Reportage

Op het carnaval in Aalst mag alles, ook praalwagens met Joodse karikaturen

Bijna een jaar nadat er ophef ontstond over Joodse karikaturen op het carnaval van Aalst, bereidt de Belgische stad zich voor op een nieuwe optocht. Intussen werd het Aalster carnaval van de Unesco-lijst gehaald.

Begin 2019 gingen deze praalwagens met Joodse karikaturen als pijpenkrullen, haakneuzen en zakken met geld de wereld over als voorbeeld van antisemitisme.
Begin 2019 gingen deze praalwagens met Joodse karikaturen als pijpenkrullen, haakneuzen en zakken met geld de wereld over als voorbeeld van antisemitisme. Foto Carlo Coppejans

Een rondleiding? Daar is de toezichthouder van de carnavalswerkhallen in Aalst in eerste instantie terughoudend in. Eigenlijk moet er vooraf toestemming zijn. En waar gaat het precies over? Over die kwestie zeker? „We zijn al genoeg in het nieuws gekomen. Mensen hier hebben doodsbedreigingen gekregen.”

Begin maart gingen beelden van het carnaval in de Oost-Vlaamse stad de wereld over als voorbeeld van antisemitisme. Op een van de praalwagens stonden Joodse karikaturen met pijpenkrullen, haakneuzen en zakken met geld. De Joodse gemeenschap veroordeelde de actie. Unesco noemde het respectloos, en besloot vorige week het Aalster carnaval te schrappen van de lijst voor immaterieel cultureel erfgoed waar het sinds 2010 op stond.

Dus nee, enthousiast is Guy Walgraef niet meteen bij het zien van weer een journalist. Na een telefoontje met de stad komt de toestemming er alsnog, en begint hij steeds gepassioneerder te praten. „Kom, ik laat u alles zien. Straks zult u wel anders naar ons carnaval kijken, dat doet iedereen.”

Lees ook: Hoe de verkiezing van Prins Carnaval in Aalst in 2016 voor drama en venijn zorgde

Het duurt nog twee maanden voor het zover is, maar in de werkhallen is volop bedrijvigheid. Nu al wordt na werktijd elke avond tot twaalf uur gebouwd aan nieuwe praalwagens door tientallen carnavalsverenigingen. In onverwarmde loodsen wordt geschaafd aan polyester en piepschuim, worden karren in elkaar gelast en gigantische poppen beschilderd. De carnavalsradio galmt boven het geluid van slijptollen uit. „Die vleugels kunnen op en neer bewegen”, wijst Walgraef trots. „Ze maken dat allemaal zelf hè. Eén zo’n kar kan al snel 50.000 euro aan materiaal kosten.” En dit is nog niets: „Je zou het hier in de dagen voor carnaval moeten zien!”

In zak en as

Des te pijnlijker vindt hij het dat het vorige keer zo misliep. „Dit is niet zomaar een hobby. Ze zijn hier elf van de twaalf maanden van het jaar mee bezig.” De leden van carnavalsgroep de Vismooil’n, de groep die in opspraak kwam met zijn praalwagen, hebben het afgelopen jaar „in zak en as” gezeten, vertelt hij. „Wat er is gebeurd, is volledig uit zijn context getrokken.”

Voor een keer wil hij die context nog wel eens schetsen. De Vismooil’n wilden sparen voor een extra mooie wagen in het volgende jaar. „Daarom was dit een sabbatsjaar.” En sabbat, vervolgt hij, „geeft al snel een associatie met Joden”. Daarnaast: de wagen was „eigenlijk bedoeld als compliment”. Joden staan volgens hem immers bekend als de belangrijkste heersers op financieel gebied in de wereld, zoals in de diamantsector. „Wij gooien geld over de balk, zij kunnen tenminste sparen.”

Kortom, ze bedoelden het nooit zo, zegt Walgraef. Dezelfde poppen werden bovendien al in eerdere edities en anders uitgedost gebruikt. Dat ze leken op karikaturen van rond de Tweede Wereldoorlog, vindt hij „vreselijk”. „Maar daar wisten de mensen die de wagen maakten helemaal niets vanaf.”

