SER: te weinig kans op scholing voor mensen met uitkering

Advies De overheid moet werklozen vaker scholing aanbieden, adviseert de SER. Dan wordt hun baankans blijvend groter.

Uitkeringsinstantie UWV kan op dit moment nog niet alle opleidingen aanbieden bijvoorbeeld omdat die langer duurt dan de WW-periode.
Uitkeringsinstantie UWV kan op dit moment nog niet alle opleidingen aanbieden bijvoorbeeld omdat die langer duurt dan de WW-periode. Foto Roos Koole/ANP Xtra

Mensen met een uitkering krijgen te weinig kansen om hun loopbaanperspectief te verbeteren via een opleiding of cursus. Dat concludeert de Sociaal-Economische Raad (SER), een belangrijke kabinetsadviseur, in een advies dat woensdag wordt gepubliceerd.

De regels in bijvoorbeeld de bijstand en de WW zijn er vooral op gericht om mensen zo snel mogelijk aan een baan te helpen, schrijft de SER, bestaande uit werkgevers, vakbonden en deskundige ‘kroonleden’. Maar soms hebben zij meer baat bij een opleiding of cursus, om hun baankans op de lange termijn te vergroten. De SER vindt dat gemeenten en uitkeringsinstantie UWV zich minder moeten richten op „de kortste weg naar werk” en meer op een „duurzame” baankans „op de langere termijn”.

De SER wil bovenal dat er in Nederland een sterkere „leercultuur” gaat ontstaan. Zo’n leercultuur wordt al jaren bepleit door deskundigen. Loopbanen duren steeds langer, door de stijgende pensioenleeftijd. En tijdens die lange loopbaan veranderen functie-eisen door technologische vooruitgang. Ook verdwijnen er banen, bijvoorbeeld in administratieve beroepen, en komen er elders functies bij, zoals in de ict en zorg. Werknemers kunnen die snelle veranderingen alleen bijbenen, is de gedachte, als zij voortdurend blijven leren.

Lees ook: Over tien jaar is half Nederland niet meer geschikt voor zijn werk

‘Bezuinigen op het zwembad’

De Rotterdamse wethouder Richard Moti (Werk en Inkomen, PvdA) is blij met het SER-advies. „Ik herken me enorm in de genoemde knelpunten in het advies.”

Zo beschrijft de SER dat het kortetermijndenken van gemeenten wordt veroorzaakt door een sterke „financiële en wettelijke prikkel”. Gemeenten krijgen hun bijstandsbudget op basis van een landelijke verdeelsleutel. Blijft er geld over, dan mag dat vrij besteed worden. Treden er tekorten op, dan moet de gemeente elders bezuinigen. Moti: „Op speeltuinen of zwembaden bijvoorbeeld.”

Toch bieden gemeenten en het UWV weleens scholing aan, ziet de SER. Maar dan vooral „goedkope, kortdurende, gerichte opleidingen”. Een „diplomagerichte opleiding” behoort zelden tot de mogelijkheden.

Onzekere contracten

Mensen die met zo’n kortetermijnstrategie aan een baan worden geholpen, lopen een „verhoogd risico op baanverlies”, schrijft de SER op basis van eerder onderzoek. Ook krijgen zij vaker een onzeker, tijdelijk contract met een laag salaris. Dat ziet ook Moti: „Zij worden bijvoorbeeld verkeersregelaar of bouwopruimer en zijn na een jaar weer werkloos.”

Vorige maand waarschuwde Divosa, de vereniging van directeuren van sociale diensten, nog dat veel bijstandsgerechtigden na het vinden van een baan, snel weer een uitkering nodig hebben. Ruim een op de drie mensen die uitstroomt uit de bijstand, keert binnen vijf jaar terug in die regeling.

Uitkeringsinstantie UWV, verantwoordelijk voor de werkloosheidsuitkering WW, kan nu putten uit een tijdelijk opleidingsbudget. Maar Tof Thissen, directeur van het UWV Werkbedrijf, zegt dat hij nog niet alle opleidingen kan aanbieden die hij zou willen. „In de financieel-administratieve sector zijn veel mensen wegbezuinigd. Die zouden best competenties kunnen hebben om leraar te worden. Maar zo’n opleiding tot leraar duurt lang, vaak langer dan de WW-periode. En dan gaat het niet.”

Die regels moeten soepeler, vindt de SER. Een opleiding die langer duurt dan de WW-periode, of al voor de uitkeringsperiode begint, zou ook gefaciliteerd moeten worden. „Dan kan er echt maatwerk worden geboden”, zegt Mariëtte Hamer, voorzitter van de SER.

Bedrijven betalen mee

De raad pleit ook voor samenwerking tussen de gemeenten, bedrijven en onderwijsinstellingen en noemt daarbij Rotterdam als voorbeeld. Die stad sluit ‘leerwerkakkoorden’ af met werkgevers en onderwijsinstellingen, die meebetalen aan de opleiding van bijstandsontvangers, zodat zij liefst mbo-niveau behalen, om hun baankans te vergroten. Wethouder Moti: „Vooral werkgevers in sectoren met grote tekorten zijn bereid om goede afspraken met ons te maken.”

Rotterdam kan zich dit langetermijnperspectief permitteren, zegt Moti, doordat de gemeente nu een overschot heeft op zijn bijstandsbudget. „Eigenlijk zouden alle gemeenten zulke akkoorden moeten kunnen maken. Maar dan moeten ze daar ook genoeg geld voor krijgen.”