Mr. Big-methode: eerst lok je de verdachte met geld, daarna laat je hem bekennen

Posbank-zaak Mr. Big is een omstreden undercovermethode van de politie. Maar er zijn grenzen aan hoeveel druk je op een verdachte mag uitoefenen.

Natuurgebied de Posbank, waar in 2003 Alex Wiegmink verdween tijdens een rondje hardlopen.
Natuurgebied de Posbank, waar in 2003 Alex Wiegmink verdween tijdens een rondje hardlopen. Foto Remko de Waal/ANP

Er zijn vele manieren om een verdachte te verleiden tot een bekentenis. Mocht het gaan om een zwaar misdrijf en komt het bewijs anders niet rond, dan kan de politie een undercoveroperatie optuigen. Ze kan proberen ‘vrienden’ te worden met de verdachte, hem misleiden en de druk opvoeren middels een geraffineerd traject: de ‘Mr. Big-methode’.

Maar er zijn grenzen aan hoeveel druk je op een verdachte mag uitoefenen: zijn vrijheid om te verklaren mag niet worden geschonden – dat vergroot de kans op een valse bekentenis. En het is aan de rechter om te toetsen, mét voldoende motivering, wanneer die druk geoorloofd is. Daarvoor moet de rechter de methode kunnen controleren en zullen undercoveragenten hun gesprekken met de verdachte goed moeten registreren, zo mogelijk opnemen op band of beeld.

Dat oordeelde de Hoge Raad dinsdag in twee moordzaken waarin de Mr. Big-methode was toegepast: de Kaatsheuvel-zaak en de Posbankzaak. En in beide zaken, die verder geen verband houden met elkaar, meende de Hoge Raad dat het hof onvoldoende had gemotiveerd óf voldoende sprake was van verklaringsvrijheid, of de druk niet te hoog was opgevoerd. De Hoge Raad wees daarom beide zaken terug naar het hof.

Het is voor het eerst dat de hoogste rechter in Nederland zich uitspreekt over Mr. Big. De methode is internationaal omstreden omdat ze onder omstandigheden een situatie kan creëren waarin het voor onschuldige verdachten verleidelijker kan zijn een bepaald misdrijf te békennen dan te óntkennen. In de meeste landen wordt de methode niet gebruikt. In Canada, waar ze vandaan komt en de methode veelvuldig is gebruikt, heeft de hoogste rechter in 2014 de eisen ervoor aangescherpt om valse bekentenissen te voorkomen. Maar in Nederland, waar Mr. Big recent in ten minste twee zaken is gebruikt, bestaat zo’n kader niet.

Verdachte krijgt klusjes

De methode kent meerdere varianten, één ervan verloopt zo: de politie tuigt een fictieve criminele organisatie op en betrekt de verdachte hierin. Die krijgt klusjes aangeboden en hem wordt een financieel aantrekkelijke opdracht in het vooruitzicht gesteld. Totdat ‘de grote baas’, Mr. Big., zogenaamd verneemt dat de verdachte eerder betrokken was bij een misdrijf dat nu in het nieuws is.

Hij confronteert de verdachte ermee, zegt dat hij een risico voor de organisatie is en stelt hem voor een keuze: als de verdachte ter plekke bekent, dan kan de baas iets voor hem regelen – en mag hij blijven. Zo niet, dan vraagt hij de verdachte om te vertrekken.

Zo ging het in het zaak van Souris R., medeverdachte van de moord op Alex Wiegmink in 2003 in natuurgebied De Posbank. Hij zat, zo betoogde zijn advocaat, financieel aan de grond en werd in 2016 een fictieve criminele organisatie in gelokt. Hij werd hulpje in een loods en raakte volgens zijn advocaat onder de indruk van de werkwijze – xtc-handelaars die geweld niet schuwden. Ze zouden hem 75.000 euro in het vooruitzicht hebben gesteld voor de ultieme drugsdeal, áls hij de moord op Wiegmink zou bekennen.

Moord op Heidy Goedhart

Hetzelfde overkwam Wim S, verdachte van de moord op Heidy Goedhart in Kaatsheuvel in 2010. Hij kwam in 2014 terecht in een louche beveiligingsbedrijf – fictief – en zou met IT-werkzaamheden kunnen rekenen op een salaris van 8.000 euro per maand en nog méér voor extra klussen. Totdat hij in het Spaanse Marbella de hoogste baas ontmoette, die hem confronteerde met de moord op Goedhart.

Gelders Natuurgebied

Wim S. bekende de moord op Goedhart, net als Souris R. de moord op Wiegmink bekende. De twee mannen werden uiteindelijk door het hof veroordeeld tot respectievelijk 20 en 16 jaar cel en gingen in cassatie bij de Hoge Raad.

Eerder dit jaar liet de advocaat-generaal, die de Hoge Raad adviseert, weten dat volgens hem in de Kaatsheuvel-zaak van ontoelaatbare druk op de verdachte geen sprake was. In de Posbank-zaak adviseerde de advocaat-generaal, anders, juist om de zaak terug te verwijzen naar het hof: dat had volgens hem onvoldoende gemotiveerd of het bewijs is verkregen zonder ontoelaatbare druk en in vrijheid van verklaring. Het is nu in beide zaken aan het hof in Den Haag om zich hierover te buigen.