Groningers met aardbevingsschade hebben weinig vertrouwen in versterking

De onderzoekers van Gronings Perspectief schrijven dat bewoners die de versterking van hun huis noodzakelijk achten, extreem lage verwachtingen hebben.
Versterkingsmaatregelen in de wijk Opwierde-Zuid.
Versterkingsmaatregelen in de wijk Opwierde-Zuid. Foto Kees van de Veen

Groningers met aardbevingsschade hebben er weinig vertrouwen in dat hun woningen ooit nog versterkt gaan worden. Slechts 5 procent van de mensen met weinig schade en 14 procent van de Groningers met meervoudige schade geloven dat hun huizen versterkt zullen worden. Dat blijkt maandag uit een bevolkingsonderzoek van het Gronings Perspectief, een samenwerkingsverband tussen de Rijksuniversiteit Groningen, GGD Groningen en het Sociaal Planbureau Groningen.

Een groot deel van de Groningers met aardbevingsschade is van mening dat versterking nodig is - zo’n 37 procent van de Groningers met meervoudige schade. Slechts 3 procent van de bewoners heeft een woning die al versterkt is. Veel bewoners geven aan dat ze zelf geen inschatting kunnen maken of het nodig is dat hun huis versterkt wordt (40 procent). Bij meervoudige schade is er op meerdere plekken schade aan de woning.

Risicogroep

Hoofdonderzoeker Katherine Stroebe van de Rijksuniversiteit Groningen noemt het opvallend dat bewoners die de versterking van hun huis noodzakelijk achten, zulke lage verwachtingen hebben. „Dat is zorgelijk, omdat we weten dat het juist bewoners met meervoudige schade zich minder veilig voelen en gezondheidsklachten krijgen door de schade en alles wat erbij komt.”

De onderzoekers pleiten voor beleid dat rekening houdt met de kwetsbaarheid van bewoners met meervoudige schade. Deze bewoners ervaren namelijk gezondheidsproblemen, stress, boosheid en minder gevoel van controle. Onderzoeker Stroebe: „Al in 2016 wezen we erop dat bewoners met meervoudige schade een risicogroep zijn. Deze groep leeft al jaren in onzekerheid, en we zien dat een deel eraan onderdoor gaat. We vinden het onbegrijpelijk dat er in 2019 nog steeds geen overkoepelend beleid is voor de problemen van deze groep.”

Volgens het onderzoek is er geen enkele overheidsinstantie die de verantwoordelijkheid neemt voor het welzijn van deze groep. Gemeenten en de GGD zijn niet in staat om aanvullende maatregelen te nemen, omdat ze geen inzicht hebben in schademeldingen van individuele huishoudens. Alleen de Tijdelijke Commissie Mijnbouwschade Groningen (TCMG) heeft dat inzicht, maar deze organisatie beoordeelt en vergoedt alleen de schade.

Verdeeldheid

Wel is het zo dat de gezondheidstoestand van deze groep niet achteruit gaat. Dat noemen de onderzoekers een ‘lichtpuntje’. Toch is de toestand „nog altijd zorgwekkend”. De groep heeft te maken met boosheid, machteloosheid, onzekerheid en gevoelens van onveiligheid. De onderzoekers waarschuwen ook voor verdeeldheid in dorpsgemeenschappen. Zo zien sommige Groningers met aardbevingsschade dat er sprake is van ongelijke behandeling. Dat kan leiden tot spanningen.

Het Gronings Perspectief voert al sinds 2016 onderzoeken uit in opdracht van de Nationaal Coördinator Groningen. De onderzoekers concluderen op basis daarvan dat het inmiddels beter gaat met de geestelijke gezondheid van Groningers met schade aan hun woning. De onderzoekers verstuurden twee vragenlijsten aan 7.328 Groningers, 55 procent vulde beide enquêtes in. Deze maandag is ook nog een rapport van Gronings Perspectief verschenen over de impact van de de aardbeving van Westerwijtwerd op 22 mei.

Minister Eric Wiebes (Economische Zaken, VVD) maakte in september bekend dat er in 2022 een einde komt aan de gaswinning uit het Groningerveld. De minister schreef in oktober dat 26.000 huizen in Groningen mogelijk versterkt moeten worden. Maar experts zullen de huizen eerst moeten beoordelen en het is nog niet duidelijk of versterking voor alle huizen nodig is.