‘Ik laat zó graag horen dat er meer is dan dat liedje’

Duncan Laurence Natuurlijk, het winnen van het Songfestival was fantastisch. Maar nu wil Duncan Laurence, zonder het te overhaasten, een carrière opbouwen. „Ik wil dít, een leven lang.”

Foto Lars van den Brink

Oktober

Met trillende vingers tikt zanger Duncan Laurence (25) – trainingsbroek, trui, grote witte sneakers – op zijn telefoon. Het is woensdag 23 oktober en zijn nieuwe liedje ‘Love Don’t Hate It’ is net om vijf uur op alle streamingdiensten voor muziek verschenen. Muziekzenders Radio 2, Radio 538 en Qmusic draaien het nummer meteen, een stevige opvolger van de weemoedige hitballade ‘Arcade’ waarmee hij in mei voor Nederland het Eurovisie Songfestival won.

Hij zit in de wachtruimte van De Wereld Draait Door in Amsterdam, samen met zijn band, zijn manager en met Ilse DeLange, zangeres en tevens zijn mentor. Hij volgt alles. Hij heeft een fragment van het nieuwe liedje op Instagram gezet. Ping, ping… de reacties stromen binnen. Laurence ziet allemaal hartjes. Likes.

Oh my God, het is allemaal zo positief”, glundert hij. „Ik ben zo blij.” Gretig scrollt hij door de berichten. Tegen niemand in het bijzonder: „Ik wil zó graag laten horen dat er meer is dan ‘Arcade’.”

De spanning is voelbaar deze middag. Duncan moet gaan bewijzen dat hij meer is dan die Songfestivalhit. ‘Love Don’t Hate It’ is zijn eerste nieuwe liedje sinds zijn Eurovisie-overwinning, een half jaar eerder.

In de muziekindustrie is dat een eeuwigheid. Een bewust risico, bevestigt manager Karim Shawky. Laurence doet er alles aan om een artiest te zijn met een lange carrière. Minutieus schaaft hij aan een ‘cinematische popsound’; heel precies zoekt hij met zijn band uit hoe hij wil klinken. Daarnaast doet hij alleen in het oog springende optredens, zoals de tv-show BBC Breakfast. Zijn concertreeks op Nederlandse podia is net begonnen. In november start een Europese tournee langs achttien steden, met onder meer Milaan, Parijs en Helsinki.

Zojuist repeteerde hij ‘Love Don’t Hate it’ voor de camera’s. Acht keer. „Voor een tv-optreden is dat niet gebruikelijk”, bevestigt de tv-promotor van zijn platenlabel Universal, Alice Willems. Op verzoek van de regisseur keek Laurence meer de verschillende camera’s in. Zelf maakte hij zich druk over de mix; moesten de instrumenten niet nog scherper gedefinieerd, meer onderscheidend zijn?

Met een „nee, dat lukt me niet”, schuift hij zijn avondeten van zich af. Zenuwachtig. Bovendien is hij schor, en hij hoest al dagen. Een uur voor de uitzending komt een vocal coach naar zijn kleedkamer. Op verzoek, veel zangers doen het, maakt zij zijn keel, strottenhoofd en schouders op een massagetafel losser. „Ik voel me tien kilo lichter.”

Tijdens de warming-up voor studiopubliek krijgt Laurence zijn zenuwen nog iets meer in bedwang. Hij heeft zich inmiddels omgekleed en draagt een zwarte broek met opgerolde pijpen, blote enkels in zwart-suède brogues en een zwart jasje met rode stiksels.

Maar de live-uitzending loopt verre van lekker. Het wachten. De airco. De zanger merkt het aan zijn eerste noot – zijn keel, wát een pijn. Hij ploegt zich door de song, houdt z’n ogen nagenoeg dicht. Zodra de aftiteling loopt, rent hij de studio uit en gooit de deur van zijn kleedkamer dicht.

Gespannen wordt er overlegd in Team Duncan. Was het zo slecht? Zakte hij door het ijs? Manager Shawky denkt van niet. „Maar Duncan is een perfectionist, dus dit valt hem tegen.” De volgende dag worden de shows in Utrecht, Maastricht en Eindhoven afgeblazen omdat de zanger geen stem meer heeft.

