WEF: ongelijkheid tussen mannen en vrouwen in Nederland groter

Emancipatie Nederland is gezakt naar de 38ste plek op de lijst van het World Economic Forum, die landen rangschikt op basis van de gender gap.

Finland kreeg vorige week een nieuwe regering geleid door de 34-jarige Sanne Marin, de jongste premier ter wereld. Haar coalitie bestaat uit vijf partijen, alle geleid door vrouwen. Op de foto ontbreken drie ministers.
Finland kreeg vorige week een nieuwe regering geleid door de 34-jarige Sanne Marin, de jongste premier ter wereld. Haar coalitie bestaat uit vijf partijen, alle geleid door vrouwen. Op de foto ontbreken drie ministers. Foto Vesa Moilanen/Lehtikuva/AFP

Nederland is nét aan een mondiale subtopper als het gaat om het dichten van de maatschappelijke kloof tussen mannen en vrouwen. Dat blijkt uit de jaarlijkse Gender Gap Index van denktank World Economic Forum (WEF) die deze dinsdag verschijnt. Het WEF vergelijkt ongelijkheid tussen de seksen in 153 landen op basis van politieke invloed, economische participatie en toegang tot gezondheidszorg en onderwijs.

De jongste editie wijst uit dat Nederland is gezakt naar de 38ste positie, 11 plaatsen lager dan vorig jaar. Volgens de studie, in Nederland uitgevoerd door het Amsterdam Centre for Business Innovation van de Universiteit van Amsterdam (UvA), is de maatschappelijke ongelijkheid tussen mannen en vrouwen hier iets toegenomen. In veruit de meeste andere landen wordt de gender gap wél kleiner, aldus het WEF, zij het langzaam. In het huidige tempo duurt het nog bijna honderd jaar voordat de kloof wereldwijd is gedicht. IJsland voert de lijst aan, gevolgd door Noorwegen, Finland, Zweden en Nicaragua.

In Nederland is vooral het verschil in politieke invloed tussen mannen en vrouwen relatief groot, en zelf iets toegenomen. De studie kijkt naar het percentage ministersposten en parlementszetels dat door vrouwen wordt bezet. Ook het aantal jaren dat een land is geleid door een vrouwelijke premier of president telt mee.

Daarnaast „stagneert” de groei in economische participatie van vrouwen in Nederland, stelt het WEF. De arbeidsparticipatie van vrouwen is ongeveer gelijk gebleven: ruim driekwart van de vrouwen werkt, tegenover 84,2 procent van de mannen. Grote verschillen bestaan op het gebied van deeltijdwerk (ruim driekwart van de vrouwen tegenover 40 procent van de mannen) en het aantal vrouwen in leidinggevende posities. Slechts een kwart daarvan is in Nederland bezet door vrouwen, die dan weer twee keer zo veel zorgtaken en onbetaald werk voor hun rekening nemen. Wel neemt de gepercipieerde inkomensongelijkheid voor gelijke functies in Nederland iets af. Absolute cijfers zijn er niet.

In hoeverre de verschillen in economische participatie het gevolg zijn van vrije keuze of kansenongelijkheid wordt uit de studie van het WEF niet duidelijk. Henk Volberda, hoogleraar strategisch management en innovatie aan de UvA en leider van het Nederlandse onderzoek, noemt de beschreven stagnatie niettemin „jammer”, vooral omdat Nederland qua onderwijsparticipatie wél goed scoort. „Tot 32 jaar doen vrouwen het zelfs beter als je kijkt naar salaris en opleidingsniveau. Dat ze later zo ondervertegenwoordigd zijn, betekent dat die potentie niet goed wordt benut.”