Opinie

Zes protesten per dag in Iran maar revolutie zit er niet in

De woedende betogingen van vorige maand zijn weer bloedig neergeslagen, maar de Iraniërs protesteren elke dag door, leest Carolien Roelants.

Dwars

Het lijkt wel overal opstand in het Midden-Oosten dezer dagen. En Iran spant onbetwist de kroon. Ja, die week van bloedig neergeslagen protest van november, maar veel meer dan dat. ACLED, een onafhankelijke organisatie die politiek geweld en protest bijhoudt, telde tussen december 2017 en vorige week meer dan 4.700 al dan niet gewelddadige protesten in Iran. 4.700! Gedeeld door 730 dagen is dat bijna zesenhalf protest per dag! Zoek het op via acleddata.com; fascinerende lectuur! De meeste komen voort uit economische woede. Maar waar economische problemen de belangrijkste aanleiding zijn, wordt tegenwoordig aan de zijde van de betogers de oplossing in een nieuwe politieke leiding gezien. En een nieuw systeem.

Gaat dat in de afzienbare toekomst gebeuren? Ik weet wel zeker van niet. Het is ondenkbaar dat het regime zichzelf en het islamitische systeem zomaar opdoekt – ik persoonlijk kan me weinig regimes herinneren die er vrijwillig mee ophielden. Macht is lekker en lucratief. Maar concessies of hervormingen zitten ook niet in het vat. Integendeel. Dat ziet u aan de scherpe verhoging van de benzineprijzen die de aanleiding vormde voor de betogingen van november die met zoveel geweld werden neergeslagen. Alleen al aan de hand van die duizenden protesten die ik hierboven noemde, wisten de Iraanse leiders heel goed hoeveel ongenoegen er in de maatschappij leeft. Toch werd die benzineprijsverhoging gewoon boem-bats afgekondigd. En politieke concessies, hervormingen, zitten er al helemaal niet in.

Doordat de autoriteiten voor de duur van het protest van november het internet op zwart zetten en in het algemeen een slot op de mond hebben, is niet duidelijk hoeveel mensen de straat op gingen. Niet zo veel als de Amerikanen hoopten, denk ik, want die zien alles door een roze bril van een aankomende democratische revolutie, maar toch zeker honderdduizenden demonstranten, in 28 van de 31 provincies. Met honderden doden doordat de ordehandhavers met scherp schoten, en volgens de VN en Amnesty International 7.000 arrestaties. De betogers waren voorzover ik las afkomstig uit de armste lagen van de bevolking én uit de onderkant van de middenklasse die als gevolg van wanbeleid plus president Trumps „zwaarste sancties ooit” snel afkalft.

Waarom zoveel geweld van de zijde van de autoriteiten? Repressieve regimes hebben hoe dan ook vaak die neiging, zie bijvoorbeeld ook Egyptes Sisi, om mensen te ontmoedigen nóg eens de straat op te gaan. In het geval van Iran komt daar een belangrijke factor bij: Trumps „maximale-drukcampagne” om Teheran op de knieën te krijgen. Uitspraken van minister Pompeo en Trump zelf over Amerika’s steun voor de betogers bewezen hun geen dienst. Aha! Buitenlandse samenzwering! Huurbetogers in dienst van Amerika! Voor Teheran extra reden om het protest zo snel en intimiderend mogelijk neer te slaan.

De Amerikaanse campagne om „kwaadaardig” Iran zoals het heet „in een normaal land te veranderen”, leidt dus voorlopig zowel in de Iraanse binnen- als buitenlandse politiek juist tot verharding (zie de aanval van 14 september op de Saoedische olieinstallaties). De buitenlandse verharding is best succesvol: de buren zoeken opeens toenadering. In eigen land heeft het regime in Revolutionaire garde en de Baseej-militie een betrouwbare gewapende arm die revolutie ver weg kan houden. Waarbij het de vraag is of een nieuwe revolutie eigenlijk wel zo aanlokkelijk is: de vorige heeft immers de islamitische republiek opgeleverd.

Carolien Roelants is Midden-Oostenexpert en scheidt op deze plaats elke week de feiten van de hypes.