Ruim een week later is hij hersteld van zijn keelontsteking. Rust uit, schreef de KNO-arts voor. Laurence deed het, zeer tegen zijn zin, en bezocht een osteopaat.

Vlak voor zijn show in popzaal 013 in Tilburg komt hij nog even terug op dat tv-optreden. „Wat een teleurstelling was dat.” Hij zit in de luie stoel van zijn kleedkamer. Zijn vader zit aan een tafel, knikt begrijpend. „Ik zette in en herkende mijn eigen stem niet meer. Dat is voor een zanger het ergste scenario.”

Foto Lars van den Brink

 

Januari

Op 21 januari wordt het bekendgemaakt: de 24-jarige Duncan Laurence zal Nederland vertegenwoordigen op het Songfestival in Tel Aviv. Maar wie is hij? Een protegé van zangeres Ilse DeLange, zo blijkt. De in Spijkenisse geboren zanger Duncan de Moor, opgegroeid in Hellevoetsluis, deed in 2014 mee aan het tv-programma The Voice of Holland. Hij zong ‘Sing’, een liedje van Ed Sheeran. Toen hij in de eerste (blinde) auditie zijn wendbare kopstem inzette, draaide DeLange haar stoel. Met haar schopte Duncan, nog zonder artiestennaam, het tot de halve finale.

„Ik schreef als student aan de Tilburgse Rockacademie veel liedjes en ik stuurde ze op verzoek van Ilse naar haar op”, vertelt Laurence. „Daar zat ook ‘Arcade’ bij. Ineens stuurde ze een berichtje dat ze een idee had.”

Het is eind 2018 als DeLange gaat lobbyen bij de selectiecommissie van het Eurovisie Songfestival. Presentator Cornald Maas herinnert zich een jubel-appje tijdens zijn vakantie in Schotland. „Duncan zou met ‘Arcade’ de perfecte inzending zijn.” Het meegestuurde liedje overdondert hém ook. Maas: „Toen Duncan de commissie begin januari in de Hilversumse Wisseloord Studios ontmoette, maakte hij een goede indruk. Daarna interviewde ik hem en was helemaal overtuigd. Hij zou het ook mentaal wel redden.”

Een jaar geleden voltooide Duncan Laurence zijn bachelor zang aan de Rockacademie. Naast zijn flexibele zangstem valt zijn eigenheid op. De diepgewortelde pijn uit een pestverleden, een niet te missen muziektalent en uitermate fanatieke urge tot presteren op niveau komen samen. Als oud-gymnasiast met een talenknobbel – hij heeft een voorliefde voor Latijn – weet hij zich goed uit te drukken. Laurence handelt interviews losjes en met zekerheid af, zo zal zeker later in het Songfestivalcircus blijken. Slim pareert hij lastige vragen. Hij kan wegdromen in mythologie. En hij houdt van poëzie, werk van de door Instagram op handen gedragen dichteres Lang Leav bijvoorbeeld.

Laurence, dan ook nog freelance zangcoach, wordt snel een hype. En daar schrikt hij zelf best van. De bladen en showprogramma’s gaan achter de onbekende zanger aan – het is dan nog niet bekend wat hij straks in Tel Aviv zal zingen. Bij zijn studentenhuis in Tilburg wordt „drie, vier keer per dag” aangebeld. In de voortuin wordt hij opgewacht met een draaiende camera. Hij wordt talloze keren gebeld. In Amsterdam schuilt hij bij vrienden. „Ik vond dat allemaal zo lullig voor mijn huisgenoten”, zegt hij hierover. „En voor mijn ouders. Wat zeg ik, de hele familie De Moor. Het ging allemaal wel ver, hoor.”

Hij spreekt zichzelf toe: heb geduld, straks komt het liedje uit en begrijpen de mensen beter waarom ik ben gekozen. Evengoed voelt hij zich bij de bekendmaking van zijn Songfestivallied in De Wereld Draait Door in maart kwetsbaar. Toegegeven, de videoclip van ‘Arcade’ was gewaagd. De zanger zwemt naakt in donker water. Het was een artistiek statement, legt hij uit. „Ik ben gefascineerd door de oude Grieken, in die cultuur werd naaktheid als puur beschouwd. Je kwetsbaar tonen als mens maakt juist krachtig. Ik zie de clip als de geboorte van mijn nieuwe ik.”

