Opinie

Mijn boek van het jaar

Frits Abrahams

Het is lijstjestijd. Recensenten buigen zich over de boeken en films die het afgelopen jaar hun voorkeur hadden. Ik zal me beperken tot één boek. Het verscheen dit jaar op de valreep en groeide voor mij snel uit tot hét boek van 2019. Ik bedoel Fantastische nacht en andere verhalen van Stefan Zweig, een pil van 656 pagina’s die achttien van zijn beste verhalen bevat.

Ik begon er zonder grote verwachtingen aan. Van Zweig kende ik alleen De wereld van gisteren, zijn herinneringen aan het oude Europa waaruit hij wegvluchtte voor hij in 1942 in Brazilië met zijn vrouw zelfmoord pleegde. Het verhalende proza van Zweig had ik niet gelezen, zelfs zijn befaamde Schaaknovelle niet.

De wereld van gisteren vond ik een uitstekend boek, maar ik miste de dimensie van Zweigs persoonlijke leven. Hij wilde niet zozeer over zijn lot schrijven, legde hij in zijn voorwoord uit, maar over dat van een hele generatie, „onze unieke generatie, die meer van het lot te dragen kreeg dan vrijwel alle andere in de loop der geschiedenis”.

Uitgeverij Van Oorschot liet Zweigs verhalen vertalen door Ria van Hengel, een inmiddels 80-jarige gelauwerde vertaalster. Ik kan niet beoordelen of zij het Duits van Zweig recht heeft gedaan, wel onderging ik haar Nederlands als een schitterende, rijkgeschakeerde taal.

Zij merkt in haar nawoord op dat Zweig in zijn memoires weinig over seksualiteit schreef, maar des te meer in deze verhalen. Hij was een seksuele ontdekkingsreiziger van formaat, begrijp ik. Hij nam winkel- en fabrieksmeisjes mee naar zijn vrijgezellenflat in Wenen en naar hotelkamers in Berlijn en Parijs, hij ontmoette jongemannen aan de oevers van de Spree en de Seine, hij deed aan exhibitionisme en was zeer geïnteresseerd in het werk van Freud. Geen wonder dat zijn verhalen knisteren van erotiek. (Knisteren in de betekenis van knetteren of ritselen wordt door Van Hengel vaak gebruikt.)

Al met het korte openingsverhaal ‘De gouvernante’ had Zweig mij in zijn ban. Twee kinderen in een deftig gezin merken dat hun gouvernante een relatie heeft met een inwonende neef. Ze raakt zwanger van hem, krijgt ontslag en pleegt zelfmoord. De kinderen ontdekken geleidelijk wat er gaande is. Gedaan is het met hun onschuld en hun vertrouwen in ouderen. „Bang zijn ze voor het leven waarin ze nu opgroeien, voor het leven dat duister en dreigend voor hen staat als een donker bos waar ze doorheen moeten.”

Andere prachtverhalen, behalve de terecht beroemde ‘Schaaknovelle’, zijn ‘Vierentwintig uur uit het leven van een vrouw’ (over gokverslaving) , ‘Onverwachte kennismaking met een ambacht’ (met een bijna journalistieke beschrijving van het werk van een zakkenroller) en vooral ‘Angst’, dat de angst uitbeeldt van een vrouw voor de ontdekking door haar man van haar overspel. In al dergelijke verhalen toont Zweig zich een superieure stilist met veel gevoel voor de troebelheid van daden en de motieven erachter.

Ter afsluiting nog één mooie zin voor de twijfelaars? Uit ‘Brandend geheim’: „En de kracht van een liefde wordt altijd verkeerd berekend als ze alleen naar haar aanleiding wordt beoordeeld en niet naar de spanning die eraan voorafgaat, die holle, duistere ruimte van teleurstelling en eenzaamheid die vóór alle grote gebeurtenissen van het hart ligt.”