‘Waarom is een topfunctie de definitie van succes?’

Merel van Vroonhoven Eerst had ze een privéchauffeur, nu is ze pabo-leerling. Merel van Vroonhoven verruilde in 2019 haar baan als bestuursvoorzitter van de AFM voor de lerarenopleiding. „Ik wil betekenisvol zijn.”

Foto Lars van den Brink

„Oké jongelui!” Het is midden november, de kinderen uit groep zeven van een basisschool in de multiculturele Haagse wijk Laakkwartier kletsen en grappen met elkaar. Merel van Vroonhoven staat voor de klas, haar handen als een kommetje gevouwen rond haar mond in een poging boven het geroezemoes uit te klinken. „Ik ben niet lui”, zegt een jongetje met zwarte krullen verongelijkt. „Jongelui zijn jonge mensen”, legt van Vroonhoven uit. „En ouwelui zijn mensen zoals ik.”

2019 is het jaar waarin Merel van Vroonhoven van toezichtsfunctie wisselde: van toezicht op de financiële markten in Nederland naar een poging tot toezicht op 25 leerlingen uit groep zeven.

Dat verloopt op deze stagedag niet ordelijk. Het is rumoerig in de klas. De kinderen zijn onrustig en wat zenuwachtig, hun ‘echte’ juf is ziek en later op de middag worden er ook nog eens Sinterklaaslootjes getrokken. ‘Juf Merel’ stuurt twee kinderen naar de gang, die gaan daar verder met klooien.

In de pauze wordt de les van Van Vroonhoven geëvalueerd. De invalmeester zit tegenover haar. Op tafel een kladblok, zijn aantekeningen in het rood.

De les van Van Vroonhoven was gegaan over klonen. Ze had ook verteld over hoe baby’s worden gemaakt. Veel gegiechel in de klas. En: „Juf, moeten we het hier écht over hebben?”

Het is de meester niet duidelijk, zegt hij, waarom de juf twee kinderen op de gang heeft gezet. „Het probleem ligt op zo’n moment bij jou. Het is een teken van jóúw onvermogen om ze tot de orde te roepen en dat uit je dan door ze weg te sturen. Dat is niet sterk.” Hij vindt ook: „Je moet niet aan kinderen vragen of ze het hebben begrepen, dan lijkt het alsof het hun schuld is als ze het nog niet snappen. Je moet vragen: heb ik het goed uitgelegd?”

Van Vroonhoven hoort het aan, maakt een mindmap van de kritiekpunten.

In de les had ze meermaals gedreigd om te stoppen als de kinderen niet zouden luisteren. „Maar je bent niet gestopt. Wat is dan het signaal? Juf Merel, ach die dreigt alleen, maar doet niets.” Hoe kun je van kinderen verwachten, zegt de meester ook, dat ze stil blijven als je vertelt over voortplanting. De mindmap wordt steeds groter. „Zijn er ook nog tops?”, vraagt Van Vroonhoven.

Dit was even wennen aan het begin, zegt ze later over de feedback die ze na iedere les krijgt. In haar vorige banen werd dat minder direct gebracht. Na iedere stagedag, zegt Van Vroonhoven, fietst ze naar een koffietentje om even bij te komen.

In april van dit jaar maakte Merel van Vroonhoven bekend dat ze zou stoppen als bestuursvoorzitter van de Autoriteit Financiële Markten (AFM). Ze kondigde aan dat ze ging beginnen aan de lerarenopleiding om juf te worden in het speciaal onderwijs. Een plotseling besluit, zo leek het. Ze was pas een jaar bezig in haar tweede termijn. Maar Van Vroonhoven had in december 2018 de knoop al doorgehakt. Voor de rest van haar leven alleen nog maar van bestuursfunctie naar bestuursfunctie, dat wil ze niet meer. Liever besteedt ze de rest van haar carrière aan „kwetsbare mensen, die niet meekomen in de modelsamenleving”.