Nog meer context: de wagen van de Vismooil’n was er een van meer dan honderd, in een lange carnavalsstoet. Daarin wordt „gelachen om alles en iedereen”, aldus Walgraef. „We lachen om de paus, met gastarbeiders, met onze burgemeester, met onszelf.” Het is volgens hem totaal niet op een bepaalde groep gericht. „Je moet dat gewoon met een korrel – of wat zeg ik – met een hele kilo zout nemen.”

Parodiëren en choqueren

Ook in het stadhuis denken ze daar zo over. Het carnaval is de „hoogdag van vrije meningsuiting”, „net bedoeld om te parodiëren en te choqueren”, schreef burgemeester van Aalst Christoph D’Haese eerder dit jaar in De Standaard. Hij vroeg vóór de verwijdering zelf al om Aalst van de Unesco-lijst te halen. Je kunt van mening verschillen over „de fijnzinnigheid van dit alles”, vindt D’Haese. „Tegelijk staat het als een paal boven water dat spot en satire te allen tijde gevrijwaard moeten blijven van censuur.”

Dat vindt het Belgische Forum der Joodse Organisaties niet. Woordvoerder Hans Knoop schreef in dezelfde krant: „Ik durf de stelling te verkondigen dat er zonder de in Aalst als humor gepresenteerde antisemitische karikaturen geen Holocaust zou hebben kunnen plaatsvinden.” Aan humor zit wel degelijk een grens, vond hij.

Lees ook: Als terrorist verkleed naar carnaval - moet dat kunnen? Wat is carnaval zonder satire?

Dat vinden Aalstenaars tot op zekere hoogte ook. Marc Dutroux en andere moordenaars komen bijvoorbeeld nooit in de optocht. Juist deze dinsdag nog achtte de burgemeester een klacht tegen een cabaretier die grappen over slachtoffers van de Bende van Nijvel maakte terecht. De Tweede Wereldoorlog kwam wél voorbij in eerdere editie. Zo werd het carnaval in 2013 door de Unesco al eens op de vingers getikt. Toen ontstond ophef omdat carnavalvierders in nazi-uniformen en met maskers van N-VA-politici op paradeerden, terwijl ze blikken ‘Zyklon B’ droegen, om de Vlaams-nationalistische partij op de hak te nemen.

Haakneuzen

Het Coördinatiecomité van de Joodse Organisaties van België (CCJOB) riep Aalst na de schrapping van Unesco op om „anti-Joodse vooroordelen zoals haakneuzen, geldhandel en economische wereldheerschappij” niet langer te verspreiden. Maar in Aalst zijn ze niet van plan voorzichtiger te worden. Koning Filip, Jezus en Greta Thunberg staan tussen de poppen in aanbouw in de werkhallen, net als de ‘torenpoeper’, de oud-burgemeester waarvan ooit een video uitlekte waarop ze seks heeft in het openbaar, bovenop een toren. Een van de controversiële poppen van vorig jaar komt ook terug, in dezelfde vorm: „Die is overgenomen door een andere groep, en wordt gebruikt in een ludieke wagen met het thema diversiteit.”

In carnavalswinkel Liebaut, elders in Aalst, zijn ze zeker niet van plan in te binden. „Ik heb 250 van dat soort zwarte hoeden besteld”, toont Danny Liebaut in zijn winkel een voorbeeld. „Daar komen pijpenkrullen aan te hangen. We hebben ook Jodenjassen besteld, van die lange zwarte. Je kunt er ook een witte sjaal en baard bij kopen.” Antisemitisch? Totaal niet, vindt Liebaut. En: „Plaats je ons in een keurslijf, dan heb je geen carnaval meer.”

Correctie (18 december 2019): In een eerdere versie van dit artikel werd de Zweedse klimaatactivist Greta Thunberg foutief Gretha Thunberg genoemd. Dat is hierboven aangepast.