‘Mens zijn vind ik best ongemakkelijk’

Typhoon Na het grote succes van zijn doorbraakalbum kreeg rapper Typhoon een burn-out waarbij hij de wil om te leven tijdelijk kwijt was. Komend voorjaar verschijnt zijn nieuwe album. „Ik wil hard raken.”

Foto Lars van den Brink

„Je bent de eerste buitenstaander die ik hier toelaat”, zegt Glenn de Randamie, artiestennaam Typhoon, als hij koffie heeft gezet. We zitten in de tuin van het landhuis waar hij nu twee jaar woont, in een klein buurtschap aan de IJssel, onder Zwolle. Het is warm, de zon schijnt. Op het ronde tuintafeltje ligt een bijbel, gebonden editie, wijnrode omslag.

In februari 2018 kondigde Typhoon, bijna vier jaar na het verschijnen van zijn doorbraakalbum Lobi da Basi, gevolgd door een lange periode van intensief touren, plots een ‘pauze’ aan. Anderhalf jaar trad hij weinig op en gaf hij vrijwel geen interviews.

Wat er precies aan de hand was benoemde hij pas dit jaar, in een video die hij enkele weken voor ons eerste gesprek op Instagram zette. Een serieuze burn-out. Lichamelijk en mentaal helemaal leeg.

„Ik trad op met Jef Neve en Sinfonietta”, vertelt hij in z’n tuin. „Dat waren zes optredens in acht dagen. En daarna had ik meteen De Vrienden van Amstel Live, veertien shows in zestien dagen. Privé ging het al niet goed. Die shows waren de genadeklap.”

Je zei in de Instagram-video: ik had medicijnen nodig om uit bed te komen en ik had medicijnen nodig om op te treden.

„Ik stond in de overlevingsstand. Dan grijp je alles aan waarvan je denkt dat het nodig is om door te kunnen blijven gaan. Mensen zeiden wel dat het zo niet langer kon, maar dat kun je niet toelaten, want elke vorm van kwetsbaarheid kan het eerste scheurtje in je verdedigingsmuur betekenen. Op een avond, vlak voor de eerste try-out met Jef Neve, lag ik op bed en dacht ik: nu ben je gewoon een sorry excuse for an artist. Hier is niets romantisch meer aan, of rock-’n-roll. Dit is gewoon sneu.”

Je had het gevoel dat je de mensen om je heen niet kon teleurstellen.

„Allemaal excuses. Ik doe het uiteindelijk zelf. Maar… bepaalde dingen overkomen je ook. Je werkt er keihard voor, maar niets bereidt je voor op het moment dat je écht doorbreekt, dat je écht een BN’er wordt. Wat er dan op je afkomt, hoeveel ogen er op je gericht zijn. Ik ben hypersensitief, dus ál die dingen doen wat met me. Combineer dat met pleasend gedrag… ik kón niet meer naar mezelf luisteren.”

En je zocht naar verdoving door urenlang FIFA te spelen op de PlayStation.

„Ja. Toen ik met De Vrienden van Amstel in Ahoy stond, dacht ik op een van die avonden alleen maar: oké, snel optreden en dan terug naar mijn hotelkamer om de finale te spelen. Dat spel voelde veilig, omdat ik moeite had met mensen.”

Zocht je die verdoving ook in drugs?

„Nee, maar wel… drinken, soms.”

Ja?

„Ik ben niet zo’n fan van alcohol. Maar je probeert. Ik weet nog dat ik ’s nachts een fles wijn leegdronk en rondjes liep, hier, om het huis heen, en ik was zó boos, ik wilde die fles stukgooien tegen de muur. En tegelijk dacht ik: fuck, dan moet ik dat morgen weer opruimen.” Hij lacht. „Ik wilde wel destructief zijn, maar niet de volgende dag de scherven opvegen.”

Wanneer wist je: ik móet nu pauze nemen?

„Ik zat er eigenlijk al doorheen toen Lobi da Basi af was. En m’n team ook. Maar tegelijk dat gevoel: eindelijk mág ik. Optreden, delen wat ik heb gemaakt. Ik geloofde er echt in dat dit de bedoeling was voor mij. Ik heb mijn talent niet voor mezelf gekregen, ik wíl het delen, ik wil hard raken. De dopamine die aangemaakt wordt als je een crowd ziet springen…” Hij glundert even. „Daar krijg je een kick van, dat streelt het ego. Dus ik ging maar door.”

