Opinie

Hier woont ’n rijk man, die veel geven kan

Menno Tamminga

Grijs is het nieuwe goud. Klagen over de vergrijzing is als zeuren over de seizoenen. Zinloos. De vergrijzing kleurt de komende decennia de Nederlandse samenleving, het straatbeeld en de politieke arena. Oud is, met dank aan AOW en pensioenen, niet meer synoniem met arm. Het financiële slotstuk is een rijke stroom van erfenissen. Het Centraal Planbureau (CPB) heeft onlangs onderzoek gedaan naar een specifiek aspect daarvan: vergroten erfenissen de financiële ongelijkheid? Worden rijken nog rijker door de overdracht van vermogens? Interessant, maar de CPB-studie biedt nog veel meer.

Eerst die ongelijkheid. Het financieel vermogen (huizen, spaargeld) en dus ook de erfenissen zijn bijzonder ongelijk verdeeld. Miljoenen mensen hebben die (bijna) niet, maar er zijn ook kolossale (ondernemings)vermogens die door vererving worden overgedragen. Denk aan Heineken. Ook menselijk kapitaal (intellect, ondernemerschap, doorzettingsvermogen) wordt doorgegeven.

Versterken de erfenissen de vermogensongelijkheid, zoals de Franse econoom Thomas Piketty in 2014 stelde in zijn boek Capital in the twenty-first century?

Voor het onderzoek daarnaar concentreert het CPB zich op de belastbare erfenissen. Dat wil zeggen: erfenissen die uitkomen boven de vrijstellingsgrens (650.913 euro voor partners, 20.616 euro voor kinderen).

Het CPB ziet de stelling van Piketty niet terug in de Nederlandse cijfers. Erfenissen en schenkingen komen terecht bij huishoudens met een kleiner vermogen dan de schenkers en erflaters. Daardoor daalt de ongelijkheid tussen generaties.

Nog een verrassende uitkomst in de studie: ouderen teren niet of nauwelijks in op hun vermogen. Ouderen bezitten meer vermogen dan jongeren. Logisch. Ze hebben langer een inkomen gehad. Dus meer mogelijkheden om te sparen, te beleggen en een huis te kopen. Dat huis is de kern van hun vermogen. Je ziet de waarde van erfenissen én de erfbelasting op- en neergaan met de huizenmarkt.

Lees ook deze column van Maarten Schinkel: Boomer-criticus? Zie dan af van je erfenis

De hypothese van economen is dat mensen in hun werkzame leven kapitaal vergaren en dat spaarvarken vervolgens na hun pensioen stuk slaan om van te leven. Niet dus. En ook logisch. Vermogen geeft zekerheid in tijden van dreigende pensioenkortingen en eigen bijdrages voor wonen en zorg. Het geeft gemak en vrijheid. En ouders hebben de kennelijke behoefte om iets na te laten aan (klein)kinderen.

Wat krijgen ze? De gemiddelde erfenis in 2015 zag er zo uit: een huis van 173.000 euro, 105.000 euro spaargeld en 55.000 euro beleggingen. De hypotheekschuld was 32.000 euro.

Gaat de vergrijzing gepaard met een lang voorspelde golf vermogensoverdrachten in erfenissen en schenkingen die de volgende generaties slapend rijk maken en lastige keuzes voor de rijksbegroting zullen verlichten? Dat valt tegen. Het ‘beste’ erfenissenjaar was 2010 met een bedrag van 12,5 miljard euro. Het slechtste was 2015: ruim 10 miljard euro. De doorsnee erfenis (mediaan), die precies in het midden van de waarnemingen ligt, was toen 28.000 euro.

Wie krijgt uw geld, gesteld dat u iets te vergeven heeft? Het meeste gaat naar kinderen en partners.

Een mooie groeisector zijn goede doelen, organisaties met een zogeheten Anbi-status. Zij ontvangen erfenissen belastingvrij. In 2015 kregen ze er 2.200, goed voor een totaal bedrag van 302 miljoen euro. In 2007 ging het om iets meer dan 2 procent van het bedrag aan erfenissen, in het ‘slechte’ 2015 om bijna 3 procent. Geven maakt nog rijker.

Menno Tamminga schrijft op deze plaats elke dinsdag over ondernemingsbeleid en economie.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.