‘Ik vind die hele Rutger niet zo interessant’

Rutger Bregman Zijn nieuwste boek, uit september, is al 120.000 keer verkocht. Rutger Bregman kan zijn teksten en tv-optredens minutieus overdenken. „Stuurde ik tegen middernacht: moet die komma daar niet weg?”

Foto Lars van den Brink

Wie leest er hier een krant? Rutger Bregman staat op het podium van Theater De Veste in Delft en peilt de zaal. „De Volkskrant? Oeh, de azijnbode, dan ga ik het nog moeilijk krijgen vanavond”, zegt hij. De zaal lacht. „Wie volgt hier dagelijks het nieuws?” Veel handen. „Wie heeft het gevoel geïndoctrineerd te zijn?”

Even later laat Bregman de zaal een grafiek zien van het aantal vliegtuigcrashes in de wereld, scherpe lijn omlaag, en de media-aandacht voor die crashes, scherpe lijn omhoog. „Het nieuws is de slechtste informatiebron die er is”, vindt hij. „Als je de hele dag het nieuws volgt, weet je precies wat er níét aan de hand is.”

Rutger Bregman, historicus en journalist, trekt sinds dit najaar langs uitverkochte theaters met zijn collegereeks De meeste mensen deugen. Een anderhalf uur durend optreden naar aanleiding van zijn nieuwe, gelijknamige boek. De 31-jarige Bregman, door zijn collega’s bij online medium De Correspondent soms pesterig „jonge denker” genoemd, brak dit voorjaar definitief door als „superstar” (aldus Daily Show-presentator Trevor Noah) en „Dutch wunderkind” (The Guardian). Hij maakte naam met zijn artikelen en boeken over utopische ideeën. Van zijn boek Gratis geld voor iedereen (2014) over het basisinkomen zijn wereldwijd zo’n 400.000 exemplaren verkocht.

Net zo cruciaal in zijn opmars zijn, ironisch genoeg, zijn eigen optredens in de nieuwsmedia. Als Bregman in Davos tijdens het World Economic Forum een zaal vol bestuursvoorzitters en politici de maat neemt („Taxes, taxes, taxes, all the rest is bullshit”) gaat dat filmpje viral. Net als een scheldpartij van FOX News-presentator Tucker Carlson, die Bregman toeroept „Go fuck yourself!”.

We volgen hem vanaf de zomer, aan de vooravond van de publicatie van zijn boek.

 

Augustus, een Amsterdams terras.

Bregman trekt zijn rugzak met Davos-logo boven tafel. Triomfantelijk gezicht. „De goodiebag!” Alles is veranderd na Davos, zegt hij. „Het is mesjogge, ik werd zelfs in New York op straat herkend.” Bregman is net terug van een korte vakantie in Frankrijk. Hij wil klimaatvriendelijker reizen, vertelt hij lachend, maar na anderhalve week in een tent op campingketen Huttopia is hij met zijn vrouw een hotel in gevlucht. Over vijf dagen presenteert hij zijn boek De meeste mensen deugen. Vijfhonderd pagina’s. „Ik heb dat boek inmiddels meer dan duizend keer gelezen. Ik nam mijn telefoon zelfs mee naar de wc om te redigeren. Bij De Correspondent [ook de uitgever] werden ze gek van me. Stuurde ik tegen middernacht: ‘Moet die komma daar niet weg?’”

Bregmans werk draait om grote ideeën. De ondertitel van zijn boek is ‘Een nieuwe geschiedenis van de mens’.

Bregman ziet een overeenkomst met Yuval Noah Harari. „Net als Harari ben ik een generalist.” De Israëlische hoogleraar middeleeuwse geschiedenis werd een internationale intellectuele superster na zijn bestsellers Sapiens en Homo Deus.

De meeste mensen deugen is een afrekening met het volgens Bregman dominante mensbeeld: dat beschaving maar een dun laagje vernis is. Hij betoogt aan de hand van recent onderzoek dat de meeste mensen van nature goed zijn. En wie daarvan uitgaat, kan de maatschappij radicaal anders inrichten: scholen met veel vrijheid voor leerlingen, bedrijven zonder managers, zelfs gevangenisbewakers zonder handboeien of pistolen.

