Reportage

‘Natuur maken’ in Spanje tegen klimaatproblemen

Bomenplanter Om klimaatproblemen het hoofd te bieden verandert de Nederlandse beplanter Land Life Spaanse woeste hellingen en kale vlaktes in gezonde bossen.

Wereldwijd zou 2 miljard hectare moeten worden beplant om de klimaatproblemen het hoofd te bieden. In Spanje maakt het Nederlandse Land Life een begin.
Wereldwijd zou 2 miljard hectare moeten worden beplant om de klimaatproblemen het hoofd te bieden. In Spanje maakt het Nederlandse Land Life een begin. Foto’s Stuart Conway, Albert Mollon

Mannen in gele pakken planten in rap tempo piepkleine boompjes op een helling. Plantgaten zijn al geslagen door een robot die precies weet welke soort waar het beste tot zijn recht komt. Zo moet een kaalgeslagen veld in de Spaanse regio Castilië en León weer veranderen in gezond bos. „Als je je best doet, kun je zo’n vijfhonderd bomen per dag planten”, zegt José María Medrano. „En dat is hard nodig. Als je alles hier aan zijn lot overlaat, gaat deze grond verloren.”

De Spaanse bomenexpert is een van de vele lokale krachten die het Nederlandse bedrijf Land Life inzet om grote stukken land te herbebossen. Aanvankelijk was hij wat sceptisch over het voorstel van los holandeses om gratis bomen te komen planten in de wijde omgeving van Fresno del Río. Het enige wat het bedrijf ervoor terug wilde was ‘de claim’ op dit natuurherstel. Daarmee wil het zijn diensten aan derden verkopen. „Daar begrepen de mensen hier eerst niet veel van”, zegt Medrano. „Daar moet iets achter zitten, dachten ze. Nu er echt bomen groeien, is bijna iedereen ervan overtuigd dat dit een win-winsituatie is.”

Het plan om in het noordwesten van Spanje ‘natuur te maken’ komt deels uit de koker van Jurriaan Ruys, baas van Land Life. Zijn onderneming leek in 2017 nog weg te kwijnen, maar geldt nu als voorloper in een sector waarvoor de belangstelling met sprongen is toegenomen: bomen planten. Het bedrijf draait nu break-even bij een jaaromzet van 4 à 5 miljoen euro, maar verwacht snel winst te gaan maken.

Land Life plantte vorig jaar 300.000 bomen, dit jaar 1,1 miljoen, in 2020 4 miljoen

„Verleden jaar hebben we 300.000 bomen geplant, dit jaar 1,1 miljoen en komend jaar zullen dat er 4 miljoen zijn”, vertelt Ruys in de marge van de klimaattop in Madrid. „Het is nu zaak snel mee te groeien met de markt.”

Lees ook deze analyse: Klimaattop in Madrid is mislukt

Zelfs Ruys had niet kunnen bevroeden dat de westerse wereld zozeer in de ban zou raken van het snel veranderende klimaat. „Steeds meer mensen maken zich zorgen en raken ervan overtuigd dat actie nodig is”, zegt de chemisch ingenieur, eerder in dienst van Shell en Eneco. „Voorheen zette de industrie de hakken in het zand. Dat kan niet meer. Ze zullen mee moeten doen om de schadelijke uitstoot terug te brengen of te compenseren. Bedrijven willen nu graag een groen imago. Daar helpen we graag bij.”

Foto’s Stuart Conway, Albert Mollon

Veldexperiment

Ruys ziet Land Life als een pionier in wat hij „een nieuwe Oklahoma Land Rush” noemt. Ditmaal gaat het erom grote stukken land te vinden waar je goed bomen kunt planten. Die halen kooldioxide uit de lucht, wat de opwarming van de aarde vermindert. Wereldwijd zou 2 miljard hectare moeten worden beplant om de klimaatproblemen het hoofd te bieden. „We hebben dus nog wel even”, lacht Ruys.

Bomen planten gebeurt al eeuwen, maar Land Life doet het beter, aldus Ruys. Zijn bossen zijn duurzaam en opgewassen tegen natuurrampen of bosbranden. „Wij garanderen niet alleen dat onze bossen gezond en sterk zijn, maar ook dat ze onderdeel vormen van een heel gebied dat een nieuwe impuls heeft gekregen.”

Land Life heeft zijn oorsprong in een oude Amsterdamse loods. Samen met zakenman Eduard Zanen, bekend van buggymaker Bugaboo, knutselde Ruys er aan hulpmiddelen om bomen op droge grond te laten groeien. Zo ontstond de Cocoon, een met water gevulde bak van afbreekbaar materiaal waarin een boom makkelijk wortel kan schieten. Aanvankelijk was het idee de Cocoon aan overheden te verkopen, maar inmiddels heeft Land Life het proces volledig in eigen hand genomen. Van zoeken van grond, via planten van twintig soorten bomen, tot volgen van de groei met behulp van de modernste technologie. Het bedrijf krijgt daarbij hulp van Koen Kramer, hoogleraar bosbouw in Wageningen, die spreekt van „het grootste veldexperiment ter wereld”.

Land Life is actief in verschillende delen van de wereld, maar acht Spanje bij uitstek geschikt voor natuurherstel. Zo’n 11 miljoen hectare braakliggend land zou er bebost kunnen worden. Meestal is de eigenaar duidelijk en is de lokale bevolking bereid mee te werken.

Ruys: „We moeten vaak eerst aan de slag met een regio om te bepalen waar we kunnen planten. Daarna gaan we met de lokale overheden praten en sluiten we een raamovereenkomst, waarin we bijvoorbeeld vastleggen dat het bos niet mag worden gekapt. En dat de mensen het vruchtgebruik houden.”

Foto’s Stuart Conway, Albert Mollon

Herbebossen

Zo geschiedde het ook in Fresno del Río. Raquel Morais, werkzaam voor de lokale autoriteiten, is ingenomen met de Nederlanders. „Hier ontstaat nu iets wat anders gewoonweg nooit van de grond zou komen”, zegt ze, terwijl ze met de Spaanse bomenexpert en een Mexicaanse ingenieur meeloopt om te zien hoe de jonge boompjes erbij staan. Morais: „Wij hebben in Castilië en León simpelweg de middelen niet om het land te herbebossen. Misschien dat sommige jagers er niet altijd blij mee zijn, maar dat houd je toch.”

Lees ook dit verhaal: Bomenplant werkt alleen met divers bos

Intussen koestert Ruys de wens van bedrijven die willen meehelpen de CO2-uitstoot terug te dringen. Dat moet de toekomst van Land Life verzekeren. „Sommige klanten willen het liefste officieel aantonen dat ze klimaatneutraal zijn. Daarvoor hebben ze speciale certificaten nodig. Wij kunnen het natuurherstel leveren dat daarvoor nodig is. Anderen vinden het belangrijk in hun jaarverslag te kunnen melden dat ze met duurzaamheid bezig zijn. En er zijn ook bedrijven die actief willen zijn met ‘hun’ eigen bos. Zo is LeasePlan onlangs met Nederlandse en Spaanse managers in Castilië en León geweest. Die vonden het prachtig om zelf bomen te mogen planten.”