Exoplaneet HAT-P-6 b heet nu ‘Nachtwacht’

Astronomie In een online namenverkiezing mochten Nederlanders een naam kiezen voor een exoplaneet. ‘Nijntje’ viel af.

Impressie van exoplaneet Nachtwacht bij zijn ster.
Impressie van exoplaneet Nachtwacht bij zijn ster. Illustratie Livia Pietrow/

Exoplaneet HAT-P-6 b heet vanaf nu Nachtwacht en de ster waar hij omheen draait (HAT-P-6) Sterrennacht. Dat is de uitkomst van een verkiezing die de Internationale Astronomische Unie (IAU) in samenwerking met de Nederlandse Onderzoekschool voor Astronomie dit najaar heeft georganiseerd. Ook de inwoners van 111 andere landen hebben een naam voor een exoplaneet en diens moederster mogen verzinnen.

‘Exoplaneet’ is de term die astronomen gebruiken voor planeten buiten ons zonnestelsel, die om een andere ster dan de zon cirkelen. Tot nu toe zijn bij ruim 3.000 sterren alles bij elkaar meer dan 4.100 van die verre planeten opgespoord.

910 lichtjaar

De ster waar HAT-P-6 b, pardon, Nachtwacht, omheen draait staat in de richting van het sterrenbeeld Andromeda, op een afstand van ongeveer 910 lichtjaar. Hij is, voor zover nu bekend, de enige planeet van de ster. Het Jupiterachtige object werd in oktober 2007 ontdekt met het Hongaarse telescoopsysteem HATNet, waar ook zijn formele aanduiding aan ontleend is.

Luister ook: Podcast over exoplaneten

Dit najaar is in Nederland een voorronde georganiseerd die meer dan 6.000 inzendingen opleverde. Daaruit heeft een commissie van deskundigen vijf naamcombinaties gekozen. Naast de winnende combinatie waren dat Brandaris/Vuurduin, Cruquius/Leeghwater, Exomna/Hurstrga en Nijntje/Moederpluis. Bij de daarop volgende online-verkiezing kreeg laatstgenoemde de meeste stemmen, maar deze combinatie voldeed niet aan de regels van de IAU, omdat er een actief intellectueel eigendomsrecht op deze namen rust. Daarom is nu gekozen voor de nummer twee – Nachtwacht/Sterrennacht.

Lipperhey en Jansen

Eind 2015 hebben, bij een veel kleinere verkiezing, ook al twee exoplaneten Nederlandse namen gekregen. Het gaat daarbij om twee van de vijf planeten van de ster 55 Cancri (alias ‘Copernicus’), die Lipperhey en Jansen zijn gedoopt. Dat zijn twee 17de-eeuwse brillenmakers die betrokken waren bij de uitvinding van de telescoop.

Dat de honderden namen die vandaag zijn gepresenteerd veel gebruikt gaan worden – behalve dan in persberichten misschien – is niet waarschijnlijk. In vakpublicaties duiden astronomen objecten doorgaans aan met ‘saaie’ catalogusnummers. Verwarrend genoeg hebben veel sterren in de loop van de jaren ook nog eens meerdere aanduidingen gekregen. Zo staat HAT-P-6 ook te boek als TYC 3239-992-1, GSC 03239-00992, 2MASS J23390581+4227575, Gaia DR1 1925321654251226240 en Gaia DR2 1925321658546436352.

Daarbij vergeleken zijn de namen Nachtwacht en Sterrennacht dus zo gek nog niet.