Opinie

Ik ben een bundel kansloze aspiraties

Floor Rusman

Wie in januari succesvol van start wil met goede voornemens, moet nu beginnen, schrijft The New York Times. In december kun je nog oefenen met goed gedrag, onderuitgaan, bijschaven. December is de kladversie van je nieuwe leven, in januari begint het echt.

Zelf heb ik bijna voortdurend goede voornemens. Na de zomervakantie neem ik me voor om meer romans te lezen, vaker de natuur in te gaan, te beginnen met sporten en de taal van het vakantieland te leren. Regelmatig neem ik me daarnaast voor om korte verhalen te schrijven. Ik maak wat aantekeningen op losse blaadjes die ik allemaal kwijtraak en veeg één avond mijn agenda leeg voor het creatieve proces, totdat een vriendin belt die samen wil eten.

Ongeveer eens per week neem ik me voor om de oeuvres van grote filosofen te lezen en iemand met diepgang te worden. Ook neem ik me na feestjes voor om de songteksten van alle hitjes uit m’n hoofd te leren, zodat ik de volgende keer kan meezingen.

Bijna dagelijks neem ik me bovendien voor om de volgende dag geen tijd te verspillen: niet snoozen, niet treuzelen, niet grazen op het internet. Bijna elke dag kom ik er stapsgewijs achter dat dit niet gaat lukken, een beetje zoals Frits van Egters die in De avonden aan het begin van de dag nog denkt: „Een vroege dag, een welbestede dag wordt het”, om een paar uur later te constateren: „De middag is al een uur geleden begonnen. Kostbare tijd, die niet meer te achterhalen is, heb ik vermorst.” En weer later: „Alles is verloren […] alles is bedorven. Het is tien minuten over drie.”

Al mijn voornemens komen, kortom, terecht in een cirkel van hoop, teleurstelling, berusting, en opnieuw hoop. Eigenlijk ben ik niet meer dan een bundel kansloze aspiraties.

Maar nu ben ik erachter hoe dat komt. Deze week las ik het onlangs verschenen Good Habits, Bad Habits van psycholoog Wendy Wood. Volgens Wood, die al dertig jaar onderzoek doet naar gewoontevorming, verloopt 43 procent van onze handelingen automatisch. Dit geldt zowel voor slechte gewoontes als voor goede; wat dat betreft verschilt roken niet van hardlopen.

Uit Woods onderzoek blijkt dat het hebben van de juiste gewoontes (om de dag joggen, om vier uur een wortel eten, noem maar op) belangrijker is dan wilskracht of discipline voor het vertonen van ‘goed’ gedrag. Mensen die bijvoorbeeld gezond eten blijken niet meer discipline te hebben dan mensen die dat niet lukt; ze komen gewoon minder in situaties terecht waarin discipline nodig is. Het kiezen van een ‘goede’ gewoonte is dus als het aanzwengelen van een machine die vervolgens zichzelf draaiende houdt.

Dit verklaart wat er in mijn geval misgaat. Wanneer ik me voorneem om minder chocola te eten, vertrouw ik volledig op wilskracht. Ik koop mijn lievelingschocolaatjes, zet ze op tafel en denk: ik hoop maar dat ik ze niet allemaal opeet! Gebeurt dat toch, dan ben ik diep teleurgesteld. Wendy Wood zou zeggen: koop die chocolaatjes niet!

Eigenlijk heb je voor het verwezenlijken van voornemens maar twee dingen nodig: realiteitszin – misschien moet ik kiezen tussen een taal leren en een oeuvre lezen – en doorzettingsvermogen. Het aanleren van een nieuwe gewoonte kost volgens Wood twee à drie maanden. Dat is sneu voor de 80 procent van de mensen die hun goede voornemens volgens The New York Times al na zes weken hebben opgegeven.

Floor Rusman is redacteur van NRC.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.