Tot je op een dag naar jezelf keek en dacht…

„Ik wist niet meer wat ik met mezelf aan moest. Ik zocht afleiding in aandacht van vrouwen, in niet slapen, er zijn zoveel dingen waarin ik een uitweg zocht. Tot het ineens op was. Juist op de dingen die het leven de moeite waard maken, het contact met andere mensen, had ik al die tijd beknibbeld. Mijn zelfbeeld van ‘ik kan dit allemaal aan’ was vernaggeld. En ineens zat ik daar… níets voelend. En toen werd het pitch black. En dan komen er gedachten in je op. Waarom ben ik er nog? Ik wil hier niet meer zijn.”

Dat klinkt alsof je over zelfdoding nadacht.

Hij blijft lang stil. Dan: „Het moment dat ik weer contact maakte met God, was het moment dat ik het diepst zat. Ik was in Zwitserland met twee vrienden, we zouden een weekje hiken. Ik voelde me zó leeg. Na zes kilometer op de eerste dag kon ik de rest van de week niks meer. Zij waren hele dagen weg, en ik… daar in de bergen van Zwitserland was er ineens een stem die zei: rij gewoon van deze klif af. Ik zag het al gebeuren. Ik dramatiseer dit niet. Dat was het moment dat ik mijn notitieboekje schreef: ‘God, S.O.S.’ Het is maar net wat je gelooft, maar ik geloof dat ik God toen gehoord heb, want er kwamen zulke zalvende en liefdevolle woorden in me op. Later heb ik veel gesproken met een kennis die predikant is, ik heb veel gebeden, en liet me uiteindelijk weer dopen. Dat heeft me veel gedaan.”

Hoe kon het dat je zelfs twee goede vrienden niet meer onder ogen kon komen?

„Weet je wat het is? Er is een taks aan wat je kunt voelen. Ik denk dat veel mensen dat hebben in deze tijd, want we krijgen zoveel impulsen binnen en we moeten zoveel. En bij mij resulteerde dat in een gevoel van onveiligheid, waardoor ik niemand meer vertrouwde. Ook mezelf niet. Pas toen we terug waren in Nederland, heb ik het aan mijn beste vriend verteld. Hoe ik me echt voelde. Toen hebben we allebei zitten janken. Ik voel het nu weer, omdat ik al die tijd het gevoel heb gehad dat ik het niet kon uiten. Want tegen wie ga je zeggen dat je eraan denkt om er een einde aan te maken? Dat voelt zó ondankbaar tegenover het leven. Er zijn mensen die elke dag vechten voor hun bestaansrecht. Dus je weet dat je het niet zou mógen denken, maar daardoor voel je je nog zwakker. Ik hoor bij niemand, dacht ik lange tijd. Als ik er ben, dan ben ik er, maar daarna kun je me ook heel lang weer niet zien. Ik heb heel lang gedacht dat dat oké was, maar ja, je cultiveert gewoon dat je je slecht kunt hechten.”

Je cultiveert een isolement.

„Precies. Het mens-zijn vind ik best ongemakkelijk. En mijn artiest-schap is een uitvergroting van wie ik als persoon ben. Als Typhoon ben ik na de show misschien eventjes tussen het publiek, maar liever niet. Ik vind het best heftig om daartussen te staan. Op het podium staan vind ik óók heftig, maar dan heb ik mijn supercape om. Dan heb ik wat extra’s te geven, en ik heb de muziek achter me.”

Lobi da Basi (‘Liefde is de baas’) verscheen in juni 2014, en werd voor veel mensen de soundtrack van die zomer. „Een meesterwerk”, schreef NRC. „Warm, kleurrijk en openhartig.” De Volkskrant noemde het „verbluffend in muzikale rijkdom, tekstueel sterk, en altijd even toegankelijk als meeslepend”. Op Lowlands, eind augustus, was Typhoon een van de absolute hoogtepunten. Muziekwebsite 3VOOR12 schreef over dat optreden: „Best bijzonder hoe Typhoon liefde kan prediken (maar echt letterlijk: preken) en betogen kan houden voor ‘oncoole’ dingen als verdraagzaamheid (single ‘Hemel Valt’) zonder dat je hem een klap voor zijn politiek correcte bek wilt geven, excusez le mot. Dat komt ongetwijfeld door die grote glimlach en het waanzinnige muzikale plezier dat hij en zijn grote band uitstralen.”

Lobi da Basi had momentum, zegt De Randamie terugkijkend. „Met die boodschap van liefde, terwijl de MH17-ramp toen net was gebeurd, en er zoveel aan de hand was in de wereld. Het was nódig.”

