CPB verstoort investeringsfeestje met studie over vergrijzing

Vergrijzing Volgens het CPB komen de overheidsfinanciën onder druk door de vergrijzing. Pijnlijke ombuigingen zouden nodig zijn.

Beleid van het kabinet-Rutte III heeft het houdbaarheidssaldo van de overheid verslechterd, stelt het CPB.
Beleid van het kabinet-Rutte III heeft het houdbaarheidssaldo van de overheid verslechterd, stelt het CPB. Foto Roos Koole/ANP Xtra

Een dik jaar voor de Tweede Kamerverkiezingen van 2021 ziet het huishoudboekje van het kabinet er netjes uit. Het overschot op de Nederlandse begroting bedraagt 1,3 procent. Fijn voor politieke partijen, die komend jaar plannen kunnen gaan bedenken voor in hun verkiezingsprogramma’s. Zeker nu de rente zo laag is, lijken investeringen volstrekt logisch.

Of toch niet? Het Centraal Planbureau (CPB) verstoorde dinsdag het rooskleurige beeld. De overheidsfinanciën zijn niet toegerust op de vergrijzing, stelde het CPB in een studie naar de langetermijneffecten van de „grijze druk”. De groei van de Nederlandse bevolking vlakt af en in verhouding daalt het aantal werkenden, staat in de studie Zorgen om Morgen. Om toekomstige generaties dezelfde publieke voorzieningen te kunnen bieden als de huidige, zouden de komende jaren bezuinigen of belastingverhogingen nodig zijn.

Het zogeheten ‘houdbaarheidssaldo’ – het bedrag dat nodig is om de publieke voorzieningen op peil te houden – is in vijf jaar tijd flink verslechterd. Was in 2014 nog sprake van een positief houdbaarheidssaldo van 0,4 procent van het bruto binnenlands product, inmiddels is er een houdbaarheidstekort van 1,6 procent. Dat komt neer op een tekort van 16 miljard euro in 2025.

Lees ook deze column van Menno Tamminga: Hier woont ’n rijk man, die veel geven kan

„Zonder aanvullend beleid kunnen toekomstige generaties niet van dezelfde overheidsvoorzieningen profiteren als mensen nu”, stelt het CPB.

Door de vergrijzing is de overheid steeds meer geld kwijt aan AOW-uitkeringen en aan zorg, terwijl er naar verhouding minder inkomstenbelasting binnenkomt.

Beleid van de kabinetten-Rutte II en Rutte III heeft het houdbaarheidssaldo verslechterd, stelt het CPB. Onder Rutte II waren er investeringen in de verpleeghuiszorg en was er een lastenverlichting van 5 miljard euro. Onder Rutte III was er het Pensioenakkoord, waarin is afgesproken de AOW-leeftijd minder snel te laten stijgen, en gingen de lasten verder omlaag.

Aannames en onzekerheid

Wie de studie van het CPB tot zich neemt, kan soms even schrikken. Bij ongewijzigd beleid zou de staatsschuld volgens de rekenaars van het CPB bijvoorbeeld oplopen van rond de 45 procent van het bbp nu naar boven de 150 procent in het jaar 2080. Maar dit soort (zeer) langetermijnprognoses is met (zeer) veel onzekerheid omgeven. Het CPB benadrukt dat het houdbaarheidssaldo een „schatting” is die gevoelig is voor „aannames”. Bijvoorbeeld over bevolkingsgroei. De laatste prognose die het Centraal Bureau voor de Statistiek dinsdagochtend presenteerde over de groei van de bevolking (naar 19,6 miljoen in 2060) is niet in de CPB-studie meegenomen.

Niettemin wil het CPB een boodschap kwijt aan politiek Den Haag: wie geen rekening houdt met de vergrijzing, doet aan „intergenerationele herverdeling”. Ofwel: verrijkt deze generatie ten koste van toekomstige generaties.

Welke politieke conclusies zijn daaruit te trekken? Het CPB is voorzichtig. „Houdbaarheid is een nuttig perspectief voor beleid, maar niet het enige. Regeren is keuzes maken”, staat in het rapport. En, zegt het CPB, extra uitgaven kunnen het houdbaarheidstekort vergroten, maar „er kunnen soms goede redenen zijn voor die extra uitgaven.”

Voor partijen die het houdbaarheidstekort willen terugdringen, schetst het CPB wel een paar (doorgerekende) ideeën – suggesties die stuk voor stuk pijn doen. De publieke uitgaven aan onder meer bestuur, veiligheid en infrastructuur kunnen omlaag. AOW en andere uitkeringen kunnen worden gekort. De recente verbetering van de verpleegzorg kan worden teruggedraaid. Of het basispakket van de zorgverzekering kan worden verkleind. Een alternatief is verhoging van de belastingen, zoals btw of inkomstenbelasting.

Investeringsplan Wiebes

Het kabinet werkt juist aan een investeringsplan: de komende twintig jaar moeten tientallen miljarden worden gestoken in onder meer onderwijs, onderzoek en infrastructuur, in een poging de economie te versterken en de koopkracht te verbeteren. „Een substantieel hogere stijging van ons nationaal inkomen” is nodig, schreef minister Eric Wiebes (Economische Zaken, VVD) afgelopen vrijdag in een toelichting op zijn plan aan de Tweede Kamer, „om in de toekomst onze collectieve arrangementen veilig te stellen en bestedingsruimte voor huishoudens te creëren”.

Zonder specifiek op dit kabinetsplan te willen reageren noemde CPB-directeur Laura van Geest het dinsdag een goed streven om „de koek te vergroten”. „Dat helpt om de welvaart beter te herverdelen.” Maar ze toonde zich ook sceptisch over de kabinetsplannen. „Het is op zich goed om te investeren in zaken als onderwijs en onderzoek. Maar de effecten zijn weerbarstig. Het is immers niet zo, dat we dat nog niet dóén. De overheid geeft er jaarlijks 39 miljard euro aan uit, en toch we zien nu dat de productiviteitsgroei afneemt.”

Voor het houdbaarheidssaldo, zo staat in de CPB-studie, zijn productievere werknemers juist níét gunstig. Hoe productiever ze zijn, hoe meer loon ze doorgaans krijgen. En veel overheidsuitgaven, zoals uitkeringen, zijn aan de lonen gekoppeld.