijs vormde de groepsfoto van De Bezige Bij, afgelopen zaterdag paginagroot afgedrukt in NRC (14/12). Een student antropologie of psychologie zou een studie kunnen wijden aan de manier waarop deze schrijvers poseren, waar ze staan op de trappen, en welke ambitie dan wel pikorde hierachter schuilgaat. De ware schrijver wil nergens bij horen, maar niets menselijks is mij vreemd, dus toen ik werd uitgenodigd voor het 75-jarige verjaardagsfeest van De Bezige Bij, waarvan de fotoshoot in de bibliotheek van het Rijksmuseum de opmaat zou zijn, informeerde ik, publicerend bij Thomas Rap, een imprint van de Bij, voorzichtig bij mijn redacteur hoe laat ik mij diende te melden om verzekerd te zijn van een plek in de literaire erehemel. „Ha Viktor. De foto is alleen voor auteurs die bij de Bij publiceren. We zien elkaar op de dansvloer.” ‘Diskriminasi!’, mailde ik per ommegaande, maar goed, ik begreep ook wel dat er redenen zijn om te voorkomen dat Youp van ’t Hek (dankzij wie Thomas Rap bestaat, maar die bezwaarlijk de nieuwe Émile Zola kan worden genoemd) en een horde voetbalschrijvers, die thans de bestsellerlijsten bestormen, het iconische groepsportret zouden domineren. Nee, daardoor zouden Jan Jaap Ferwerda, K.P. Brummen en Ulli Hung alleen maar in de verdrukking komen.

Wie schetst mijn verbazing, toen ik de krant opensloeg? Voornoemde redacteur alsmede mijn bloedeigen uitgever stonden wél keurig netjes op de foto – en niet achter een pilaar. Hebben zij wellicht een nauwelijks verhulde sleutelroman in de pen, te verschijnen bij de Bij, waarin verongelijkte, om aandacht smekende auteurs op de hak worden genomen? Die zou ik dan graag lezen, als ik er tijd voor had.