Bregman verwacht niet alleen maar lof het komend jaar. „Wie het opneemt voor de mens, neemt het ook op tegen de machtigen der aarde”, schrijft hij in de inleiding. „Wie het opneemt voor de mens [...] zal om de haverklap worden bespot en beschimpt.” In zijn boek en theatershow gaat Bregman met gestrekt been in tegen grote denkers. Hij bekritiseert de ideeën van de bekende bioloog Richard Dawkins over The Selfish Gene. Hij probeert, recente psychologische studies in de hand, het beroemde gevangenis-experiment van Stanford University over ontsporende gevangenisbewaarders te ontkrachten. „Mijn boek slaat misschien zo aan omdat de meeste mensen stiekem wel weten dat de meeste mensen deugen, maar het tot nu toe niet durfden toe te geven omdat het zo naïef klinkt.”

 

Professor

Bregman groeide op als jongste van drie in Zoetermeer. Zijn vader was dominee, zijn moeder lerares in het speciaal basisonderwijs. Op het terras, tijdens de lunch: „We gingen zelden uit eten. Toen ik student was, vond ik het nog decadent om je te laten bedienen.” Tijdens zijn studie geschiedenis in Utrecht was hij lid bij een christelijke studentenvereniging en wilde hij professor worden. Maar toen bleek dat hij zijn eerste boek De geschiedenis van de vooruitgang (2013) niet als scriptie mocht gebruiken, koos hij, na het inleveren van een andere scriptie „die ik nog had liggen”, voor de journalistiek. Hij solliciteerde bij nrc.next, maar werd gelijktijdig aangenomen bij De Volkskrant. In 2013 stapte hij over naar De Correspondent. Al zo lang hij zich kan herinneren heeft Bregman de drang ideeën publiek te maken. „Als ik iets interessants lees, denk ik: dit móét iedereen weten.” Toen hij op zijn vijftiende het inzicht kreeg dat de vrije wil niet kan bestaan, schreef hij een essay met de ambitieuze titel ‘Duizend Vragen’ en preekte hij erover in de kerk. „Ik vertelde iedereen: ik heb een mega-ontdekking gedaan. Alles is causaal gedetermineerd! Pas later kwam ik erachter dat zo ongeveer elke filosoof dat weleens heeft betoogd.”

Geldt dat ook voor zijn nieuwste ‘radicale’ idee? Bregman vertelt dat Rob Wijnberg, oprichter van De Correspondent, de „eerste drie alinea’s” schreef van zijn nieuwe boek. Maar dat die introductie niet van Bregman zelf is, staat niet in het boek vermeld. „Rob en ik leven in gemeenschap van ideeën”, legt Bregman uit. „We zouden dit boek samen maken, onder de titel Het gevaarlijkste idee ooit. Rob schreef een pitch, maar kreeg het te druk. Die pitch was te goed om weg te gooien.”

 

In het buitenland krijg ik dit soort vragen nooit

 

Zou hij dat soort dingen niet moeten vermelden? Bregman wijst op het uitgebreide notenapparaat in zijn boek en de vele bronnen die hij aanhaalt bij zijn theatertour. „Nederland heeft een maaiveldcultuur, zegt hij. „In het buitenland krijg ik dit soort vragen nooit. Wij hadden toch ook niet met Yuval Noah Harari: wat belachelijk, waarom denkt die gast ineens alles te weten van biologie en scheikunde én computers? Als je de literatuur goed kent, zie je bij hem makkelijk: oh, dit heeft hij uit het boek van Jared Diamond, dat van James C. Scott. Ik ben behoorlijk precies met mijn bronnen, terwijl Harari’s voetnoten-apparaatje echt maar enkele pagina’s is. En Harari wordt in NRC besproken alsof hij de here Jezus zelve is.”

Soms gebeurt het weleens, zegt hij lachend, dat hij zo vol is van een idee dat hij zich afvraagt: heb ik dit nou zelf bedacht, of heb ik het ergens gelezen? „Ik denk dat timing en synthese veel belangrijker zijn dan originaliteit. Zeker in de geesteswetenschappen: bijna alles is al een keer gezegd. Het is veel belangrijker wannéér je met een bepaald idee komt. En hoe je die ideeën combineert.”

Bregman vertelt dat hij geïnspireerd is door de ambitie van de Vlaamse filosoof Philippe Van Parijs. „De taak van een intellectueel is om te vroeg gelijk te hebben. Om er net iets voor te zitten.”

„Neem het basisinkomen. Toen ik met mijn boek Gratis geld voor iedereen kwam, in 2014, was dat een interessant moment, na de crisis. Er was een schaarste aan ideeën. Er waren ook technologische uitdagingen: gaan de robots onze banen inpikken? Dan is het veel belangrijker om origineel te zijn in je timing. Er zijn ook mensen die in 2002 over een basisinkomen zijn begonnen. Dan doet dat niks, nee.”