NRC volgde haar in de periode waarin ze stopte bij de AFM en begon aan de lerarenopleiding. Op de hogeschool, op haar stageplek, tijdens haar afscheid bij de AFM en bij een conferentie waar ze sprak over haar overstap. Daarnaast waren er vier gesprekken.

 

Betekenisvol willen zijn

Het is 27 augustus, de eerste studiedag van Merel van Vroonhoven, en ze moet even zoeken naar het lokaal in de schoolgebouwen van InHolland in Den Haag. De elf vrouwen en ene man die bij haar in de klas zitten, stellen zich voor. Een huisvrouw, een marktonderzoeker, een fiscalist. Als de beurt aan Van Vroonhoven is, zegt zij dat ze graag leraar wil worden in het speciaal onderwijs. „Mijn oudste zoon heeft autisme, ik heb gezien hoeveel verschil een goede leerkracht kan maken. En na vijfentwintig jaar leidinggeven dacht ik: goh, ik ben met heel belangrijke dingen bezig, maar ik leef wel in een ivoren toren. Ik wil niet meer alleen onder CEO’s en ministers zijn, ik wil graag op een andere manier betekenisvol zijn.”

 

In mijn hoofd klonk steeds vaker: hoe maak ik écht contact met mensen?

 

Als topvrouw bij de NS, ze was daar de eerste vrouw in de raad van bestuur, ging Merel van Vroonhoven eens in de anderhalf maand mee op de trein als conducteur. „Dan kwam ik een gekke regel tegen en dan zei ik: wie heeft dit bedacht? ‘Ja, jullie’, hoorde ik dan.” Toen ze in 2014 bestuursvoorzitter van de AFM werd, schoof ze af en toe bij de helpdesk aan, om mee te luisteren naar gesprekken met consumenten, dat deed ze ook bij lunches met consumentenpanels. „Dat was sporadisch, ik deed het erbij. In mijn hoofd klonk steeds vaker: hoe maak ik écht contact met mensen? Wat zoek ik nou eigenlijk?” Anderhalf jaar voordat haar eerste termijn zou aflopen, kreeg Van Vroonhoven vanuit de AFM de vraag of ze voor nog een periode wilde gaan. „Ik heb toen veel nagedacht over wat mij drijft en ik concludeerde: dat is niet weer fulltime een bestuurlijke baan. Maar wat het wel was, dat wist ik gewoon niet.”

Waarom bent u dan toch voor een tweede termijn gegaan?

„Omdat ik er niet aan twijfelde bij de AFM te willen blijven. Daar heeft mijn inzet impact gehad op miljoenen mensen. Ik heb me op Europees niveau ingezet om heel giftige financiële producten van de markt te weren. En dat is in achtentwintig landen gelukt. Maar als je de vraag krijgt: stap je nog een keer in of niet, dan is het wel een moment om stil te staan bij hoe lang je iets nog wilt.”

Daarna begint wat Van Vroonhoven een ‘gistingsproces’ noemt, een periode waarin ze ontdekt wat ze wel wil doen. „Het enige wat ik wist, is dat ik dichter in contact wil staan met de mensen waarvoor ik werk.” Na haar herbenoeming schrijft ze zich in voor een opleiding tot celebrant aan de Universiteit voor Humanistiek. Ze leert er niet-religieuze rituelen bedenken om veranderingen in het leven te begeleiden en te vieren: een huwelijk, een overlijden, de geboorte van een baby. „Ik dacht: oké, ik heb nu gekozen om bij de AFM verder te gaan. Laat ik wel iets toevoegen wat niet de gebruikelijke leiderschapstraining is – weer alleen maar inhoud, inhoud en inhoud. Ik wilde andere talenten van mij triggeren. Ik wilde weten hoe ik op een andere manier contact met mensen kon maken.”

Ze volgt de opleiding tegelijkertijd met een hulpverlener die werkt in een gevangenis, een actrice, een uitvaartbegeleider. „Ik ben gaan inzien dat bedrijven eigenlijk heel hard zijn voor hun mensen. Er is weinig plek voor emotionele begeleiding, het is vooral ratio.”