Foto Lars van den Brink

Je nieuwe album komt in het voorjaar. Over deze tijd kun je óók zeggen: er is veel aan de hand, er is een boodschap van liefde nodig. Zie je zo’n rol voor jezelf?

„Het is zoals Nina Simone eens zei: ‘An artist’s duty is to reflect the times.’ Ik ben niet bewust bezig met mijn ‘rol’, maar ik heb het vertrouwen dat als iets mij lang bezig houdt, dat tot uiting zal komen in mijn muziek en begrepen zal worden. En door opnieuw God te hebben gevonden, doordat ik sinds vorig jaar een fijne relatie heb en ook wat ouder ben geworden… die dingen laten je ook op een andere manier naar muziek kijken.”

Hoe kon het dat je het geloof een tijdje kwijt was?

„Ik heb altijd een God awareness gehad, maar religie heeft het bijna kapotgemaakt voor me. Weet je, we hebben het geloof ván Jezus Christus, maar ik heb altijd geleerd dat er iets tussen Hem en mij in moet staan, een instantie die vertelt hoe je het moet doen. Religie kan houvast bieden. Ik denk dat we dingen moeten institutionaliseren om ze te begrijpen, om er controle over te hebben. Maar als je het houvast als ‘de waarheid’ gaat zien, doe je jezelf tekort. Daadwerkelijk geloven betekent vertrouwen, en overgave, en daar heb je kwetsbaarheid voor nodig, elke dag weer.”

Schreef je in Zwitserland echt ‘God, S.O.S.’ in je notitieboekje?

„Ja. Het was het laatste wat ik kon bedenken. Ik dacht: ik wéét dat zelfdoding niet de bedoeling is voor mij, maar ik heb het niet meer. Ik weet het niet meer.”

In de zomer van dat jaar ging je alweer optreden.

„Dat was uitproberen. Het gaf zelfvertrouwen, maar tegelijk voelde ik: ik ben er nog niet. Iedereen zei ook wel dat ik aan een half jaar niet genoeg zou hebben. Het voelt alsof ik pas afgelopen maand echt ben teruggekeerd.”

Wat doe je nu anders?

„Beter naar mezelf luisteren. Minder moeten. Een onderliggende motivatie was lange tijd dat ik mezelf niet goed genoeg vond. Dat zeg ik ook in dat filmpje: het helpt om te weten dat ik volledig ben, met al mijn tekortkomingen.”

Waarom postte je dat filmpje op Instagram?

„Het was kwetsbaar, maar ik wil dat mensen weten dat ze niet alleen zijn. Dat ze zien: hé, Typhoon, naar wiens muziek ik luister en die altijd zo positief overkomt, heeft óók deze kant. Iedereen krijgt z’n tegenslagen en hindernissen. Als je hoort hoe iemand daar bovenop komt, is dat veel meer waard dan te doen alsof we allemaal onfeilbaar zijn.”

In de zomer geeft Typhoon een aantal optredens als onderdeel van wat hij de ‘Veranda-sessies’ noemt: concerten op bijzondere plekken, vaak buiten en deels akoestisch, gericht op intiem, laagdrempelig contact met het publiek. Zoals in het openluchttheater in de tuin van Slot Zeist, half augustus.

„Ik ben wel moe”, zegt hij voor aanvang. Hij vertelt wat hij nu doet om zich voor te bereiden. Niet meer alles tegelijk. Niet de autorit gebruiken om ook nog even wat telefoontjes te doen. Het kwartiertje voor opkomst rust hij, in een kamer met hoog plafond op de derde verdieping van het kasteel, op een meegebrachte donkergroene stretcher, onder een zwart-wit geruit dekentje.

Dan komt hij naar beneden – en verandert er iets. Misschien gaat die ‘supercape’ om waar hij het over had. Hij zingt eerst ‘Nature Boy’ van Nat King Cole, zonder muzikale begeleiding. Als hij een paar nummers later aan ‘IJswater’ begint, een van de hoogtepunten van Lobi da Basi, is duidelijk wat voor transformatie hij op het podium kan doormaken. De man die een paar uur eerder nog zei dat hij ‘wel moe’ was, zweept zichzelf en het publiek op. Het begint steeds harder te regenen, maar hij roept alle aanwezigen op naar voren te komen, komt het podium af en danst in hun midden, op blote voeten, op natte stenen.

„Het was mooi, het was goed”, zegt hij na het concert, nog vol energie. „Ja, er is nog wel een weg te gaan. En ik ben me er heel erg van bewust dat ik niet zomaar mijn kruit moet verschieten.” Bovendien was het even schakelen, met die regen. „Maar we zijn er weer.”

