Analyse

Buiten is de klimaatverandering zichtbaar, maar onderhandelaars bijten zich vast in details

Klimaattop De top in Madrid ging niet over klimaat, maar over wie er voor de kosten opdraait. Tot nu toe zijn daarover amper afspraken gemaakt.

Minister-president Mark Rutte in gesprek met de Portugese premier Costa tijdens de klimaattop in Madrid, 2 december 2019.
Minister-president Mark Rutte in gesprek met de Portugese premier Costa tijdens de klimaattop in Madrid, 2 december 2019. Foto Sergio Perez / Reuters

Wie denkt dat het op de klimaattop in Madrid, die zondagmiddag eindigde, ging over de opwarming van de aarde, vergist zich. Het ging in de eerste plaats over geld. Als het in Madrid wel over het klimaat was gegaan, had de top niet zo lang hoeven te duren. Op een enkeling na is de wereld het erover eens dat de tijd dringt om gevaarlijke klimaatverandering te voorkomen. De uitstoot van broeikasgassen moet zo snel mogelijk naar (netto) nul en dan nog zal er schade zijn, en zijn er maatregelen nodig om de wereld aan te passen aan de ergste gevolgen.

Dit waren de vragen die in Madrid op tafel lagen: wie is er verantwoordelijk, wie moet het meeste doen, wie heeft recht op compensatie, en wie moet dat betalen? Nu het inwerkingtreden van het klimaatakkoord van Parijs (2015) voor de deur staat – eind volgend jaar – kunnen de antwoorden niet meer op de lange baan worden geschoven.

Lees ook: Klimaattop in Madrid is mislukt

Hoe lastig dat is, blijkt uit de positie van Nederland. Het is Nederland uitstekend gelukt om zichzelf te positioneren als ambitieus en constructief. Maar tegelijkertijd verbazen buitenlandse diplomaten in Den Haag zich soms over het Nederlandse zelfbeeld. „Jullie geloven dat jullie heel duurzaam zijn, terwijl de cijfers toch echt wat anders laten zien”, zegt een van hen. Nederland heeft grote plannen, maar als het gaat om duurzame energie loopt het land zeker niet voorop.

Tot die conclusie kwam ook het Planbureau voor de Leefomgeving vorige maand opnieuw: „Het stellen van ambitieuze doelen geeft de energietransitie elan, maar de uitvoering van gemaakte afspraken blijkt weerbarstig”, schreef het PBL in zijn jaarlijkse Klimaat- en Energieverkenning. Op de Climate Performance Index, die jaarlijks op de klimaattop wordt gepresenteerd, staat Nederland op de 29ste plaats – net boven China, maar onder Griekenland, Slowakije en Italië.

Kamerlid Kees Verhoeven (D66) ziet een groeiende discrepantie tussen de woorden en de daden van het kabinet. Enerzijds wordt er gepleit voor ambitie, anderzijds staat Nederland op de rem zodra de plannen concreet worden en geld blijken te kosten.

Ambities kosten geld

De Nederlandse houding tegenover de Green Deal, het vorige week gepresenteerde klimaatplan van de Europese Commissie, is daarvan een mooi voorbeeld. „Als het erop aankomt, mag Europa de grote problemen oplossen – zolang het maar niets kost”, zegt Verhoeven. Maar ambities kosten geld, voegt hij eraan toe. „Wij roepen de premier daarom op: stop met die kruideniersmentaliteit, durf te investeren in onze toekomst.”

Nederland pleit voor ambitie, maar remt zodra plannen concreet worden

Tom van der Lee (GroenLinks) is het met Verhoeven eens. „Nederland is echt wel beter geworden, zet zich meer in voor grotere Europese ambities”, zegt hij. „Maar om Europese klimaatdoelen te halen zal er enige mate van herverdeling moeten plaatsvinden binnen de EU – en dat ligt meteen gevoelig.” Nederland is wel blij met de Green Deal, „maar niet met de financiering ervan”.

Toch is de financiële steun van de rijkere EU-landen voor een land als Polen onvermijdelijk om van de Green Deal een succes te maken. De Poolse economie groeit in rap tempo, maar niet genoeg om vanuit de achterstand die het land heeft zo’n dure energietransitie helemaal zelf te bekostigen. Dus wil Polen, dat 80 procent van zijn energie uit kolen haalt, meer tijd („klimaatneutraliteit in ons eigen tempo”, noemt premier Mateusz Morawiecki dat) of meer geld.

In het verleden uitten Poolse politici zich nog wel eens sceptisch over de risico’s van klimaatverandering. President Andrzej Duda heeft regelmatig gezegd dat hij betwijfelt of de aarde opwarmt door menselijk handelen.

Maar zijn land nam in het debat over de Green Deal juist géén principieel standpunt in tegen klimaatmaatregelen, noch tegen de ambitie om de Unie in dertig jaar klimaatneutraal te maken. In 2012, onder een meer liberale en pro-Europese regering, gebruikte Polen nog haar veto tegen bescheidener klimaatdoelen.

Begrip voor Polen

In Brussel haasten EU-diplomaten zich dezer dagen te benadrukken hoeveel begrip ze hebben voor Polen. Natuurlijk zal het land ook financieel worden bijgestaan, maar landen als Nederland en Frankrijk weigeren zich vast te leggen op bedragen. Een gezamenlijke klimaatambitie, zo benadrukken zij, staat los van de discussie over geld.

Inmiddels zijn de discussies al lang innig verstrengeld geraakt. Over de Poolse uitzonderingspositie zei de Franse president Emmanuel Macron vrijdag: „Als Polen zijn deelname niet bevestigt, plaatst het zichzelf buiten de Europese mechanismen, vooral als het om financiële solidariteit gaat.”

Bij de Green Deal gaat het alleen nog over steun aan een paar oostelijke lidstaten. Voor de uitvoering van het klimaatakkoord van Parijs wachten tientallen ontwikkelingslanden op vergelijkbare hulp. Die is niet alleen toegezegd door rijke landen, die financiële steun is ook noodzakelijk om de klimaatdoelstellingen te halen. Nu moet dus blijken wat de mooie ambities waard zijn.

Vorig jaar op de klimaattop in het Poolse Katowice klonk premier Mark Rutte (VVD) nog strijdvaardig: „Er is simpelweg geen alternatief. Als ons dit niet lukt, hebben we als mensheid een serieus probleem.”

Daarna volgde een jaar van onrust in Nederland over het stikstofbeleid, met boze boeren, bouwers en onbegrip over de maximum snelheid. Het zou wel wel eens een voorbode kunnen zijn van wat er gebeurt als straks het klimaatbeleid serieuze vormen aanneemt. En dus had de Nederlands premier het in Madrid over „stap voor stap”. Ambitie, zei de premier, mag er niet toe leiden dat mensen „de auto wegdoen” of „vliegschaamte ontwikkelen”.

„We zijn altijd zo gepreoccupeerd met de kosten, en daar wordt politiek zo op gestuurd”, vreest Van der Lee, „dat we de doelen die we onszelf hebben gesteld uiteindelijk niet bereiken.” Als iedereen die houding aanneemt, komt er van Parijs niets terecht.

Met bijdragen van Stéphane Alonso (Den Haag), Emilie van Outeren (Warschau) en Clara van de Wiel (Brussel).