Wat precies aanleiding gaf om serieus over de lerarenopleiding na te denken, dat kan Van Vroonhoven niet terugbrengen tot één reden of moment. Ze had na een lesje aan scholieren over geldzaken weleens gegrapt dat ze voor de klas zou eindigen. Maar in december vorig jaar werd die gedachte concreet.

Het lerarentekort is dan veel in het nieuws. Ze googelt: hoe lang duurt die opleiding eigenlijk? Ze loopt een aantal dagen mee met docenten, die vaak geen idee hebben wie ze is. Op een islamitische school, op vier scholen waar speciaal onderwijs wordt gegeven. Ze praat ook met oud-docenten die het vak juist hebben verlaten: wat beviel hun niet? „Niemand wist het toen nog – behalve mijn gezin. Maar ik wist ook wel dat ik op die scholen niet iemand tegen zou komen van de Zuidas. En als het al een roddel zou worden, dan zou toch niemand het geloven.” De stages zijn voor Van Vroonhoven een bevestiging: ze wil het onderwijs in.

In het voorjaar vertelt ze Paul Rosenmöller, dan nog voorzitter van de raad van toezicht van de AFM, dat ze gaat stoppen als bestuursvoorzitter. Daarna de rest van de raad van toezicht. Ze belt Wopke Hoekstra, minister van Financiën. Ze vertelt het haar collega’s. En dan geeft ze een interview aan Het Financieele Dagblad, waarin ze haar overstap bekend maakt.

„Ik kreeg mooie reacties. Maar ik voelde me ook schuldig. Er zijn al zo weinig vrouwen in topposities. En dan zeg ik vervolgens zelf: ‘Nou dag, ik ga wat anders doen’.”

In het jaar waarin u vertrok als bestuursvoorzitter, stemde de Tweede Kamer voor een quotum van 30 procent vrouwelijke commissarissen bij beursgenoteerde bedrijven.

„Ik vind dat goed en nodig. Je krijgt nog steeds te horen: ‘ja, maar ze zijn er niet’. Natuurlijk zijn ze er wel, alleen niet in de vorm van een man in vrouwenkleding. Want dát is waar naar gezocht wordt. Zo’n quotum wordt ook vaak in een adem genoemd met kwaliteit, dat moet wel het belangrijkst zijn. Zo’n non-argument. Natuurlijk neem je de beste persoon! Als je zo dom bent om alles met een rokje maar aan te nemen, wat doe je dan op die plek?”

Foto Lars van den Brink

 

Afscheid als rouwproces

Van Vroonhoven bedenkt een afscheidsritueel om haar periode als bestuursvoorzitter af te sluiten: ze wandelt in vijf dagen van de AFM in Amsterdam naar InHolland in Den Haag. Op een maandag in augustus vertrekt ze in wandelschoenen en met volle rugzak, na het inleveren van haar pas die toegang gaf tot het AFM-gebouw. Aan het begin is ze emotioneel. „Partir, c’est mourir un peu, zo is het wel. Ik ging door een soort rouwproces.” Geen muziek, geen gezelschap. „Je verwacht veel na te denken tijdens zo’n wandeling, maar je komt al vrij snel in een soort flow. Heel rustig.” Het laatste deel van de wandeling loopt ze samen met haar moeder.

In september neemt ze officieel afscheid bij de AFM, in het historisch kerkgebouw De Duif aan een Amsterdamse gracht. Dat is geen uitgebreide borrel, zoals dat vaak gaat in de financiële sector. Geen champagne, maar koffie en thee, geen bitterballen, wel macarons. En een ochtendvullend programma, met als thema ‘verbinden van werelden’. Onder de gasten en sprekers Wopke Hoekstra, prinses Laurentien van Oranje, oud-premier Jan Peter Balkenende, de top van de financiële wereld.

Naast bewondering was er ook scepsis over uw vertrek. U had een toppositie, alles voor elkaar. Waarom zou u dat opgeven?

„Het interessante is dan natuurlijk: waarom is de definitie van succes een topfunctie?”

