Bakens van rust in een zee van emoties

Conflictsussers Ze krijgen te maken met boze reizigers, huiselijk geweld en dronken feestgangers. Als je regelmatig in conflictsituaties komt, is het handig als je weet hoe je de boel moet sussen.

Leerkracht Cindy Meuter
Leerkracht Cindy Meuter Foto Tessa Posthuma de Boer

‘Ze moest niet gezien worden als een snitch’

Cindy Meuter leerkracht (32, Horn)

„Veel brugklasleerlingen op het VMBO zijn onzeker. Zij zaten op de basisschool met slimmere kinderen in de klas, en hebben daardoor het gevoel dat ze niets kunnen. Dat maakt ze een makkelijk doelwit voor pesten.”

Cindy Meuter is docent aardrijkskunde en geschiedenis op de VMBO-afdeling van een scholengemeenschap in Someren.

„Ik ben ook anti-pestcoördinator en vertrouwenspersoon. Een paar jaar geleden klopte een brugklasser bij mij aan. De kinderen deden niet aardig tegen haar. Ze pakten haar etui af en maakten botte opmerkingen. Zulke ogenschijnlijk kleine dingen hebben een groot effect op iemand die al onzeker is. Zij had het gevoel dat de hele klas het op haar had gemunt.

„Ze was ongelukkig en ik wilde helpen. Maar ik besefte dat ik hier zorgvuldig mee om moest gaan om te voorkomen dat de situatie juist verslechterde. Ze moest niet gezien worden als een snitch die zelf niets kon oplossen en bij de docent ging ‘uitjanken’. Bovendien merkte ik dat zij het lastig vond om hierover in gesprek te gaan met een volwassene. Iemand van dertig is natuurlijk stokoud voor een twaalfjarige.

„Ik zocht contact met een ‘minimentor’; een bovenbouwleerling die brugklassers steunt. Ze voerden wekelijks een gesprek en ze gaf het meisje tips om beter met kleine incidenten om te gaan. Ze zei: ga achterin de klas zitten, niet voorin , dan zul je zien dat heus niet de hele klas op je let.

„Het werkte goed. Het meisje werd sterker en zelfverzekerder. Ze begon actief mee te doen in de les en durfde vragen te stellen. Ze kroop uit haar schulp en kreeg het naar haar zin op school.

„Soms is het beter om van een afstandje te sturen. Als ik actief had opgetreden tegen de pesters, was het zelfvertrouwen van het meisje nooit zo gegroeid.

„Twee jaar later wilde het meisje zelf minimentor worden. Toen ze haar diploma haalde, besloot ze in de zorg te gaan. Ze had ontdekt hoe waardevol het is om anderen te helpen.”

Terug naar boven

Al snel werd het meer dan een ordinaire burenruzie’

Mediator Ali al Hadaui Foto Tessa Posthuma de Boer

Ali al Hadaui mediator (44, Den Haag)

„Het begon met geluidsoverlast,” vertelt mediator Ali al Hadaui. „Het Syrische echtpaar met vier kinderen hield van gezelligheid en had geregeld ’s avonds mensen over de vloer. De buurman, die daar woont met zijn vrouw en zoon, ging steevast vroeg naar bed omdat hij op tijd op moest voor zijn werk. Dat botste.

„Al snel werd het meer dan een ordinaire burenruzie. Boze briefjes, vloeken over de schutting. ‘Ik probeer te slapen’ werd ‘Rot op naar je eigen land’. Met als dieptepunt dat de vaders en zonen met elkaar op de vuist gingen en de moeders elkaar bespuugden. Beide gezinnen deden aangifte.

„In een poging een rechtszaak te voorkomen, stuurde de gemeente de gezinnen naar mij. Daar zat ik dan – met twee woedende echtparen en een tolk. Ik besefte dat er te veel emotie zat om naar oplossingen te zoeken.

„Dus liet ik ze hun woede, argwaan en verdriet uiten. Er vloog van alles over tafel. Steeds opnieuw.

„Toen had ik er genoeg van. Als we er niet uitkwamen werden de aangiften in behandeling genomen en volgde er misschien straf. Voor je het weet sta je billen af te vegen in een bejaardenhuis, zei ik, en hebben de kinderen een strafblad.

„Dat was een omslagpunt. Langzaam verschoof het gesprek naar hoe ze beter met elkaar om konden gaan. Glimlach eens naar elkaar in plaats van een middelvinger op te steken. De gezinnen bleken hetzelfde te verlangen, zoals een veilig gevoel. Niemand wil dat zijn hart tekeer gaat, elke keer als hij gebeld wordt.

„Ik hield alle afspraken bij en maakte een contract. In het zesde en laatste gesprek werd het ondertekend. Een emotioneel moment, maar nu overheerste opluchting en dankbaarheid. Wij namen afscheid met een innige omhelzing, zelfs de tolk deed mee.”

Terug naar boven

‘Zes beschonken jongens stonden om mij en mijn collega heen’

Integraal handhaver Daan Monnickendam Foto Tessa Posthuma de Boer

Daan Monnickendam Integraal handhaver (22, Eemnes)

„Als je dat pakkie niet aan had, hadden we je allang een paar stoten verkocht”, kreeg integraal handhaver Daan Monnickendam naar zijn hoofd geslingerd. Het was half twee ’s nachts in Baarn. „Zes beschonken jongens van rond de 25 jaar stonden om mij en mijn collega heen. Wij hadden ze zien wildplassen en waren eropaf gegaan.

„Ik wist: wij zijn niet opgewassen tegen deze zes gespierde types. Ik zie er niet erg imponerend uit en draag niet meer dan een setje handboeien en een portofoon, waarmee we met een knop de politie kunnen waarschuwen. Maar dat kon wel een kwartier duren voordat die kwamen.

