Brieven

Brieven

Foto AFP

Na ieder rapport dat de vele, vaak negatieve, gevolgen van een militaire interventie opsomt, komen de ‘achteraf-critici’ die de hele interventie, om met de woorden van NRC-columnist Tom-Jan Meeus te spreken een „kansloze missie” en een „gegarandeerde mislukking” noemen (Terrorisme bestrijden: goed voor de handel” 12/12). Wat ik mis in deze analyses achteraf is het noemen van een alternatief: hoe had het dan gemoeten? Om het voorbeeld Afghanistan, waar het hoofdkwartier van Al-Qaida zetelde, erbij te halen: hoe had dan deze terroristische organisatie na 2001 bestreden moeten worden? Tegen het ‘what if’- spelletje zijn vele bezwaren in te brengen, toch kan het voor een goede evaluatie van cruciaal belang zijn diverse alternatieven van een militaire interventie door te denken met ‘wat als’. Naar mijn mening zou zonder ingrijpen niet in Irak met IS, maar in Afghanistan het eerste moderne jihadistische kalifaat gesticht zijn, met alle terroristische gevolgen van dien. Nu heeft men door ingrijpen (net zoals bijvoorbeeld ook in Mali) tenminste grotendeels het ontstaan van een blijvende jihadistische staat in een staat voorkomen. Maar ook dit is alleen maar giswerk van mij. Graag van deskundigen beter gefundeerde ‘what if’s’.

Prima dus, dat er achteraf kritisch naar het wel of niet militair ingrijpen wordt gekeken, daar krijgen we hopelijk alleen maar betere inzichten door voor hoe te handelen bij toekomstige terreurdaden. Maar kom niet alleen met louter negatieve kritiek, zonder alternatieven te bespreken.