Plat gezegd: omdat het veel geld oplevert.

„Dan zijn er altijd nog topfuncties te bedenken waarin je een heel stuk meer kan verdienen.” Van Vroonhoven verdiende vorig jaar 243.679 euro bij de AFM. „Als geld mijn drijfveer was geweest, dan had ik al die jaren bij ING moeten blijven.”

Voor iemand die zoveel verdiende, is het wel makkelijker om zo’n overstap te maken. Niet iedereen kan zich dat veroorloven.

„Zeker. Maar er zijn veel mensen met topfuncties die het zich wel kunnen veroorloven en het toch ook niet doen. Tegelijkertijd spreek ik ook mensen die als zij-instromer voor de klas willen staan. Die groep groeit snel. Dat zijn allemaal mensen die besluiten om substantieel achteruit te gaan in hun salaris. Vroeger kocht ik ook heel veel nieuwe schoenen, dat doe ik niet meer. Ik heb een kast vol hakken maar voor de klas is dat niet zo handig. En het is ook weer niet zo dat een lerarensalaris helemaal niks is, hè. Ik wil niet in de discussie komen of het genoeg is of niet, maar het is niet zo dat je er helemaal niet van kan leven. De grootste barrière is dat mensen bang zijn voor het onbekende.”

 

Het is ook weer niet zo dat een lerarensalaris helemaal niks is, hè

 

Van Vroonhoven maakte haar overstap bekend in een tijd waarin de discussie over de maatschappelijke rol van topbestuurders op hoge toon werd gevoerd. Waren zij niet vooral bezig met zichzelf en met rendement creëren voor aandeelhouders? Nog geen half jaar eerder waren zestien president-commissarissen op het Catshuis bij minister-president Mark Rutte geweest. Ze kwamen daar aan in geblindeerde taxibusjes en weigerden met de pers te praten. Van Rutte kregen ze te horen: laat je meer zien, schuif aan bij talkshowtafels.

Vindt u bestuurders ook te weinig zichtbaar?

„Ik denk niet dat zichtbaarheid aan talkshowtafels een probleem oplost. Je hoeft van mij niet de hele tijd op televisie, je moet de wijken in. En dan niet met camera’s erbij. Het gaat er namelijk om wat je daar zelf leert als individu, en wat je daar vervolgens mee doet als bestuurder.

„Maatschappelijk verantwoord ondernemen is begonnen als een moetje, iedereen deed het nou eenmaal, en het stond goed in het jaarverslag. Nu is er weer een nieuwe hype, dat heet dan purpose. Ja, dat moet dan ook in het Engels. Dan denk ik: purpose? Dat is gewoon je missie. Het gaat er niet om hoe je het noemt, het gaat erom hoe je het invult. En de kern is: kom toch uit die ivoren toren. Ga maar kijken op de Zuidas, daar staan er een heleboel. Daar kan je ook heel comfortabel in zitten. Heel druk ben je dan, de hele dag door, elke dag. En dan kom je thuis, en dan heb je heel hard gewerkt. Kun je lang blijven volhouden.”

Bestuurders zitten niet allemaal stil. Een denktank van prominente bestuurders, onder wie Hans Wijers en Frans Blom, bracht deze zomer een rapport uit waarin ze een appèl doen op Nederlanders om minstens één uur per week te besteden aan hun buurt, om kloven te verkleinen.

„Je moet het doen in plaats van erover te schrijven. Kijk, prima dat je je er zorgen over maakt, die deel ik. Ik was het eens met het advies. Maar de vraag is: wat doe je dan zelf? Je moet met andere mensen in aanraking komen dan de gelijkgestemden met wie je zo’n rapport schrijft. Dat is vaak het probleem. Hoogopgeleide bestuurders die het goede willen doen en dan een oplossing bedenken voor een probleem waarvan ze aannemen dat het er is, zonder de mensen te spreken over wie dat probleem gaat. Hoe goed bedoeld ook, daarmee is de kans van slagen echt klein. De enige aanname die je moet hebben, is dat je niet weet hoe het zit. Wees bescheiden, zeg niet: ik heb rapporten gelezen dus ik weet wat jouw probleem is en ik heb ook nog eens de oplossing, maar luister eens naar die ander. En delegeer dat niet aan iemand anders, doe het zelf als bestuurder.”

