Opinie

Toeslagenprobleem is met aftreden van Menno Snel niet weg

belastingdienst

Commentaar

Het toeslagenmoeras heeft met het vertrek van staatssecretaris Menno Snel (Financiën, D66) zijn tweede politieke slachtoffer in vijf jaar geëist. In 2014 was het VVD’er Frans Weekers met dezelfde portefeuille die voortijdig opstapte. Ook toen was de chaos met de toeslagen aanleiding voor politieke ophef. En ook toen was het in de ogen van de staatssecretaris ontbreken van voldoende politiek draagvlak de reden voor zijn ontslagaanvrage.

Draagvlak dat in 2014 nodig was en ook nu weer nodig is om noodzakelijke veranderingen bij de Belastingdienst tot stand te kunnen brengen. Dat er in ruim vijf jaar tijd niets wezenlijk is veranderd, toont aan hoe hardnekkig het probleem is. Het laat ook zien dat het politieke signaal dat van voortijdig aftreden volgens de staatsrechtelijke theorie dient uit te gaan, bij de Belastingdienst niet heeft gewerkt.

Staatsrechtgeleerde Donner, de vader van de oud-minister die dit jaar een vernietigend rapport over het handelen van de Belastingdienst schreef, zei in de vorige eeuw al dat het aftreden van een bewindspersoon als gevolg van problemen op zijn departement moest worden beschouwd als „een zweepslag voor de ambtelijke dienst”. Die zweepslag heeft in het geval van de Belastingdienst niet gewerkt. Want het falen ging door nadat staatssecretaris Weekers was vertrokken. Het is daarom te betwijfelen of het aftreden van staatssecretaris Snel wel op korte termijn tot een omslag zal leiden.

Vooralsnog heeft het opstappen van Snel vooral psychologische betekenis. Niet alleen de gedupeerden van het vooringenomen optreden van de Belastingdienst zijn slachtoffer, maar ook de politiek hoofdverantwoordelijke mag zich nu slachtoffer noemen. Weliswaar op een andere manier, maar het tonen van schuldbesef kan heilzaam werken.

Waarbij de vraag is of de beruchte druppel die ervoor zorgde dat Snel zich deze week opnieuw tegenover de Tweede Kamer moest verantwoorden echt wel zo kwalijk was. Ja, de zwartgelakte dossiers van degenen die ten onrechte waren aangemerkt als toeslagenfraudeurs zorgden voor een desastreus beeld dat de onwil van de Belastingdienst nog eens bevestigde. Maar in werkelijkheid lieten de privacyregels de dienst geen keus. Bovendien waren er ook wel degelijk leesbare pagina’s. Getoond is wat kon worden getoond. Het alternatief was geen inzage in de dossiers.

Dat is een frustrerend verhaal voor degenen die zich toch al slecht behandeld voelden, maar Tweede Kamerleden hadden beter moeten weten. Te gemakkelijk deinden zij mee op de golven van de op sociale media heftig circulerende publieke verontwaardiging over de zwartgelakte pagina’s. Beeldvorming kan ook worden tegengesproken.

Staatssecretaris Snel zag onder deze omstandigheden voor zichzelf terecht geen andere oplossing dan aftreden. Pas een eerste groep benadeelden wordt nu tegemoetgekomen. Nog velen zullen volgen met nieuwe vragen over hoe het zo ver heeft kunnen komen. Snel heeft goed ingezien dat hij een oplossing in de weg staat zolang hij beschouwd wordt als een onderdeel van het probleem.

Maar natuurlijk is Snel niet het probleem. Het probleem is het systeem van toeslagen dat er voor zorgt dat zes miljoen huishoudens jaarlijks 14,5 miljard euro aan toeslagen krijgen uitbetaald volgens het principe ‘eerst uitkeren, dan controleren’. Een uitermate fraudegevoelig systeem, waarmee de Tweede en Eerste Kamer in 2005 willens en wetens hebben ingestemd.