ING mag tóch stoppen met de saunaclub als klant

Economie en recht Deze rubriek belicht elke week kwesties uit het bedrijfsleven waarover de rechter zich onlangs uitsprak. Ditmaal: civiel recht.

Foto Getty / iStock

Na het lezen van verontrustende berichten in de media wil ING de bankrelatie verbreken met een trouwe klant uit het zuiden van het land. De klant, een saunaclub, wordt in verband gebracht met witwassen en vrouwenhandel. ING constateert daarna dat de klant in een jaar tijd veel briefjes van 200 en 500 euro heeft gestort (respectievelijk 650 en 1.210).

De klant accepteert de opzegging niet. Daarop volgen verschillende juridische procedures. Ondertussen wordt het blazoen van de klant enigszins gezuiverd. Het OM seponeert de lopende strafzaak omdat niet is gebleken dat de bedrijfsrekeningen van de sauna strafrechtelijk verwijtbaar zijn gebruikt. Met twee sauna-bestuurders – die naar eigen zeggen voor een bekende tienduizenden euro’s omwisselden – sluit het OM een schikking van 45.000 euro.

In november 2018 oordeelt de rechtbank Amsterdam dat ING de bankrelatie moet continueren omdat de sauna niet wordt vervolgd, anti-witwasmaatregelen neemt en aantoont dat ze bij geen andere Nederlandse bank terecht kan.

Dat oordeel veegt het gerechtshof nu van tafel. ING mocht en mag de bankrelatie wel degelijk stoppen. Dit is niet onredelijk zoals de rechtbank stelde. Gezien de verdenkingen en contante stortingen had ING destijds voldoende reden voor opzegging. Die redenen bestaan nog: de sauna-bestuurders hebben met justitie geschikt voor het wisselen van grote sommen geld zonder vergunning. Tevens blijkt de saunaclub vanwege overtreding van de Opiumwet een jaar gesloten te zijn geweest.

Uitspraak: ECLI:NL:GHAMS:2019:2822