Analyse

Ineens gaat de senaat over rechts

Eerste Kamer De coalitie komt zetels tekort in de senaat. Tot nu toe leken vooral de linkse partijen daarvan te profiteren. Maar in de stikstofcrisis helpen de kleine rechtse partijen het kabinet uit de brand.

Premier Mark Rutte en minister Carola Schouten (Landbouw, CU) spraken maandag op het Catshuis met het Landbouw Collectief over de stikstofproblematiek.
Premier Mark Rutte en minister Carola Schouten (Landbouw, CU) spraken maandag op het Catshuis met het Landbouw Collectief over de stikstofproblematiek. Foto Sem van der Wal/ANP

Het ‘Ottenpaadje’, zo wordt de uitweg door sommigen al genoemd die Henk Otten met zijn driekoppige Eerste Kamerfractie aan het kabinet biedt. 50Plus-senator Martin van Rooijen, ook deel van het bondgenootschap, heeft het liever over „het kleine motorblok op rechts”. En Peter Schalk, fractieleider van de SGP en fervent schaker, spreekt van „een paardensprong”. Hij legt uit: „Twee stappen vooruit, één naar rechts, met een element van verrassing.”

Vast staat dat de keuze van de Groep Otten om de stikstofspoedwet – die de stikstofcrisis in de bouw voorlopig moet sussen – niet alleen het kabinet uit de brand helpt. Samen met de senaatsfracties van SGP en 50Plus, beide goed voor twee zetels, laat Otten – die deze zomer na zijn gedwongen vertrek bij Forum voor Democratie een eigen fractie vormde met twee overstappers – voor het eerst zien dat het kabinet er een serieuze optie bij heeft als het zoekt naar meerderheden in de Eerste Kamer.

Zelf komt de coalitie heel wat zetels tekort in de senaat – en tot nu toe leken vooral GroenLinks en de PvdA daarvan te profiteren. Zij stelden de eisen en dreigden hun steun in te trekken, ook bij de stikstofwet. Met de steun van de drie kleine rechtse partijen kan het kabinet die dreigementen voortaan sneller links laten liggen.

„De PvdA en GroenLinks dachten dat zij de baas werden”, constateerde 50Plus-senator Van Rooijen vrijdagavond na de toezegging van Otten tevreden. „Maar dat worden wij.”

Iedereen wil het breekijzer zijn

Dat is de Eerste Kamer in optima forma: in naam een instituut dat verheven is boven de alledaagse politiek, in de praktijk nooit vrij van het politieke steekspel.

Het is een plek waar de brandjes en relletjes van „de overkant”, de Tweede Kamer, vaak ver weg voelen. Wie de Algemene Politieke Beschouwingen in de Tweede Kamer van dit jaar vond uitblinken in hun kalmte, kon bij de Beschouwingen in de Eerste Kamer helemaal aan zijn trekken komen: complimentjes vlogen over en weer, de hoffelijkheid heerste.

Maar het is ook een parlementair orgaan waarvan de inzittenden – steeds vaker prominente oud-politici met royale ervaring in het politieke spel – zich maar al te bewust zijn van hun macht. En nu het kabinet sinds mei is teruggevallen naar 32 van de 75 zetels, liefst zes zetels te weinig voor een meerderheid, deinzen zij er niet voor terug om die in te zetten.

Lees ook deze analyse uit de campagnetijd: Oppositie ruikt kansen in de Eerste Kamer

Al in de aanloop naar de Provinciale Statenverkiezingen zinspeelden GroenLinks en PvdA openlijk op de rol als breekijzer die ze in de senaat in de nieuwe samenstelling hoopten te spelen – ook al hadden hun senaatsfracties tot dat moment ingestemd met respectievelijk 95 en 96 procent van alle wetgeving die het kabinet-Rutte III in de Eerste Kamer had ingediend.

„Als het kabinet na de verkiezingen met de handen in de zak naar de Eerste Kamer komt, brengt het zichzelf ten val”, dreigde GroenLinks-lijsttrekker Paul Rosenmöller.

Mei Li Vos, lijsttrekker en nu fractievoorzitter van de PvdA, had evenmin zin om zich neer te leggen bij een jaknikkersrol, vertelde ze aan Trouw: „De Eerste Kamer is bij uitstek een politiek orgaan!” Ze wilde de senaat in om politieke idealen te verwezenlijken, verduidelijkte ze. „Anders kunnen ze net zo goed een stel juristen neerzetten.”

Ze waren niet de enigen. Ook Forum voor Democratie snakte naar invloed in de Eerste Kamer. Maar partijleider Thierry Baudet maakte serieuze samenwerking met de coalitie quasi-onmogelijk door direct na de grote zege bij de Statenverkiezingen te komen met een lijst van vrijwel onmogelijke voorwaarden: het vertrek van kabinetsleden, een streep door het klimaatakkoord en het migratiepact van Marrakech.

Bonte gelegenheidscombinatie

En nu is daar het Ottenpaadje. Het is een bonte gelegenheidscombinatie die het kabinet maar net aan een meerderheid kan helpen, enigszins vergelijkbaar met ‘de constructieve drie’ die Rutte II ondersteunden: D66, ChristenUnie en SGP. Maar als vluchtroute kunnen de Groep Otten, 50Plus en SGP van onschatbare waarde zijn.

Zo zijn er meer dossiers waarop het kabinet een route over rechts zal verwelkomen. Als het kabinet zich gedwongen ziet om zijn klimaatplannen te vertragen of af te zwakken, hoeft het bijvoorbeeld niet op GroenLinks of PvdA te rekenen. En ook bij de hervormingen op de arbeidsmarkt die minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken, D66) voor ogen heeft, kan het rechtse motorblok bijspringen.

Betere onderhandelingspositie

En misschien nog wel de belangrijkste: het kabinet bevindt zich in een aanmerkelijk betere onderhandelingspositie nu het heeft laten zien dat het ook andere opties heeft. PvdA en GroenLinks zullen aantrekkelijke partners in de Eerste Kamer blijven, maar ze zullen zich vaker gedwongen zien om hun verlanglijstje in te korten. Ze zijn niet langer onmisbaar, maar vervangbaar geworden.

Bijkomend voordeel bij de stikstofwet: anders dan de andere oppositiepartijen, die de afgelopen week de ene na de andere wens op tafel legden, hoefde Otten geen wisselgeld in ruil voor zijn steun. Dat was „chantagepolitiek”, aldus Otten, en daar voelde hij niets voor.

Al liet hij de kans niet onbenut om zijn steun uit te rekken tot een zorgvuldig geregisseerd mediamoment op het Torentje, handenschuddend met premier Mark Rutte (VVD) en minister Wopke Hoekstra (Financiën, CDA).

Ook dat is politiek.