Dat laatste verwijst naar zijn schooltijd. Hij was naar eigen zeggen die „lelijke, dikke impopulaire jongen” op de scholengemeenschap. Die „stomme kleren had, een beugel én een bril.” Die eindeloze pesterijen onderging. Die een buitenbeentje was omdat hij gek was op toneel, muziek en dans. „Ik was altijd een doelwit. De sul, met mogelijk ook nog een andere geaardheid. Wist ik veel van dat laatste trouwens. Ik had zelf nog geen idee dat ik biseksueel was. Maar isolatie was voor mij een gegeven. Pas op de Rockacademie voelde ik acceptatie. En vond ik mezelf steeds leuker, want iedereen bleek daar gepassioneerd. Muziek kwam op de eerste plaats. Dat is mijn leidraad gebleven.

 

Ik was die lelijke, dikke, impopulaire jongen.

 

Muzikaal drijft het verstilde ‘Arcade’ op korische engelenzang in vier akkoorden. De contemplatieve beginschets komt in diep-lage noten: „A broken heart is all that’s left”. Dat is de aanloop naar Laurences grote troef: zijn makkelijk omhoog schietende kopstem die lijkt op de delicate singer-songwriterpop van zanger Ry X. „Please carry me, carry me, carry me home”. Tot de verlossende uitroep kwam in het smachtende refrein: „Loving you is a losing game.”

Eind april, dus nog vóór het Songfestival, zijn er al tien miljoen streams. Bovendien is Duncan Laurence favoriet bij de internationale bookmakers, met als grootste concurrent Zweden. Hij zegt tegen de pers dat hij „absoluut voor de winst” gaat. En dat hij hoopt dat het festival een springplank voor de rest van zijn loopbaan wordt. Ondertussen puzzelt zijn team al aan een Europese tournee.

 

Mei

Vlak voor de „hele heisa” begint in Tel Aviv, roept hij zijn team op: hij wil tussen alle plichtplegingen en het afwerken van ‘Arcade’ voor een Europees miljoenenpubliek door even bewust voelen dat hij muzikant is. Op 1 mei geeft hij een concert in Het Zonnehuis, een klein monumentaal theater in Amsterdam-Noord waar Paradiso ook soms programmeert. Het wordt zijn eerste eigen show ooit. Met een negenmansband brengt hij een uur geconcentreerd zijn liedjes. „Het moest even bezinken dat dit publiek echt voor mij kwam.”

Dan vertrekt hij naar het Eurovisie Songfestival in Israël. Zijn ouders, gescheiden toen hij jong was, vliegen met zijn twee jongere broers mee. Ook zijn vriend gaat mee. Andere vrienden haken later nog aan. Tijdens de festivalgekte in de Expo van Tel Aviv valt op hoe hij er met backingvocalisten Marcel, Sarina en Kris een kunst van maakt zich te concentreren. Samen gaan ze voor alle shows (de diverse repetitieshows, de halve finale en de finale) ‘de bubbel’ in. Laurence: „‘Connecten’ noemen we het. We nemen de koortjes door en doen samen ademoefeningen om het liedje de rust te kunnen geven die het nodig heeft.”

Het resultaat is bekend: Nederland wint, met 492 punten. Laurence is emotioneel: „Dit is een onvoorstelbare uitkomst.” In een pakkende uitvoering is zaterdagavond 19 mei alles precies gegaan zoals het moest. Naast zijn koesterende zang waren er intense blikken tegen een blauw verlichte achtergrond, perfect getimed door de Belgische regisseur Hans Pannecoucke en Ilse DeLange. Naast een neergelaten lichtbol zingt hij: „Get me off this rollercoaster.” Als hij bij de overwinning euforisch uit de bank schiet om zijn team te omhelzen, huilt naast hem ook DeLange. Dit is ook háár winst.

 

Juni

Een maand later staat zijn naam op het affiche van popfestival Pinkpop in het Limburgse Landgraaf. Een gok, maar het werkt. Ondanks de regen staan tienduizenden festivalgangers, in poncho’s, tot ver buiten de volle concerttent. Zijn gestileerde, stemmige popliedjes vallen goed.

