No Deal-Brexit zou Nederland hard raken

Groeiramingen De Nederlandsche Bank voorziet forse economische schade als de Britten uit de EU tuimelen zonder handelsakkoord.

Vrachtwagens staan in de rij bij Dover. Het Verenigd Koninkrijk is voor Nederland de belangrijkste exportbestemming na Duitsland.
Vrachtwagens staan in de rij bij Dover. Het Verenigd Koninkrijk is voor Nederland de belangrijkste exportbestemming na Duitsland. Foto Merlin Daleman

Nu Boris Johnson de Britse verkiezingen heeft gewonnen, is de kans groot dat de EU en het Verenigd Koninkrijk (VK) op 31 januari aanstaande uit elkaar gaan mét uittredingsakkoord. Maar een No Deal-Brexit is nog niet van tafel. Als het uittredingsakkoord niet wordt geratificeerd, of als er daarna geen akkoord komt over de toekomstige handelsrelatie, tuimelen de Britten alsnog hard uit de Europese Unie.

Een Brexit zonder nieuwe handelsafspraken zou Nederland fors raken, voorspelde De Nederlandsche Bank (DNB) maandag. De economische groei in Nederland zou in zo’n scenario ongeveer halveren. DNB voorziet voor volgend jaar 1,4 procent economische groei. Bij een No Deal-Brexit zou dit 0,7 procent zijn. Voor 2021 verwacht DNB 1,1 procent groei, bij No Deal wordt dit 0,5 procent.

Bij een No Deal-scenario vallen EU en VK terug op de minimumregels van de Wereldhandelshandelsorganisatie (WTO). Dat zou naar alle waarschijnlijkheid betekenen: nieuwe importtarieven en veel bureaucratische obstakels voor de handel.

No Deal zou in februari al kunnen plaatsvinden als het uittredingsakkoord niet door de EU-landen of het VK wordt geratificeerd. Dat is niet erg waarschijnlijk, maar ook als het uittredingsakkoord het haalt, kan er een Brexit op basis van WTO-regels komen: de onderhandelingen over een vrijhandelsakkoord die volgen, kunnen mislukken. Eind 2020 moet er een handelsakkoord liggen – een heel ambitieuze, volgens sommigen te ambitieuze doelstelling. De deadline kan eventueel verlengd worden naar 2022.

Belanrijke exportbestemming

Voor Nederland staat veel op het spel. Het VK is voor Nederland de belangrijkste exportbestemming na Duitsland, gemeten naar hoeveel geld die export oplevert. Nederland verdiende in 2018 25,5 miljard euro met uitvoer naar het VK, ofwel 3,3 procent van het totale bruto binnenlands product, zo blijkt uit CBS-cijfers.

De handelsgesprekken met het VK zullen lastig zijn. De Conservatieven van de Britse premier Johnson willen gaan afwijken van EU-regelgeving, waardoor een ongelijk speelveld dreigt te ontstaan. Als basisscenario gaat DNB uit van een vrijhandelsakkoord na de Brexit dat lijkt op het akkoord tussen de EU en Canada. De handelsbelemmeringen blijven daarin beperkt, al drukt ook zo’n vrijhandelsdeal de Nederlandse economische groei al met zo’n 0,2 procentpunt per jaar ten opzichte van een scenario zónder Brexit.

Groei vlakt af

De groei van het bbp valt de komende jaren hoe dan ook terug, verwacht DNB. In 2018 bedroeg de bbp-groei nog 2,5 procent, dit jaar komt die op 1,7 procent uit, in 2020 op 1,4 procent en in 2021 op 1,1 procent. Woensdag komt ook het Centraal Planbureau met ramingen.

Lees ook deze recente analyse van de Nederlandse economie: De economie weerstaat de mondiale krachten

De groeivertraging komt vooral door de fors teruggevallen groei van de wereldhandel. Handelsoorlogen en onzekerheid eisen hun tol. Daarnaast loopt de Nederlandse economie tegen de eigen grenzen op vanwege de zeer krappe arbeidsmarkt. De werkloosheid komt dit jaar uit op 3,4 procent en stijgt volgend jaar licht naar 3,6 procent. Bedrijven hebben zo’n moeite met het vinden van personeel dat meer produceren lastig is.

En er is er nog een andere remmende factor: stikstof. De uitspraak over stikstofuitstoot van de Raad van State in mei raakt de bouw. Projecten staan op losse schroeven. Dat maakt de economische groei met 0,1 procentpunt per jaar lager in 2020-2021, zo becijferde DNB, waarbij de noodplannen van het kabinet zijn meegenomen.

‘Meer participatie nodig’

De komende jaren, zo verwacht DNB, zal het groeipotentieel van de Nederlandse economie kleiner worden. Dat komt omdat de beroepsbevolking – het deel van de bevolking dat kan werken – de komende jaren niet meer groeit en vanaf 2022 volgens CBS-prognoses zelfs afneemt. Voor DNB roept dat de vraag op hoe in de toekomst de „participatie”  vergroot kan worden. Oftewel: wie kan wel werken, maar werkt nu nog niet of niet voltijds?

Tjerk Kroes, divisiedirecteur Economisch beleid en onderzoek bij DNB, noemde koppels met kinderen waarvan er één in deeltijd werkt (‘anderhalfverdieners’) en ook lageropgeleiden en mensen met een niet-westerse achtergrond, die vaker werkloos zijn. Dit vraagstuk zal de komende tijd „intensiever” worden besproken, denkt Kroes.