Hoge Raad: zaak tegen verdachte Posbankmoord moet over

Verdachte van de Posbankmoord Souris R. legde tegenover undercoveragenten een bekentenis af. Daarbij werd hij te veel beïnvloed door de agenten, oordeelt de Hoge Raad.
Natuurgebied de Posbank, waar de moord in 2003 plaatsvond.
Natuurgebied de Posbank, waar de moord in 2003 plaatsvond. Foto Remko de Waal/ANP

De rechtszaak tegen Souris R., een van de verdachten van de zogenoemde Posbankmoord, moet opnieuw worden gevoerd. De bekentenis die R. aflegde, is te veel beïnvloed door de undercoveragenten tegenover wie hij toegaf dat hij betrokken was bij de moord op Alex Wiegmink in 2003. Dat heeft de Hoge Raad dinsdag geoordeeld.

Met het vonnis volgt de Hoge Raad een advies van de advocaat-generaal van afgelopen juni. Die meende dat het gerechtshof in Arnhem, dat R. vorig jaar tot achttien jaar cel veroordeelde, niet afdoende had uitgelegd waarom de bekentenis van R. rechtsgeldig was. Een ander gerechtshof moet het hoger beroep in de zaak nu opnieuw behandelen.

De veroordeling in hoger beroep van de tweede verdachte in de zaak, Frank S., blijft wel overeind. Hij meldde zich in 2016 uit eigen beweging op het politiebureau. Net als R. kreeg S. vorig jaar door het hof achttien jaar gevangenisstraf opgelegd.

Wiegmink, een 46-jarige huisschilder, kwam op 20 januari 2003 niet terug van een rondje hardlopen in natuurgebied de Posbank, bij het Gelderse Rheden. Zijn verkoolde lichaam werd in Noord-Brabant, tachtig kilometer verderop, teruggevonden achterin zijn uitgebrande Opel. Het lukte de recherche niet de zaak op te lossen, waardoor de Posbankmoord een cold case werd. In 2016 dook echter een nieuw dna-spoor op, waarna de zaak werd heropend.

Lees meer over de undercoveroperatie tegen R.: Mr Big, de politieman die criminelen verwent en ze dan pakt

Mr. Big

Het lukte de politie een bekentenis los te krijgen bij R. door de zogeheten ‘Mr. Big-methode’ toe te passen. R. werd benaderd door undercoveragenten die zich voordeden als criminelen. Hij mocht meedoen aan een lucratieve drugsdeal, maar, zo zeiden de ‘criminelen’, dan moest hij wel eerlijk vertellen over zijn betrokkenheid bij de Posbankmoord. Een corrupte agent had de baas van de nepcriminelen - in dit scenarion de ‘Mr. Big’ - zogenaamd verteld dat R. hoofdverdachte was in de zaak.

De bekentenis die R. vervolgens aflegde, is volgens de Hoge Raad „feitelijk in een verhoorsituatie” gedaan, en niet volledig uit eigen beweging. De agenten hebben „bemoeienis gehad met de inhoud van wezenlijke onderdelen van de door de verdachte afgelegde verklaring”. Dat betekent dat R. niet volledig vrij heeft kunnen verklaren, aldus de Hoge Raad. Zelf heeft R. in de rechtszaal ook al gezegd dat zijn uitspraken opschepperij waren.

Uit de bekentenissen van Souris R. en Frank S. kwam naar voren dat Wiegmink hen betrapte toen zij bezig waren zijn auto te stelen. R. en S. wilden de Opel hebben om te gebruiken bij een overval. Toen Wiegmink weigerde mee te werken, werd hij doodgeschoten.

De ‘Mr. Big-methode’, uitgevonden in Canada, wordt de laatste jaren ook in Nederland toegepast door de opsporingsdiensten. De aanpak is niet onomstreden. Experts wijzen erop dat verdachten soms in de verleiding kunnen komen dingen te bekennen die ze niet gedaan hebben, omdat ze daar hun voordeel mee denken te kunnen doen. Een andere moordzaak waarin de recherche via nepcriminelen een bekentenis ontlokte aan een verdachte, moet van de Hoge Raad ook over.