In juli strijden drie steden om de zanger te mogen huldigen; Hellevoetsluis, de plaats waar hij opgroeide, studiestad Tilburg en zijn huidige woonplaats Amersfoort. Laurence ziet dat met gemengde gevoelens aan. De huldiging zelf – het wordt Hellevoetsluis – was al met al toch betekenisvol, zegt hij na afloop. „De slechte herinnering aan mijn jeugd, het getreiter in mijn schooltijd, is er een beetje door overschreven. Bovendien liet ik zien dat het met mij best goed is gekomen.”

Het wordt sowieso een zomer met memorabele optredens. Zangeres DeLange blijft hem bijstaan. „Zo lang hij me wil hebben”, zegt ze als ze hem in juli aankondigt bij haar show in het Concertgebouw in Amsterdam. Een paar dagen later treedt hij op eigen titel op in Paradiso. „Magisch, ik ga er al sinds mijn jeugd naar concerten.” En als 1 oktober de Raad van Europa in de opera van Straatsburg een 70-jarige jubileumfeestje viert, wordt ook de Nederlandse Songfestivalwinnaar ingevlogen.

 

December

Het had natuurlijk voor de hand gelegen dat Laurence nu allang een album uit had. Het ijzer was immers heet genoeg om te smeden. Het is niet dat er niet genoeg songs zijn – hij had al veel liedjes klaar en heeft er sinds de overwinning veel geschreven. Het is ook niet dat zijn platenlabel geen interesse heeft. Integendeel.

„Nee”, zegt hij resoluut bij een kop kruidenthee in een luxe hotel in Amsterdam waar hij zo opnames heeft voor het Meer Muziek in de Klas-gala. Het uitbrengen van een album is op de lange baan geschoven omdat hij niet in haast wil handelen. Het bestendigen van zijn carrière, steekt hij van wal, is vanaf dag één een uitgangspunt geweest. Bovendien geniet hij van het maakproces. Zo was de uitnodiging van Capitol Records in juli om drie weken liedjes te schrijven in Los Angeles een droom die uitkwam.

 

Ik ben geen tape-act op de braderie. Niet snel-snel en pleur het er maar uit.

 

„Machtig inspirerend”, omschrijft hij het om op hoog niveau met goede liedjesschrijvers te werken. „We gaan de diepte in en er ontstaan veel goede songs. Ik moet alleen echt voelen of ik die grijs zou draaien. En dat is nog niet bij elk liedje zo.” In 2020 gaat hij opnieuw naar LA.

Meer en meer dringt tot hem door hoezeer het winnen van het Songfestival een bijzonder moment was. „Maar daar maak ik geen muziek voor! Ik wil dít, een leven lang. Dit is een startpunt, ik ben geen tape-act op de braderie. Niet snel-snel en pleur het er maar uit, op zijn Rotterdams gezegd. Ik zou willen dat je straks niet om mijn muziek heen kunt. En dat lukt niet met vluchtige liedjes waarna je je publiek niet meer kunt vinden.”

Dat hij nu als artiest met een luxe tourbus langs Europese podia reist, was een jaar geleden ondenkbaar. Tussen München en Wenen laat hij per telefoon weten hoezeer hij geniet van het tourleven, het wakker worden in steeds een nieuwe stad. „De zalen variëren in grootte. Maar ze zijn vaak uitverkocht. En ik vind het vooral bijzonder hoe verschillend het publiek reageert. Er is echt aandacht voor mijn liedjes, joh. Soms zijn ze heel enthousiast, soms is het echt muisstil.”

In dit tumultueuze jaar waarin hij in heel Europa op handen werd gedragen, heeft zijn relatie helaas geen standgehouden. Duncan is zelden thuis; zijn muziek heeft nu in alle opzichten voorrang. Midden in zijn tournee verhuisde hij weer: hij woont nu tweehoog in Amsterdam. En natuurlijk – „Halló zeg” – sjouwde Duncan de Moor z’n eigen bank naar boven. „Ondanks alles moeten we wel effe gewoon blijven doen. Geen ge-diva. En als ik dat vergeet, wrijven mijn ouders en vrienden me dat wel in.”

 

Het jaar in tien interviews