U herhaalt vaak dat u betekenisvol wilt zijn. Heeft u als bestuurder zelf gedaan wat u nu van andere bestuurders vraagt?

„Ik denk het wel, maar niet zoveel als ik zou willen. Dat is ook een van de redenen waarom ik ben gestopt en het onderwijs ben ingegaan. Omdat het me niet lukte vanuit het systeem waar ik in zat. Ik ging wel meeluisteren naar gedupeerde klanten, maar dan blijft de vraag of ik er een groter deel van mijn tijd in had moeten stoppen. Uiteindelijk denk ik van wel.

Daarom wilde ik ook in een multiculturele wijk stage lopen. Mijn jongste zoon heeft in een chique, witte wijk op school gezeten. Daar reden zo de suv’s voor met hoogopgeleide ouders die hun kinderen kwamen halen. Ik wil nu begrijpen hoe het is voor kinderen die opgroeien in een andere omgeving.”

Van Vroonhoven schrijft elke dag in haar dagboek. In december leest ze terug wat haar angsten waren in september, toen ze net aan de lerarenopleiding begon. „Een daarvan was: kan ik dit wel? Die vraag stel ik mezelf nog steeds wel op een slechte dag. Het is zoveel werk, veel meer dan ik had verwacht. Maar dan zet ik me er overheen, hup die arena weer in. Andere angsten die ik vooraf had, komen helemaal niet uit. Die gingen over wat anderen van mijn overstap zouden vinden, of ze het zouden begrijpen. En of ik ook betekenisvol kon zijn zonder baas te zijn van een grote organisatie. Maar de belangrijkste vraag die ik mezelf vooraf stelde, was of ik mijn oude wereld wel los kon laten. Met alles wat daarbij hoort. De status, de privileges.”

Nu is er geen privé-chauffeur met auto meer. En ook geen secretaresse die de agenda bijhoudt en op de deur klopt als de volgende afspraak er is. Van Vroonhoven zegt in de periode dat NRC haar volgt vaak dat ze zich als Alice in Wonderland voelt. „Ik ben natuurlijk gewend aan een leven dat helemaal gestructureerd is. Met een secretaresse, met voorbereide stukken voor een vergadering die op je bureau verschijnen. In die tijd ben ik afhankelijk geworden. Nu moet ik alles zelf indelen en mijn agenda zelf bijhouden.” Wat Vroonhoven ook opnieuw moet leren, is studeren. „Ik studeerde in een tijd waarin je een lijst met vakken kreeg. Nou, dat is nu wel even anders geworden.” Soms, zegt Van Vroonhoven, is ze de wanhoop nabij. Als ze moet leren voor haar eerste tentamenweek en ze rijtjes moet stampen, als ze in de knoop komt met de tijd tijdens het maken van tentamens omdat ze niet wist dat er geen telefoons op tafel mogen en ze geen horloge mee heeft. Als ze met volle blaas de tijd moet uitzitten omdat ze niet wist dat je tijdens zo’n tentamen geen gebruik mag maken van het toilet. Uiteindelijk haalt ze voldoendes voor alle tentamens uit het eerste blok.

Van alle dingen die Van Vroonhoven in moest leveren bij haar afscheid leek haar visitekaartje, met daarop ‘Merel van Vroonhoven – bestuursvoorzitter AFM’, het meest ingrijpend. In de exitbrief die ze kreeg bij haar vertrek in september, stond het verzoek om haar LinkedIn- pagina aan te passen. „Dat was wel even een moment. Ik dacht: wat moet daar nu staan?”

Dit is het geworden: ‘Ik ben Merel van Vroonhoven, een ervaren beginner.’

 

Het jaar in tien interviews