Een ‘kadaster’ voor bulldozers, hijskranen en tunnelboren

Machinerie Taxateur Riks Noorman bouwt een enorm register voor grote machines en voertuigen. Wat zijn ze waard, en hoeveel vervuilen ze?

Het Nederlandse Mammoet is een van de klanten van het ‘World Treasury Center’. Initiatiefnemer Riks Noorman begon dertig jaar geleden met deze database.
Het Nederlandse Mammoet is een van de klanten van het ‘World Treasury Center’. Initiatiefnemer Riks Noorman begon dertig jaar geleden met deze database. Foto Ton Borsboom/ANP

Riks Noorman wil eerst even iets rechtzetten. Aan taxeren is niks subjectief. Wie op enig moment de waarde van, noem eens wat, een bulldozer wil weten, of een hijskraan of een tunnelboor, moet gewoon gaan rekenen. Je neemt de bouwkosten, de exploitatiemogelijkheden, de toestand van het onderhoud, de behoefte in de markt aan de machine, het verbruik, de certificaten. En daar rolt dan, heel feitelijk, een bedrag uit.

Het wordt minder feitelijk als mensen het niet met de uitkomst van zo’n taxatie eens zijn, merkte Noorman (62) tijdens zijn werk als taxateur. „Dan kreeg ik soms een cadeau aangeboden, of ‘gezelschap’ in m’n hotelkamer om de berekeningen een beetje aan te passen.” Soms wilde de verkopende partij snel een smak geld verdienen en zou de taxatie omhoog moeten. Soms kwam het bij een faillissement beter uit als een waardering lager uitviel. Of was het nog handiger om een deel van de boedel helemaal niet te laten taxeren. En omdat voor grote machines geen openbaar register bestaat, zoals het kadaster voor schepen en huizen, zijn rare prijssprongen nauwelijks te detecteren.

Hij deed er niet aan mee, vertelt Noorman in de lobby van het Hilton Hotel in Amsterdam. En die onduidelijkheid over de prijs zinde hem ook niet. Voordat hij taxateur was, verdiende hij eens in één keer 140.000 gulden met de verkoop van een kraan aan een Portugese klant. „Dat ging te makkelijk. Toen ben ik gaan denken. Zulke grote winsten zijn toch niet reëel?” En wat hem ook niet zinde was dat banken eigenlijk geen idee hebben van de vervuiling en de klimaatbelasting door de machines die ze financieren. Hoe moeten ze dan serieus verduurzamen? Daarom begon hij met het project dat de laatste tijd ineens vaart heeft gekregen: zijn World Treasury Center.

Het ‘WTC’ is een enorme database met schepen, vliegtuigen en grote machines. Dit register, waarmee Noorman zo’n dertig jaar geleden begonnen is, wordt inmiddels door vijf medewerkers aangestuurd en door tien programmeurs beheerd in Vreeland. Klanten zijn naast grote banken ook bedrijven als Mammoet, Neptune Shipyards en Delta Dredging.

Sleepboot uit Rusland

Het werkt zo: de eigenaar van bijvoorbeeld een tunnelboor heeft zelf alle relevante gegevens en documenten in de database ingevoerd. Welke verf is gebruikt en welk materiaal, welke certificaten zijn afgegeven, wat de boor verbruikt en uitstoot, hoe en waar-ie is gebouwd. En ook de aanschafprijs, de tweede- en derdehandsprijs en alle taxaties die er zijn. WTC laat dit controleren door één van de honderden taxateurs die het bedrijf kan bellen.

Als de eigenaar de boor wil verhuren of verkopen, kan de koper met een druk op de knop een complete analyse opvragen. En als een bank de overname wil financieren, dan kan die de actuele waarde opvragen, plus het historische en toekomstige verloop van die waarde.

Noorman: „Laatst wilde een Schotse koper een sleper uit Rusland kopen. De financier wilde dat er een taxateur heenging. Maar ik haalde alle informatie zo uit de database.” Nog een voordeel: een bank weet eindelijk eens precies wat die financiert aan machinerie. Is het schoon of vies, zuinig of verspillend? Past het in het duurzaamheidsbeleid?

Lees ook dit verhaal: Hoe de bouwplaats schoner kan worden

In het World Treasury Center zitten al 70.000 objecten, ter waarde van een paar miljard euro, vertelt Noorman. Daar worden dezer dagen in één klap 120.000 sleepboten aan toegevoegd. Een basisabonnement, zonder assistentie, kost een bedrijf 1.500 euro per jaar. Noorman merkt dat meer bedrijven hun machines laten registeren, nu de eisen aan uitstoot en materialen strenger worden. Zij, maar ook potentiële kopers, willen precies weten wat ze in huis hebben. Bedrijven waarderen volgens Noorman ook het overzicht in de wirwar aan certificaten en technische gegevens dat de database biedt. Bovendien vragen banken en leasemaatschappijen steeds vaker om zo’n registratie, zegt hij. „Die willen accurater de waarde van het onderpand kunnen bepalen en de impact op het milieu.”

Schaarse hijskraan

Willem Huiskamp zat tot een paar jaar geleden bij de leasemaatschappij van BNP Paribas, voorheen Fortis. Hij werkte vaak met WTC, vertelt hij aan de telefoon. „Ik liet daar grote machines en groot hijsmateriaal registreren. De actuele waarde kan erg afwijken van de aanschafprijs. Als een bepaald type kraan ineens heel schaars is geworden, dan is-ie veel meer waard.” Ook handig: dat hij meteen bij alle certificaten kon. „Een kraan uit China kan wel de helft goedkoper zijn, maar als hij een CE-certificering mist, mag hij hier niet gebruikt worden.”

Peter Loef van leasemaatschappij Beequip registreert zijn schepen bij WTC. Voor goedkoper materiaal, zoals hoogwerkers en vrachtwagens, vindt hij een registratie te omslachtig. „Die markt is zo courant.” Een registratie is handig bij transacties, vindt Loef. „Als we een schip moeten verkopen, hebben we alles bij elkaar.” En banken willen het, zegt hij ook. „Die willen vaker periodiek taxeren, om de onderliggende waarde van bedrijf te bepalen.”

In Noormans ideale wereld zijn bij de verkoop van een groot apparaat of schip geen taxaties van koper en verkoper meer nodig, maar is er maar één: die uit het WTC, met feitelijke informatie. Tegen betaling wil hij ook graag optreden als bemiddelaar bij verkoop. Schuurt dat niet met zijn positie als baas van de database? Hij weet immers als geen ander wat de spullen van de concurrent waard zijn.

Nee, vindt hij zelf. De database maakt de waardebepaling van spullen juist veel transparanter. Daar houdt hij van. Net zoals de database inzichtelijk maakt welke giftige materialen zijn gebruikt, waar de machines zijn gemaakt en hoe vies of schoon of zuinig ze zijn. „Dat moeten we gewoon weten, als we het duurzamer willen doen.”