College Rotterdam wil nieuw, onafhankelijk onderzoek naar dood Sarah Papenheim

De gemeentelijke Zorgconsul concludeerde eerder dat hulpverleners geen fouten hebben gemaakt rond de dood van de Amerikaanse studente. Na kritiek van een advocaat en vanuit de raad wil het Rotterdamse college een nieuw, onafhankelijk onderzoek laten uitvoeren.

De Rechtbank Rotterdam heeft Joël S. vorige week veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf en tbs met dwangverpleging voor doodslag op Sarah Papenheim
De Rechtbank Rotterdam heeft Joël S. vorige week veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf en tbs met dwangverpleging voor doodslag op Sarah Papenheim Foto Lex van Lieshout/ANP

Het Rotterdamse college wil de Onderzoeksraad voor Veiligheid vragen een nieuw onderzoek te doen naar mogelijke fouten van hulpverleners rond de gewelddadige dood van de Amerikaanse studente Sarah Papenheim vorig jaar. Dat heeft CDA-wethouder Sven de Langen (zorg) woensdag toegezegd aan de gemeenteraad.

Binnen de raad zijn kritische vragen gesteld over de kwaliteit van het eerste onderzoek van de zogeheten Zorgconsul van de gemeente. De Zorgconsul, formeel onafhankelijk van politiek en bestuur, concludeerde onlangs na onderzoek dat hulpverleners juist géén fouten maakten.

27 messteken

Papenheim (21) werd op 12 december vorig jaar met 27 messteken om het leven gebracht door haar geesteszieke huisgenoot Joël S. (25) in een studentencomplex in de Rotterdamse wijk Kralingen. De Rechtbank Rotterdam heeft Joël S. vorige week veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf en tbs met dwangverpleging voor doodslag op Papenheim.

Een ex-vriendin van Joël S., en Papenheim zelf meldden vorig jaar bij het Advies- en Meldpunt Verwarde Personen dat Joël S achteruit ging en agressief was. Twee wijkteammedewerkers gingen op maandag 10 december onaangekondigd bij hem langs, maar zij dachten dat hij geen acuut gevaar vormde. Papenheim bracht die dag opnieuw haar zorgen over, maar ook volgens een andere „GGZ-expert” was er geen reden om direct in te grijpen.

De Zorgconsul concludeerde onlangs in een ‘leeronderzoek’ dat zowel het wijkteam als het meldpunt de meldingen „op een zorgvuldige wijze” hadden opgepakt. De Zorgconsul is volgens de gemeente een onafhankelijk orgaan dat calamiteiten in de zorg onderzoekt.

Strafdossier

Volgens de advocaat van de moeder van Papenheim, Sébas Diekstra, deugt het rapport en het handelen van de Zorgconsul niet. Hij vertelde woensdag in de gemeenteraad dat hij de Zorgconsul het strafdossier heeft aangeboden voor het onderzoek, maar dat dit werd geweigerd. De ex-vriendin van Joël S. die de melding deed, zegt dat zij ook niet is benaderd door de Zorgconsul.

Volgens Diekstra waren de medewerkers van het wijkteam, een maatschappelijk werker en een GGZ-deskundige, niet gekwalificeerd om de risico’s goed in te schatten. Voor de GGZ-deskundige zou het haar eerste melding zijn geweest, zei hij. Nieuwe informatie uit het proces-verbaal die Diekstra met de raad deelde, is dat een andere medewerker van het meldpunt wél wilde „opschalen” naar de „acute dienst”.

Lees het rechtbankverslag over de zaak-Sarah Papenheim

Ook heeft Diekstra twee psychiaters en een psycholoog ingeschakeld, die het rapport van de Zorgconsul ondermaats vonden. Volgens psychiater J.A. Bouwens is de ernst van de situatie niet goed ingeschat en is nooit serieus overwogen de acute dienst in te schakelen.

Diekstra riep het college en de raad ook op om bij het nieuwe onderzoek het handelen door en het onderzoek van de Zorgconsul te betrekken. „Als de gemeente zichzelf ook maar enigszins serieus neemt.”

‘Onbewust onbekwaam’

CDA-fractieleider Christine Eskes vroeg advocaat Diekstra waarom hijzelf bij het OM geen melding heeft gemaakt van nalatig handelen. „Ik denk dat deze medewekers onbewust onbekwaam waren”, zei Diekstra.

De vraag is nog of de Onderzoeksraad voor Veiligheid het onderzoek naar Papenheim kan en wil uitvoeren. Een tweede optie is dat een onafhankelijke commissie onder leiding van bijvoorbeeld een hoogleraar wordt samengesteld.

Wethouder De Langen zei al vóór de zorgconsul de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) te hebben gevraagd om onderzoek, maar de betrokkenen zijn meerderjarig. Ook heeft De Langen bekeken of WMO-toezicht binnen de Wet Maatschappelijke Ondersteuning onderzoek kon doen. Maar daarvoor moet een „clïënt-relatie” bestaan en Joël S. was ondanks zijn geestestoestand niet bekend bij hulpinstanties.

VVD-raadslid Tim Versnel zei namens zijn fractie zeer te betreuren „dat de uitspraak van de rechter zo weinig rechtvaardigheid heeft gebracht.” De voorzitter van de raadsvergadering noemde die opmerking „bijzonder ongepast” wegens de scheiding der machten.