Zoveel stikstofuitstoot? De boeren geloven er niets van

Boerenprotesten Boeren rijden woensdag langs bedrijven die volgens hen veel meer stikstof uitstoten. Deskundigen spreken de boeren tegen.

Boze boeren blokkeren de oprit A67 bij Geldrop. Vanuit het hele land reden boze boeren op snelwegen.
Boze boeren blokkeren de oprit A67 bij Geldrop. Vanuit het hele land reden boze boeren op snelwegen. Foto Rob Engelaar

Files op industrieterrein Moerdijk. Boeren rijden in tractoroptocht langs bedrijven die volgens hen ten onrechte buiten schot blijven bij de maatregelen om de stikstof terug te dringen en de natuur te redden. Een afvalverwerker. Een energiecentrale. Even verder de Amercentrale van stroomproducent RWE in Geertruidenberg. En chemiebedrijf Sabic in Bergen op Zoom. Let bij de optocht op dit spandoek: ‘Emissie na 1960: vliegtuigen +384%, auto’s +200%, mensen +123%, koeien -68%’.

Het spandoek weerspiegelt de mening van boeren dat nota bene zij die al zo veel hebben gedaan om duurzamer te werken en de hoeveelheid ammoniak al zo drastisch hebben gereduceerd, moeten opdraaien voor de milieuvervuiling van anderen. De boeren geloven eenvoudigweg niet dat zij voor ongeveer 46 procent verantwoordelijk zijn voor de hoeveelheid stikstof in natuurgebieden, terwijl dit voor de overige sectoren gezamenlijk maar ongeveer 20 procent is.

Wind van voren

De cijfers komen van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en vormen de basis voor de politiek om uit de stikstofcrisis te geraken. Het RIVM krijgt van protesterende boeren steevast de wind van voren omdat het niet transparant zou zijn en de echte vervuilers buiten de berekeningen en metingen laat. Vrijdag eisten twee boerenstichtingen voor de rechter alle gegevens van stikstof uitstotende bedrijven, om daarmee zelf berekeningen te maken, in de verwachting dat daar heel andere cijfers uit zullen komen.

Lees ook: Boeren dagen RIVM over berekeningen stikstof

Die kans dat de bijdrage beduidend lager is dan 46 procent is erg klein, zo blijkt uit een rondgang langs stikstofdeskundigen. „Uit alle modellen blijkt dat in heel Europa de landbouw de grootste bijdrage levert aan de stikstof in natuurgebieden”, zegt Jan Willem Erisman, directeur van het Louis Bolk Instituut voor duurzame landbouw. De modellen bepalen de uitstoot van stikstof en de zogenoemde depositie daarvan in natuurgebieden op basis van rekenmodellen. „Die berekeningen worden vervolgens gevalideerd met metingen in het veld. Als de berekeningen niet kloppen, zou dat moeten blijken uit de metingen. Maar dat is niet zo.”

Nederland stoot het meeste uit

Nederland stootte in 2017 volgens de officiële cijfers 183 miljoen kilo stikstof uit, per hectare het meeste van alle lidstaten van de Europese Unie. De uitstoot is afkomstig van ammoniak bij met name de veehouderij en van stikstofoxiden bij verbrandingsprocessen zoals in het verkeer en de industrie. De stikstof in de natuur komt vooral van ammoniak, dat relatief dicht bij de bron op de bodem terecht komt, en minder van de stikstofoxiden, die veelal wegwaaien naar elders.

Veelal is de verhouding in de depositie 2:1 tot 3:1, zegt Wim de Vries, hoogleraar integrale stikstofeffectanalyse aan Wageningen Universiteit. „Je kunt dus op je klompen aanvoelen dat het percentage van 46 procent ongeveer moet kloppen.” Er kunnen zeker regionaal grote verschillen optreden. Maar: „Doordat er niet alleen wordt berekend, maar ook wordt gemeten, kunnen de cijfers nooit heel erg uit de pas lopen. Er is geen sprake van een systematische onderschatting.”

Berekeningen niet nauwkeurig

Barbecueënde boeren hielden woensdagochtend de grens tussen Nederland en Duitsland bij De Lutte een aantal uur dicht

Dat de berekeningen en metingen niet supernauwkeurig zijn, weet iedereen. Landbouw is de „grootste factor” bij de hoeveelheid stikstof in de natuur, stelt senior-onderzoeker Martijn Schaap van TNO. „Maar je moet wel rekenen met een grote onzekerheidsmarge.” Die kan oplopen tot wel 30 procent. „Naar beide kanten.” Dus is het aandeel van de landbouw in het stikstofoverschot in de natuur 46 procent? „Dat kan ook 39 of 53 procent zijn.”

Dat de Nederlandse industrie voor slecht 1 procent meetelt bij dat stikstofoverschot in de natuur, is volgens Schaap eenvoudig te verklaren: „De industrie produceert vooral stikstofoxiden. Die dragen ver. Bovendien komen ze hoog in de lucht terecht. Er zijn niet voor niets schoorstenen gebouwd; daarmee voorkom je vervuiling van de dichtbij gelegen stedelijke gebieden. Boven de atmosferische menglaag hebben deze stoffen net als de uitstoot van vliegverkeer weinig invloed op de depositie binnen Nederland.”

Meer dan 10.000 kilo stikstof

Er heerst onder boeren grote twijfel over de cijfers van de industrie. „De boeren vermoeden dat een deel van de industriële emissies niet in onze berekeningen zit. Maar dat is niet zo”, zegt hoofd emissieregistratie Margreet van Zanten van het RIVM. Het instituut verzamelt de cijfers van alle bedrijven die jaarlijks meer dan 10.000 kilo stikstof uitstoten. Deze 760 bedrijven zijn dat verplicht. De vele duizenden bedrijven die onder deze drempelwaarde zitten, hoeven dat niet te melden. „Dan heb je het bijvoorbeeld over een lokale drukkerij die stikstof uitstoot om het pand te verwarmen.”

Lees ook: Boeren gaan van hard tot radicaal

Met de verplichte meldingen kan 87 procent van de emissies worden verklaard; de overige 13 procent wordt verklaard uit schattingen op basis van onder meer het energieverbruik van bedrijven.

Is fraude mogelijk? „Dat kun je nooit uitsluiten”, zegt Van Zanten. „Maar het bevoegd gezag controleert regelmatig en van grotere bedrijven weet ik dat die meetapparatuur hebben die ook wordt gecontroleerd.”

Deze woensdag trokken naar schatting tweehonderd tractoren naar de Amercentrale in Geertruidenberg; een van de bedrijven die volgens de boeren onterecht niet worden aangesproken op de vervuiling. Margreet van Zanten raadpleegt de openbare database van de emissieregistratie en treft de uitstoot van de centrale aan; In 2017 bedroeg die 924.900 kilogram stikstofoxiden. In 1990 was dat nog 16.930.000 kilogram. Van Zanten: „Staat er gewoon in, hoor.”