‘It Must Be Heaven’ van Elia Suleiman.

Regisseur Elia Suleiman: ‘Linkse mensen kunnen vreselijk neerbuigend zijn’

Interview De Palestijnse cineast maakt schitterende, absurdistische films, zoals ‘It Must Be Heaven’. “Humor kun je niet afkijken van Buster Keaton. Die komt van binnenuit.”

Altijd en overal wordt de Palestijnse filmmaker Elia Suleiman (59) vergeleken met Jacques Tati en Buster Keaton. „Weet u”, knipoogt hij, „toen ik begon met filmen, wist ik niet eens wie Buster Keaton was. Natuurlijk ben ik gaan kijken, met grote bewondering. En inmiddels ben ik arrogant genoeg om te beweren dat ik het beste weet waar Tati zijn magische momenten vandaan haalt. Laatst rommelde een Franse interviewer in zijn mapje en las mij een citaat van Tati voor: letterlijk wat ik zojuist had beweerd over cinema.”

Elia Suleiman spreek ik in het Amsterdamse Ketelhuis, hij promoot zijn film It Must Be Heaven. Zijn speelfilms verschijnen ruwweg om de tien jaar en zijn bijna een genre op zich. Ditmaal slaat Suleiman in Israël, Parijs en New York verbaasd of geïntimideerd absurde situaties gade: een buurman die brutaal zijn citroenboom annexeert of een ballet van politieagenten op Segways, een bruut in de metro of een irritant vogeltje. Sketches en situaties vol droogkomische humor én dreiging, want het gaat over macht en machteloosheid.

Elia Suleiman is een Palestijn van Grieks-orthodoxe komaf uit Nazareth. Van 1982 tot 1993 woonde hij in New York en maakte daar grimmige én grappige collagefilms over Israël, stateloosheid en ontworteling. Toen het Oslo-akkoord uitzicht bood op een Palestijnse staat, keerde hij in 1994 terug als professor aan de Palestijnse Birzeit-universiteit. Waarna die hoop verpieterde na de moord op Rabin en de opkomst van Nethanyahu, de tweede Intifada en de bouw van de Muur. Suleiman woont nu in Parijs.

In It Must Be Heaven is hij continu in beeld, maar zegt hij hooguit twee zinnen. In levenden lijve filosofeert Elia Suleiman rap, enthousiast en licht academisch over beeld en representatie, interpretatie en filmkritiek en het frustrerende proces van film maken. Nu hij weer met een eigen film over de wereld reist, geniet hij vaak van „het wonder”: dat kijkers van Buenos Aires tot Stockholm op exact het moment gniffelen dat hij om zijn eigen grap gniffelde toen hij die in zijn studeerkamer bedacht. „Daarna komt er veel timing en precisie bij kijken, maar humor kan je niet afkijken van Tati of Keaton. Die komt van binnenuit, en van mijn vreselijk grappige familie.”

In ‘It Must Be Heaven’ wijst een Franse filmbureaucraat uw film af omdat hij te grappig is, en dus niet Palestijns genoeg.

„Linkse mensen kunnen vreselijk neerbuigend zijn. Zo verweet een Franse producent mij een nep-Palestijn te zijn. ‘U doet net alsof Palestijnen maar gewoon wakker worden en ontbijten, praten en lachen onder deze tragische omstandigheden!’ Kent zo’n man het begrip gettohumor niet? Dat ellende, armoede en uitzichtloosheid de beste, zwartste humor opleveren? Het is een gevaarlijke, linkse vorm van racisme dat je ongevraagd in een hokje stopt en een identiteit oplegt.”

Bent u wel in staat een drama te filmen, denkt u?

„Interessante vraag. Ik ben net zo’n melancholicus als mijn alter ego in It Must Be Heaven. Veel mensen vinden dit mijn wanhopigste én grappigste film; volgens mij twee kanten van dezelfde medaille. Als ik iets observeer, hoe vreselijk ook, zoek ik instinctief naar een burlesk element. Het gaat mij dus nooit lukken een boek te verfilmen over die beruchte slachtpartij uit 19-nogwat.

„Mijn grote inspirator is de schrijver Primo Levi. Vroeger had ik altijd een boek van hem bij me en las ik één willekeurige bladzijde voor het slapen gaan. Sommige christenen doen dat met de Bijbel, Primo Levi biedt mij geloof en hoop. Hij schrijft zo licht over afschuwelijke dingen; heel paradoxaal.”

Er dreigt in uw film continu onheil. Dat verlaten Parijs met tanks in de verte…

„Ik geloof niet dat we op weg zijn naar de Derde Wereldoorlog, we leven al in een post-apocalyptische wereld. Kijk naar de neoliberale uitbuiting, de groeiende ongelijkheid, de vergiftiging van land en zee, de wapenindustrie, dictaturen die oprukken in Azië en Zuid-Amerika, de Arabische wereld die in totale chaos verkeert, nieuw fascisme in heel Europa, ook in uw land. Noemde ik Donald Trump? Dit zijn gevaarlijke, gevaarlijke tijden.”

Lees hier de recensie van ‘It Must Be Heaven’

Dus dat wordt lachen, in uw logica.

„Eigenlijk is er maar één gedachte die mij de keel snoert: de zelfmoord van Walter Benjamin bij de Spaanse grens. Of Primo Levi: waarom pleegde hij zelfmoord?”

Heeft melancholie niet ook te maken met leeftijd? In de film voorspelt een tarotlezer u dat er ooit een Palestina komt, maar niet in uw tijd. Daarna kijkt u naar de jeugd die danst.

„Ik denk dat melancholie eerder temperament dan leeftijd is. Ouder worden kan juist bevrijdend zijn. Je hebt minder te verliezen en weet uit ervaring welke deuren open kunnen en welke gesloten blijven. Maar misschien zeg ik straks wel: naar de hel met cinema, ik ga rustig in een dorp wonen met mijn katten en honden en kippen in plaats van te toeteren over de ondergang van de wereld. Erg waarschijnlijk is dat niet.”