De mooiste scène in Het geheime dagboek van Hendrik Groen

Zap Hendrik (Kees Hulst) sloot de schuifdeur van de kamer voordat Evert (André van Duin) dronk, een waardig slot van een met uiterste toewijding en precisie gespeelde scène.
André van Duin als Evert in Het geheime dagboek van Hendrik Groen.
André van Duin als Evert in Het geheime dagboek van Hendrik Groen. Beeld Omroep Max

Er bestaat zachte televisie en harde televisie. Maandag bracht Omroep Max de zachtste televisie van het jaar in de tiende aflevering van Het dagboek van Hendrik Groen. Al vanaf het eerste seizoen lag het voor de hand dat het door André van Duin gespeelde personage Evert het einde van de reeks niet zou halen: hij was een gevoelige anarchist waar na een lang leven stukjes begonnen af te breken.

De laatste passen tot het levenseinde werden door regisseur Tim Oliehoek uitgelicht in een handvol puntgave scènes. In de eerste perste Evert er met moeite nog een paar grapjes uit over de gebroken arm van zijn vriend Hendrik (Kees Hulst). In de tweede lag hij in bed en vroeg hij Hendrik een morfinepleister op zijn buik te plakken, waarna die al helemaal onder bleek te zitten. In de derde lag Evert onwel geworden op de vloer. De vierde was de laatste.

Ook in de eerste scène had Evert zijn vriend overvallen met de mededeling dat hij al maatregelen had getroffen. In het keukenkastje lagen vier zakjes poeder, hij verwachtte van Hendrik dat die hem waar nodig zou helpen: „Ik reken op je.”

De doodsscène begon met een advies van de aan bed gekluisterde Evert voor Hendrik, die volgens zijn vriend het best kon kiezen voor overplaatsing naar een tehuis in Bergen aan Zee. Dat klopte, want bij zijn bed hing een strandgezicht. „Dan kun je nog eens over het strand wandelen.” Toen, plotseling: „Ik wil het nu.”

Hendrik protesteerde maar half en scharrelde naar de keuken, een beetje puffend, de voeten hoorbaar schuifelend over de vloer. Vanuit bed, buiten beeld, klonken de aanwijzingen van Evert. „Het groene potje.” Pak de mok met Mo erop. Daarna volgde de camera heel precies het openscheuren van de zakjes. „Water erbij.” Het roeren met de achterkant van een vork.

„Niet janken,” commandeerde Evert zijn vriend, die toen hij de mok overhandigde die nog een paar seconden, met één vinger in het oor, vastgehaakt hield – en toen losliet. Er was nog een omhelzing (niet te lang), en tot slot: „Dag Henkie.”

Hendrik sloot de schuifdeur van de kamer voordat Evert dronk, een waardig slot van een met uiterste toewijding en precisie gespeelde scène, gedragen door de vanzelfsprekende intimiteit tussen twee oude mannen. Pas later op zijn kamer begon het janken bij Hendrik, maar toen liep de aftiteling al. Eigenlijk zou er een prijs voor de mooiste televisiescène van het jaar moeten zijn.

De scènes zijn ook nog eens een afspiegeling van de systeemklacht die Het geheime dagboek van Hendrik Groen behalve een degelijke serie óók is: uiteindelijk kunnen ouderen in de gesaneerde verzorgingsstaat Nederland alleen op zichzelf rekenen. Zelfs zijn euthanasie vertrouwt Evert niet aan de instanties toe: hier moet je alles zelf doen.

Het contrast was groot met dinsdagavond, toen een van de hardste programma’s van het televisiejaar door Comedy Central werd uitgezonden: The Roast of Ali B. Het is een genre vol bandeloze humor waar je trek in moet hebben, maar opmerkelijk was de breedte van de tien mensen die Ali kwamen roosteren. Slechts twee van hen vielen in de categorie die doorgaans het beeld domineert: heteroseksuele witte mannen. Toeval of niet, het door Sanne Wallis de Vries soeverein geleide programma was de geestigste Roast tot nu toe; Ali B. werd vooral weggezet als listige zakenman en geldwolf.

Tussen de rotopmerkingen door meende ik soms oprechte aanhankelijkheid te zien schemeren in hoe sommige mannen naar Ali keken – waarbij mijn gedachten toch even afdwaalden naar de intieme kameraden Evert en Hendrik van een dag eerder.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.