We zitten aan de keukentafel, het is november. Het nieuwe album vordert, zegt De Randamie: een aantal weken terug heeft hij in een huisje op Terschelling gezeten, in z’n eentje, om te schrijven en demo’s op te nemen. Nu werkt hij zes dagen per week aan het album in de studio. „En ik moet mijn best doen om niet de zevende dag ook te gaan. Zo goed voel ik me als ik iets aan het máken ben.”

Ben je nu echt ‘terug’?

„Ja. Niet postburn-out, nee, ik ben er gewoon.”

Wanneer wist je dat zeker?

„Een paar weken na de Veranda-sessies had ik het even lastig. Ik had rust nodig, maar er kwamen alweer andere verplichtingen tussendoor. Dat stond me tegen, want ik was nog herstellende. En ineens realiseerde ik me: hé, ik kan al veel meer. Op de mat – ik zit op kickboksles – zei mijn coach dat ook: je houdt je onnodig in. Ja, dacht ik, ik bén er gewoon. Ik heb de afgelopen maanden meer geschreven dan de drie jaar daarvoor bij elkaar. Ik denk niet meer als een patiënt. Echt: baaaam.”

Dit najaar mengde hij zich in de maatschappelijke discussie over racisme, onder meer na de gestaakte wedstrijd FC Den Bosch – Excelsior en het statement van het Nederlands elftal en Georgino Wijnaldum in het bijzonder. Typhoon plaatste de foto van de Oranje-spelers, die in een kring stonden, door op Instagram en zette er een aan Socrates toegewezen citaat bij: ‘The secret of change is to focus all of your energy not on fighting the old, but on building the new.

„Ik weet wat racisme is”, zegt De Randamie. „Het is keer op keer een pijnlijke ervaring. Maar dat citaat was minstens zo belangrijk als die foto. Want ‘no to racism’… ik denk liever vooruit. Dus: ‘yes to equality’. Onder een post over Zwarte Piet [drie dagen eerder] sprak ik ook de hoop uit dat we gaan luisteren. Dat we niet meer handelen uit angst, maar uit openheid en kwetsbaarheid. Merk je dat ik al pratend met mijn vuist op tafel sla? Dit is zó belangrijk. Want dán bouw je met elkaar. Daarom begon ik elke avond van de Veranda-sessies met ‘Nature Boy’.”

Ja, dat wilde ik je nog vragen. Waarom dat nummer, a capella?

„Om eerst mezelf te overwinnen. Dit doe ik, ook al vind ik het eng. ‘There was a boy, a very strange enchanted boy’. En eindigen met ‘the greatest thing you will ever know is just to love and be loved’. Nou, dat is precies waar we het over hebben. Ik ben die jongen. Ik kies ervoor dat te doen, zonder mijn band, whatever, nee: ík ga hier staan.”

Je viert de kwetsbaarheid.

„Precies, inderdaad. Je kwetsbaarheid omarmen, je menselijkheid omarmen. Ergens had ik de keuze gemaakt om er niet meer te zijn, want het was zó’n ijzige duisternis, vorig jaar. Nu ben ik weer gaan leven.”

Wat gaan we daarvan horen op je nieuwe album?

„Deze plaat schuurt qua geluid wel wat meer dan Lobi da Basi, maar dat is ook hoe ik deze tijd ervaar. En in mijn taal is iets veranderd, dat heeft te maken met mijn leeftijd nu. Dingen als opgroeien, volwassen worden, hechting, afwijzing – rond je dertigste loop je een keer tegen de lamp en kom je er tijdens wat therapiesessies achter: wacht eens even, zo uniek was ik helemaal niet.” Hij lacht.

Op Lobi da Basi rap je: ‘Ik heb nooit geloofd dat ik liefde verdien.’ Zo’n zin zal op je nieuwe album niet staan, heb ik het idee.

„Nee. Ik heb een plaat gemaakt van de liefde, óver de liefde, Lobi da Basi, maar eigenlijk sprak ik er de wens mee uit het te vóélen, in plaats van erover te schrijven. Het is niet dat ik toen geen liefde had, maar hij is nu veel ronder, veel completer. Als ik nog in die tekst zou geloven, zou ik niet samenzijn met mijn vriendin, en ook niet zoveel zin hebben in alles wat nog gaat komen.”

Praten over zelfdoding kan bij de landelijke hulplijn 113 Zelfmoordpreventie. Telefoon 0900-0113 of www.113.nl.

 

Het jaar in tien interviews