Opinie

Een mislukking die de aarde er niet bij kan hebben

klimaat-top

Commentaar

Toen de klimaattop van Madrid in het weekend extra lang ging duren stegen de verwachtingen: want waarom zou je na bijna twee weken vergaderen doorgaan als er geen enkele kans op een goede uitkomst is? Maar de extra dagen mochten niet baten. Madrid was een mislukking.

Het was op voorhand duidelijk dat de druk op de onderhandelaars niet optimaal was. De échte deadline is pas over een jaar, als het klimaatakkoord van Parijs in werking treedt. Voor die tijd ontmoeten de onderhandelaars elkaar nog één keer, eind volgend jaar in Glasgow. Waarom zou je nu al pijnlijke beslissingen nemen als je nog een paar maanden respijt hebt?

Daar stond tegenover dat onderhandelaars vooraf gewaarschuwd waren. Want om de opwarming van de aarde af te remmen volgens de afspraken van Parijs is het volgens wetenschappers noodzakelijk om de uitstoot van broeikasgassen in 2030 te halveren. Tot strengere afspraken over emissies kwam het niet.

De onderhandelaars in Madrid hadden ook de taak een oplossing te zoeken voor het systeem van emissiehandel. In theorie kan dat stelsel de klimaatmaatregelen goedkoper maken: als het kostbaar is om de CO2-uitstoot in eigen land te verlagen, mag je een bijdrage elders leveren en het buitenlandse resultaat in mindering brengen op je eigen doelstellingen.

Een aantal landen, waar onder Brazilië en Australië, wilde het systeem verzwakken. Zover kwam het niet: de kwestie werd doorgeschoven. ‘Madrid’ was geen succes, maar het had nog erger gekund.

Om de klimaatdoelstellingen te halen moet de afhankelijkheid van fossiele brandstof verminderd worden. Dat is ingrijpend en kostbaar. Terwijl onderhandelaars zich vastbeten in de details van de emissiehandel, bleef juist dat vraagstuk liggen. In Madrid ging het om het voltooien van afspraken die vier jaar geleden zijn gemaakt. Eigenlijk moet nu gesproken worden over nieuwe verstrekkende maatregelen zoals het einde van de verbrandingsmotor, een moratorium op investeringen in steenkool, de bescherming van (CO2-verlagende) bossen.

Het is niet moeilijk om in te zien waarom het mondiale overleg zo stroef verloopt. Een aantal grote spelers wil vasthouden aan de status quo: de Verenigde Staten, Saoedi-Arabië, Australië, Brazilië, om er een paar te noemen.

Daarnaast is er spanning tussen de ontwikkelde en de zich ontwikkelende wereld: opkomende landen stellen dat het probleem veroorzaakt is door de industrielanden en dat zij het dus ook moeten oplossen. Rijke landen zeggen dat ze al genoeg doen en dat het probleem niet opgelost kán worden zonder dat ook opkomende landen hun uitstoot reduceren.

Regeringsleiders in westerse industrielanden, op hun beurt, moeten een antwoord vinden op luidruchtige klimaatontkenners die alle maatregelen geldverspilling vinden. Populisten binden kiezers door klimaatmaatregelen af te schilderen als paniekvoetbal van een op hol geslagen elite.

Tegenover de mondiale patstelling stond een regionaal lichtpuntje: de EU nam zich voor om tegen 2050 klimaatneutraal te zijn. In Brussel moeten nog veel moeilijke beslissingen genomen worden om dat doel te verwezenlijken, maar de gezamenlijke ambitie is er. Helaas is een ambitieuze EU alleen niet genoeg om de hele wereld in de gewenste richting te laten bewegen.

In Madrid werd veel op de lange baan geschoven. Uitstel is een beproefde uitweg als onderhandelingen vastzitten. Maar in de klimaatkwestie is uitstel een luxe die de wereld zich niet meer kan permitteren.