‘Gemeenten houden te weinig toezicht op besteding zorggeld’

Slechts een derde van de Nederlandse gemeenten heeft sinds de decentralisatie een toezichthouder aangesteld om zorgaanbieders te controleren.
Volgens gemeenten is het onduidelijk op welke punten zij zorgaanbieders moeten toetsen.
Volgens gemeenten is het onduidelijk op welke punten zij zorgaanbieders moeten toetsen. Foto GettyImages

In de meeste Nederlandse gemeenten is niet duidelijk of geld dat is bedoeld voor zorg daadwerkelijk daaraan wordt besteed, omdat daarvoor geen toezichthouder is aangesteld. Uit publicaties van Pointer, Reporter Radio en Follow the Money maandag blijkt dat grote zorgbedrijven de afgelopen vijf jaar daardoor „vrij spel [hebben] gekregen”.

Het collectief baseert zich op cijfers van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Slechts in een derde van de 355 gemeenten is na de decentralisatie in 2015 - waarbij de zorgtaak bij gemeenten kwam te liggen - een toezichthouder aangesteld. Daardoor is er weinig controle op de rechtmatigheid van de aanbestedingen en de activiteiten van de zorgaanbieders die geld krijgen van de gemeenten.

Fraude opsporen

Een woordvoerder van de VNG zegt tegen NRC dat gemeenten wel controleren of de bedrijven zich houden aan hun contract. „Gemeenten en de zorgaanbieders maken prestatieafspraken die worden gecontroleerd. Maar de bedrijven zelf controleren, door bijvoorbeeld hun administratie na te lopen, is een heel specialistische taak.” Een toezichthouder zou voor de gemeenten fraude bij de zorgbedrijven kunnen opsporen.

Tussen 2015 en 2018 maakten 85 grote zorgbedrijven minimaal twee jaar op rij meer dan 10 procent winst, berekenden de samenwerkende onderzoeksjournalisten. Dat is opvallend omdat bedrijven in de zorgsector, die bijvoorbeeld thuis- of gehandicaptenzorg bieden, doorgaans zo’n 3 procent winst maken. Aan de zorgbedrijven die meer verdienden, werd in 2018 voor 37,9 miljoen euro uitgekeerd door de gemeenten. Voor een aantal van die bedrijven zou de extra winst „logisch te verklaren zijn”, stelt het collectief.