„Ik was erg op mijn hoede. Een van de jongens sprong om me heen en maakte bewegingen met zijn armen die een paar centimeter voor mijn gezicht stopten. Een ander zei dat hij op kickboksen zat, en dat ik door één klap naar de andere kant van de straat zou vliegen.

„Ik moest zorgen dat de sfeer omsloeg. Normaal werkt een rustig gesprek al, maar daar waren deze jongens te dronken voor. Dus gooiden mijn collega en ik het over een andere boeg: we besloten er een lolletje van te maken.

„‘Wat knap dat je dat kan, maar ik geloof je op je woord’, zei ik tegen de kickbokser. ‘Wat een goede dansmoves’, zei mijn collega over de intimiderende schijnbewegingen. Dat vonden ze wel geestig. Eén begon te lachen, de rest volgde. Langzaam werd de sfeer gemoedelijker.

„Zo gemoedelijk zelfs dat ze de boete die wij gaven wel grappig vonden. We gingen op hun verzoek nog met z’n allen op de foto. ‘Mag ik je een knuffel geven?’ vroeg een van hen. Dat heb ik toch maar niet gedaan.”

Terug naar boven

‘Hij begon zich te schamen dat hij zo tekeer was gegaan’

Conducteur Romy Schuurbiers Foto Tessa Posthuma de Boer

Romy Schuurbiers conducteur (32, Roosendaal)

„Mag ik uw vervoerbewijs even zien?”, vroeg conducteur Romy Schuurbiers aan een man in de trein. „Hij griste boos een notitieboekje tevoorschijn, krabbelde er iets op en hield het mij voor. ‘Dit is een stiltecoupé!!!’. Ik herhaalde mijn vraag, ditmaal op fluistertoon. De man zei: ‘Jullie waren vorige week in staking, nu ben ik in staking.’

„Na een andere coupé te hebben gecontroleerd kwam ik bij hem terug en vroeg wat er nu precies aan de hand was. Toen ging hij enorm tegen mij tekeer. Hij verweet mij de landelijke ov-staking van de week ervoor. Die ochtend was hij te laat op zijn werk gekomen. Die avond had de vertraging er voor gezorgd dat het door zijn vrouw bereide eten koud was geworden.

„Ik vertelde hem dat ik niet mee had gestaakt, ik was op vakantie. Dat kon hem niets schelen, het bleef schandalig. Of ik wel wist wat voor chaos het was geweest? Hij had er foto’s van gemaakt met zijn mobiel. De man was woest, er was geen land met hem te bezeilen.

„Ik stond inmiddels ook te koken, wat deed deze meneer onbeschoft. Maar als ik boos werd, zou de situatie uit de hand kunnen lopen. Ik besloot hem serieus te nemen, begrip te tonen, een luisterend oor te bieden.

„Op mijn verzoek liet hij de foto’s zien. Jeetje, wat een drukte, beaamde ik, ik ben blij dat ik op vakantie was. Kreeg u problemen doordat u te laat op uw werk kwam? Nee, dat viel wel mee. En was het eten nog te redden? Ja, hij had gelukkig een magnetron.

„Zo bleef ik babbelen. Langzaamverzachtte hij. Hij begon zich te schamen dat hij zo tekeer was gegaan. Uiteindelijk bood hij wel vijf keer zijn excuses aan.

En omdat hij de trein met een glimlach verliet, sloeg ook mijn woede om in een tevreden gevoel.”

Terug naar boven

‘Het moest tot haar doordringen dat ik hier was om te helpen’

Politie-agent Abdur Özbek Foto Tessa Posthuma de Boer

Abdur Özbek politie-agent (34, woonplaats privé)

„Op een avond kwam in de meldkamer van de politie een telefoontje binnen,” vertelt agent Abdur Özbek (34). „Een jongeman zou een bericht hebben gekregen van zijn vriendin. Zij zou zijn mishandeld door haar familie en zou zich hebben opgesloten in de badkamer van haar ouderlijk huis.

„Even later belden mijn collega en ik aan bij het huis. Een vader en zoon deden open. Toen wij zeiden waar wij voor kwamen, keken ze alsof ze water zagen branden. ‘Waar hebben jullie het over? Wij zitten rustig te eten.’ Ik wilde toch even naar binnen. Soms moet je als hulpverlener vertrouwen op je gevoel en mensen niet zomaar op hun woord geloven.

„In de woonkamer waren ook een paar vrouwen. Ik zei dat ik iedereen in het huis bij elkaar wilde hebben. Er bleek nog een meisje boven te zijn. Desgevraagd ging één van de vrouwen haar halen, ik wachtte onderaan de trap. Toen ik gesmoes hoorde, ging ik naar boven. Daar stond de vrouw te praten door een dichte deur. Ik klopte: ‘Politie, opendoen.’

„Het meisje zat onder het bloed. Compleet in elkaar geslagen. Ze huilde. Ik stuurde de andere vrouw weg en vroeg om versterking.

„ Het lukte me niet om contact met het meisje te maken, ze was zo overstuur. Ik moest haar zien te kalmeren, het moest tot haar doordringen dat ik hier was om te helpen. Ik knielde naast haar en praatte zachtjes op haar in. ‘Je bent nu veilig,’ zei ik.

„Ze begon naar mij te luisteren en vertelde me dat haar familie haar al langer mishandelde. Wij zijn samen naar haar kamer gegaan om wat spullen bij elkaar te rapen. Zij is met ons meegegaan – om nooit meer terug te keren. Wij schakelden hulpinstanties in om te zorgen dat zij ook in de toekomst veilig zou zijn, en brachten haar naar haar vriend. Inmiddels zijn ze getrouwd.”

Terug naar boven