Raad van State beslist langlopend conflict in voordeel gemeente Bergen

Huis- en grondeigenaren in Bergen (NH) eisten tientallen miljoenen schadevergoeding van de gemeente omdat zij bouwmogelijkheden zagen wegvallen door een nieuw bestemmingsplan. De Raad van State gaat hier niet in mee.
Een vrouw fiets met haar kinderen door het bos bij Bergen.
Een vrouw fiets met haar kinderen door het bos bij Bergen. Foto Koen van Weel / ANP

De grote meerderheid van een groep huiseigenaren in het Noord-Hollandse dorp Bergen die al jaren overhoop ligt met de gemeente, heeft geen recht op een planschadevergoeding. Bergen hoeft in 28 van de 31 gevallen geen vergoeding te betalen voor eventuele waardedaling van huizen na de aanpassing van een bestemmingsplan, oordeelt de Raad van State woensdag. Door de uitspraak komt er een einde aan een zaak die al sinds 2015 liep.

Het Noord-Hollandse dorp heeft een geschiedenis bij de Raad van State: in Bergen praat de burger keihard terug

Het conflict tussen de gemeente en de huiseigenaren begon in 2009. De gemeente vaardigde toen het bestemmingsplan ‘Bergen Dorpskern Zuid’ uit, dat een oud bestemmingsplan uit 1934 verving. In het nieuwe bestemmingsplan waren de bouwmogelijkheden flink ingeperkt, waardoor eigenaren van percelen met enkele landhuizen en villa’s die niet verder mochten bebouwen.

De huis- en grondeigenaren, rond het gebied aan de Eeuwigelaan, vonden dat zij recht hadden op een planschadevergoeding en dienden voor tientallen miljoenen aan claims in. Toen de gemeente die afwees stapten de eigenaren naar de rechter. De Raad van State stelt de gemeente echter in het gelijk en gaat inhoudelijk niet mee met de argumenten van de huizenbezitters.

De hoogste bestuursrechter kende in twee gevallen wel een zogeheten schadevergoeding in natura toe. Deze eigenaren mogen een vergunningsaanvraag doen waarmee ze op hun oude bouwrechten aanspraak kunnen maken. Lukt dit niet, dan moet onder bepaalde omstandigheden alsnog financiële compensatie volgen. Een derde geval moet opnieuw worden beoordeeld door het Bergense college. Wel krijgt de gemachtigde van de 31 huizenbezitters in de rechtszaak gelijk op een procedureel punt: de gemeente moet te laag inschatte proceskostenvergoedingen alsnog betalen.