Bregman is bijzonder productief. Naast zijn journalistieke werk schreef hij vijf boeken en maakt hij een podcast met Correspondent-collega Jesse Frederik: De Rudi & Freddie Show. „De crux is”, zegt hij daarover, „dat ik een omgekeerde stressmentaliteit heb. Veel mensen krijgen een deadline en stellen hun werk tot het laatste moment uit. Dat heb ik nog nooit in mijn leven gedaan. Als je mij een taakje geeft of ik zelf een idee krijg, voer ik dat meteen uit. Dat zorgt dat je productiever bent dan anderen. Dat je sneller schrijft, meer boeken maakt. En ja, ik heb een soort productiviteitsfetisj. Een week geen boek gelezen is voor mij een heel deprimerende week.”

Zijn moeder, lerares, heeft dat ook, zegt hij. „Als zij vijf minuten over heeft, denkt ze: hoe kunnen we die nog even leerzaam invullen?”

 

Een dag later, redactie De Correspondent

Bregman ijsbeert over de eerste verdieping van het kantoor van De Correspondent in Amsterdam. Beneden stroomt de redactievloer vol met Correspondent-lezers voor de try-out van Bregmans collegetour.

Bregman kan heel zenuwachtig zijn voor een optreden. Televisie-opnames noemt hij „een hel”. Tijdens een Belgisch televisieoptreden een tijdje terug kreeg hij een black-out. „Ik heb het niet durven terugkijken.” En nu is er de angst voor de angst, zegt hij. Tussen 2015 en 2017 heeft Bregman om die reden zelfs optredens afgezegd. „Ik durfde niet meer. Je kunt voor een zaaltje van honderdvijftig man staan in Lutjebroek en ineens grijpt het je bij de keel. Je vraagt je af: wat ben ik aan het doen?”

De voorbereiding voor een optreden in De Wereld Draait Door kan dagen in beslag nemen, vertelt hij. Hij schrijft die gesprekken vooraf woord voor woord uit, tot wel drieduizend woorden. Niet alleen zijn eigen tekst, ook de vragen die hij van Matthijs van Nieuwkerk kan verwachten, en wat daarop het beste antwoord is. Hij wil voorkomen dat hij dichtklapt. En Bregman weet dat zijn toehoorders doorgaans één kerngedachte onthouden – één pakkende metafoor, één beeldend voorbeeld. „Je moet niet gaan experimenteren, die neiging heb je natuurlijk als je iets vaak vertelt. Dat je bij The Daily Show zit en denkt: nu even een andere anekdote vertellen. Niet doen.”

Foto Lars van den Brink

 

September, Boulderhal Sterk in Utrecht

Op een grauwe dag in september staan we in een klimhal op een Utrechts industrieterrein. Met zijn collega en goede vriend Jesse Frederik komt Bregman hier „om zijn hoofd leeg te maken”. Fitness is geestdodend, bespiegelt Bregman onderaan een klimwand – het „puzzelen” trekt hem, waar zet je je handen en voeten om boven te komen? Bregman roept Jesse, in gekleurde tanktop, aanwijzingen toe. „Jesse is veel beter dan ik.”

In de bar, met Orangina, vertelt hij dat hij vlak na Davos vaste commentator van nieuwszenders CNN en MSNBC had kunnen worden, zo vaak werd hij om zijn mening gevraagd.

Bregman weigerde. „Dat wordt je intellectuele dood. Je valt in herhaling. Je ontwikkelt je niet meer. Geert Mak zei het al eens: als je succes hebt met een boek, lijkt het alsof de hele wereld samenspant om ervoor te zorgen dat je nooit meer iets van waarde schrijft.” Bregman moet het hebben van zijn collega’s bij De Correspondent, zegt hij, die hem met beide benen op de grond houden. Jesse Frederik uit zijn kritiek ook wel in de reactiepanelen onder de stukken van Bregman en in hun podcast. „We komen op de buitenwereld misschien over als een sekte, maar er is intern juist veel discussie.”

Ook al is op diezelfde redactie kunstenaar Carlijn Kingma bezig met een omvangrijk kunstwerk geïnspireerd op Bregmans werk. Als we de minutieuze en metersgrote pentekening bekijken, staat Bregman er wat ongemakkelijk bij, al is hij gevleid. „Ze is er maanden mee bezig.”

