Recensie

Recensie Film

Tragikomedie mist scherpte

Tragikomedie ‘April, May en June’ met Linda de Mol gaat over drie zussen en hun terminaal zieke moeder. De film blijft aan de vlakke kant.

Drie zusters in ‘April, May en June’: Tjitske Reidinga, Elise Schaap, Linda de Mol.
Drie zusters in ‘April, May en June’: Tjitske Reidinga, Elise Schaap, Linda de Mol.

Dit wordt een kritisch stukje. Jammer, want dat hadden de makers van April, May en June al zo’n beetje ingecalculeerd. „Recensenten zullen voor ons sowieso extra streng zijn”, zei scenarist Frank Houtappels onlangs in Het Parool. „Dat is een van de weinige nadelen van een film met Linda erin. Zo’n bekende kop zien ze ontzettend graag op haar bek gaan.”

‘Op haar bek’ gaat Linda de Mol niet met haar nieuwe film, waarin ze weer samenwerkt met Will Koopman; haar vaste regisseur sinds Gooische Vrouwen. Maar veel soeps is April, May en June ook niet. De film is vernoemd naar de heldinnen April (De Mol), May (Elise Schaap) en June (Tjitske Reidinga). Ze zijn drie zussen van dezelfde moeder Mies (Olga Zuiderhoek), maar van verschillende vaders.

De zusters komen samen in hun ouderlijk huis, omdat Mies terminaal ziek is en een datum heeft gekozen voor euthanasie. Maar eerst moet er nog een zoektocht worden ondernomen naar de onenightstand van Mies, waaruit autistische broer Jan (Bas Hoeflaak) is voortgekomen; denk Dustin Hoffman in Rain Man met een iets slechter humeur. De vraag is ook wie zich over Bas ontfermt, als Mies er niet meer is.

Het is niet helemaal voorstelbaar dat een wijs mens zoals Mies zich werkelijk nog druk zou maken over een minnaar uit het grijze verleden. De drie zussen neigen gevaarlijk naar stereotypen: de wildebras die maar niet volwassen wil worden (May); de teleurgestelde midlifer die carrière en huwelijk ziet stranden (April); de hyper-perfectionistische moeder die bijna hyperventileert van stress (June). De situaties zijn soms kluchtig; in de categorie naakt in de kast duiken als de echtgenote van je minnaar plotseling thuiskomt. Olga Zuiderhoek weet nog het meest te halen uit de dialogen, die niet altijd elegant zijn geformuleerd.

Over euthanasie valt een film te maken die niet loodzwaar hoeft te zijn. Dat bewees Eddy Terstall met zijn klassieker Simon. Veel Nederlanders zijn beretrots op de liberale wetgeving rond leven en dood. Maar zo soepel, vredig en harmonieus als in April, May en June zal een stervensproces niet vaak zijn, zelfs niet met de allerbeste euthanasieregeling in de hele wereld.