Opinie

Poseren als Führer

Marcel

Marcel van Roosmalen

Mark van den Oever uit Sint Hubert – 36 hectare fruit, 40 hectare kerstbomen, 6 hectare suikerbieten en 1.000 vleesvarkens – verwierf in korte tijd bekendheid door zijn ongenuanceerde uitspraken als voorzitter van boerenprotestgroep Farmers Defence Force (FDF). De toon: Gaat het niet goedschiks, dan kwaadschiks.

Vrijdag trok hij in een debat in de Provinciale Staten van Noord-Brabant een parallel tussen het lot van de boeren en dat van de Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog: „75 jaar geleden hebben we ook gezien waar het decimeren van een kleine bevolkingsgroep toe leidt.”

Na de ophef kwam FDF niet met excuses maar met een stukje duiding. Ze wilden niemand kwetsen, maar ze zagen nog steeds overeenkomsten. Het wrijven in de vlek werd alleen in eigen kring gewaardeerd.

Dat je in de zoektocht naar een bizarre vergelijking bij de Tweede Wereldoorlog uitkomt is misschien nog te begrijpen. Ook in Sint Hubert zal die periode de meeste impact hebben gehad tijdens het geschiedenisonderwijs, maar de opgedane kennis smelt als sneeuw voor de zon als de leerling niet oplet.

Ik heb dat debat meermaals teruggekeken. Je ziet Van den Oever voorovergebogen boven zijn papieren in staccato Brabants zijn hyperbolen oplepelen. Alsof hij zelf ook niet helemaal beseft wat hij er allemaal uitkraamt. Meerdere A4’tjes, met twee vingers en het stoom uit de oren getikt aan de keukentafel. Waarschijnlijk op dezelfde computer als waarop ze ook dat logo met die gekruiste hooivorken met de lijfspreuk ‘all4one’ hebben ontworpen, wat FDF’ers bij publieke optredens zo trots om de arm en op de borst dragen. Van den Oever straalt onverzettelijkheid uit wanneer hij in z’n bij elkaar geborduurde uniform op of naast zijn trekker voor zijn barak met varkens staat. De armen over elkaar, de blik op oneindig, zo mocht de Führer ook graag poseren.

Van de boze boeren mag je hun met beesten volgepropte stallen niet met concentratiekampen vergelijken, als er parallellen met de Tweede Wereldoorlog moeten worden getrokken kruisen ze graag zelf het juiste vakje aan.

Zij wanen zich de slachtoffers en iedereen die dat niet vindt kan een suikerbiet tegen z’n kop krijgen. Mark van den Oever is niet te stoppen, en als hij wel te stoppen is hebben ze naar eigen zeggen al „een nog grotere lul” klaar staan bij het FDF. Ze zullen hun trekkers van niets naar nergens blijven sturen tot ze hun zin krijgen. Een simpele strategie die om een duidelijk antwoord schreeuwt: ontwapen ze, pak ze hun trekkers af.

Wel weer teruggeven als ze normaal gaan doen, het is nu tenslotte niet de Tweede Wereldoorlog.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.