Bregman en Jesse Frederik vertellen in de klimhal dat zij zichzelf ook de komende tien jaar nog bij De Correspondent zien werken. Een plek die de werksfeer ademt die Bregman in zijn nieuwste boek propageert: een van weinig management en veel vrijheid. Bregman: „Ik denk dat veel correspondenten”, zoals hij zijn collega’s noemt, „het moeilijk zouden krijgen als ze bij, laten we zeggen, NRC aan de slag zouden gaan. Alleen al het feit dat je op een bepaald tijdstip op kantoor wordt verwacht.”

Over De Correspondent, zijn ideeën en boeken vertelt Bregman graag en uitgebreid, persoonlijke vragen gaat hij weloverwogen uit de weg.

„Als ik soms podcasts luister van Amsterdamse hipsters over hun seksleven en hun diepste zielenroerselen dan denk ik: dat staat nu mooi allemaal online. Ik praat niet zo graag over mezelf. Ik vind die hele Rutger niet zo interessant.”

Bregman lacht: „Ik ben altijd wel fan van dat citaat van Flaubert: als je een beetje een wild publiek leven wilt hebben dan moet je een saai privéleven hebben. Ik weet niet precies hoe Flaubert dit zei. Ik had het eerst zelf bedacht, en toen kwam ik het citaat van Flaubert tegen.”

Bij het afscheid kan Bregman zich niet meer inhouden. „Zeg, maar waar gáát dit stuk eigenlijk over? Vorige keer hebben we ook al twee uur zitten lullen. Gaan we het nog over de inhoud hebben?”

Jesse tegen Rutger: „De volgende keer gaat het over ‘Rutger: de minnaar’.”

 

November, Houten

Bregman, op sokken, zwaait de deur open nog voor we kunnen aanbellen. Samen met zijn vrouw is hij een half jaar geleden van Utrecht verhuisd naar een eengezinswoning in Houten, een Randstedelijk dorp met een afhaalchinees en een zalencentrum. Om de ramen in de woonkamer timmerde zijn schoonvader een boekenkast. Zijn boeken staan gesorteerd op thema. In de achtertuin staan de meubels onder een zeiltje.

„Utrecht is veel drukker geworden de afgelopen jaren”, zegt Bregman.

Hij is moe, bekent hij. Hij wordt dagelijks herkend, mensen maken een selfie en weg zijn ze. Van zijn nieuwe boek zijn al ruim 120.000 exemplaren verkocht. De Engelse vertaling van zijn boek, Humankind, komt voor de zomer uit. Hij werkt daarnaast aan een project rondom klimaatverandering.

En hij geeft wekelijks een college. „Ik vind die theatertour echt totaal uitputtend.” Hij doet die ook om zijn publieke optredens te concentreren op één podium. Zo kan hij makkelijker nee zeggen tegen alle andere spreekverzoeken.

De hoeveelheid feedback die hij krijgt sinds zijn doorbraak, is ingrijpend, vindt hij. „Eindeloos veel mails over wat goed of slecht is aan mijn werk. Erg leuk, maar de hoeveelheid is overweldigend.”

 

Je voelt de prijs op je hoofd omhoog gaan

 

Hij realiseert zich dat het „aantrekkelijker” wordt om hem neer te halen. Toen onlangs in de Volkskrant een scherpe column verscheen over zijn taalgebruik, knaagde dat aan hem. Volgens een hoogleraar gebruikt Bregman te veel overdreven stijlfiguren. „Het was dagenlang één van de best gelezen stukken van die krant. Dan weet je: er is wel een markt hiervoor. Je voelt de prijs op je hoofd omhoog gaan.” Toen schrijver Maarten ’t Hart het vervolgens in een video voor hem opnam, kon Bregman het niet laten die boodschap op zijn Facebookpagina te posten. Eronder tikte hij een sneer naar zijn critici. „Een van de reacties dááronder was: volgens mij is zo’n harde reactie niet helemaal in lijn met je eigen evangelie.” Bregman gaf zijn critici gelijk en paste de toon van zijn post aan.

Bregman let op details – als auteur van een boek over deugende mensen moet hij ook wel. Hij greep in toen de fotograaf van NRC langskwam, een week eerder. „Hij kwam met een pak melk aanzetten.” Dat deed de fotograaf met het idee: Bregman op de foto met een glas dat halfvol is, vanwege zijn positieve mensbeeld. Maar Bregman wil niet gefotografeerd worden met koemelk. „Ik ben vegetariër geworden, en ik heb veel bewondering voor mensen die 100 procent vegan zijn. Ik zet stapjes in de goede richting.” Als bewijs trekt Bregman een bakje sojakwark uit de koelkast. „Zo’n foto heeft een lang leven. Dan moet ik ook met havermelk op de foto.”

 

Het jaar in tien interviews