De lange weg van de Nederlandse handbalvrouwen naar het wereldgoud

WK handbal De handbalsters versloegen in een bloedstollende WK-finale Spanje. Met een gelouterde selectie werd Nederland voor het eerst wereldkampioen. Het is het succes van de Handbalacademie.

De Nederlandse handbalvrouwen vieren de wereldtitel in Japan.
De Nederlandse handbalvrouwen vieren de wereldtitel in Japan. Foto Hiroshi Yamamura/EPA

Competitiewedstrijden waren zondagmiddag verplaatst. Alle 50.000 handballers in Nederland moesten de finale van het wereldkampioenschap in Japan kunnen kijken. De vraag is of iedereen tot het eind van de wedstrijd voor de televisie durfde te blijven zitten. Want het duel van de Nederlandse handbalsters met Spanje in de Park Dome in Kumamoto werd een thriller zoals zelden gezien.

Een voorsprong van vijf doelpunten bleek in de tweede helft niet voldoende. En twintig seconden voor tijd, bij een stand van 29-29, mochten de Spaansen beginnen aan wat zeer waarschijnlijk de beslissende aanval zou worden. Een redding van keepster Tess Wester, een rode kaart voor Ainhoa Hernandez en een rake strafworp van Lois Abbingh later was Nederland wereldkampioen én gekwalificeerd voor de Olympische Spelen van Tokio 2020.

De slotfase van de wedstrijd paste perfect in het beeld van dit WK. Een toernooi waar Nederland net zo wisselvallig presteerde als het scoreverloop in de finale – de handbalsters kwamen snel met vier goals achter maar gingen met een 16-13 voorsprong de rust in. De eerste groepswedstrijd van het WK werd onverwacht verloren van Slovenië, maar overwinningen op Servië en Noorwegen brachten de ploeg van bondscoach Emmanuel Mayonnade naar de hoofdronde. Daarin werd verloren van Duitsland en Denemarken, maar de andere uitslagen vielen zo gunstig uit dat een overwinning op Zuid-Korea voldoende was voor een plaats in de halve finale. Olympisch kampioen Rusland werd met 33-32 verslagen in een wedstrijd die bijna net zo spectaculair was als de finale.

De Handbalacademie

Het verhaal van deze wereldtitel begint op 16 augustus 2006. Op die dag gaat op Papendal de Handbalacademie van start. Nederland, dat een jaar eerder vijfde is geworden op het WK, wil een vaste plek in de wereldtop veroveren. Maar eigenlijk begint het verhaal van deze wereldtitel midden jaren negentig, bij de ‘Meiden met een missie’ . Toenmalig bondscoach Bert Bouwer krijgt de internationals zo ver om zich uit de competitie terug te trekken en zich fulltime te richten op het Nederlands team. Het leidt niet tot succes, maar Bouwer wijst het Nederlandse handbal wel de enige weg naar de top: hard trainen en volledige toewijding.

Lees ook de column van Wilfried de Jong over de handbalvrouwen

Daar is een handbalopleiding voor nodig, want van de zwakke nationale competitie moeten de handbalsters het dan ook al niet hebben. Negen jaar na het begin van de academie haalt Nederland voor het eerst de finale van het WK, onder leiding van bondscoach Henk Groener. Sindsdien is op elk groot toernooi een medaille gewonnen, met uitzondering van de Spelen van Rio in 2016, waar Nederland bij zijn olympisch debuut als vierde eindigde.

Uren maken

„De handbalacademie is een formule die iedereen inmiddels kent”, zegt Monique Tijsterman, technisch directeur ad interim bij de handbalbond en vanaf het eerste uur betrokken bij de academie. „Je moet uren maken om succes te beleven en dat heeft deze groep gedaan.”

Maar liefst zestien van de achttien speelsters in de WK-selectie trainden in hun jeugd op Papendal. Zij zetten alles opzij om te slagen. „Ze hebben er veel voor teruggekregen”, zegt Tijsterman. „Maar een aantal speelsters hebben mij ook toevertrouwd dat ze er ook vrienden door zijn kwijtgeraakt. Niet iedereen begrijpt wat je doet.”

In het buitenland kijken ze „met jaloezie” naar de Nederlandse opleiding, waarvan andere landen ook profiteren. Alle internationals spelen over de grens en de Nederlande speelsters maken die competities ook sterker, zegt Tijsterman. De Handbalacademie kent volgens haar geen geheimen. „We hebben goede trainers, goede faciliteiten en goede begeleiding, ook voor het onderwijs. Dat vinden we heel belangrijk. Maar het is vooral hard werken. Soms is het voor die jonge meiden ook vervelend om elke dag met handbal bezig te zijn.”

Nederland kan nog jaren profiteren van de vruchten van de academie, denkt Tijsterman. „Op dit WK speelden we met een verjongd team. Helle Thomsen [de vorige bondscoach] hield vast aan de gevestigde orde, ‘Manu’ heeft nieuwe speelsters een kans gegeven.”

De Nederlandse keepster Tess Wester viert de wereldtitel in Kumamoto. Foto Ronald Hoogendoorn/ANP

Manu is Emmanuel Mayonnade, de Fransman die in februari van dit jaar werd aangesteld als bondscoach nadat de Deense Thomsen was opgestapt uit onvrede met het beleid van de inmiddels vertrokken technisch directeur Paul van Gestel. De 36-jarige Mayonnade werd geconfronteerd met het (tijdelijke) afscheid van Nycke Groot, door velen gezien als de beste handbalster ter wereld. Zij was, na Yvette Broch en Maura Visser, de derde routinier in korte tijd die afzwaaide als international.

Ervaren selectie

Bij zijn aantreden gaf Mayonnade aan het gemis van Groot op te vangen „met het team”. Het is precies wat Tijsterman dit WK zag gebeuren. „Hij heeft gebruik gemaakt van de kennis in de groep en heeft de meiden echt in hun kracht gezet.” Yvette Broch was als analist bij Ziggo Sport ook complimenteus voor Mayonnade: „Hij durft zich kwetsbaar op te stellen. Hij heeft het team meer vrijheid en creativiteit gegeven.”

Verjongd of niet, Mayonnade beschikte in Japan over een ervaren selectie. Tien van de achttien speelsters waren er vier jaar geleden ook al bij toen Noorwegen in de WK-finale veel te sterk bleek. Verschil met nu: destijds vierden de handbalsters het WK-zilver en was het een bevestiging van hun opmars naar de wereldtop. „We gingen ook niet zonder verwachtingen naar het WK. Maar na de nederlaag tegen Slovenië heb ik wel even gedacht dat het helemaal mis zou gaan”, zegt Tijsterman. Ze schaart het feit dat Nederland ondanks drie nederlagen in Japan uiteindelijk toch wereldkampioen is geworden onder de noemer „bizar toernooi”.

Gewild in het buitenland

Nu Nederland de wereldtitel heeft veroverd, zullen de handbalsters nog gewilder worden in het buitenland. De kans dat er de komende jaren een betere competitie in eigen land komt, acht Tijsterman echter niet groot. „Wat dat betreft zijn we de dupe van ons eigen succes. We proberen wel om de meiden wat langer in Nederland te houden, maar uiteindelijk moeten ze toch naar het buitenland om een boterham te kunnen verdienen. Voorlopig kunnen we nog niet zonder academie.”

Maar het is niet alleen geld dat een sterke handbalcompetitie in de weg zit, ook de faciliteiten zijn in Nederland nog niet op het gewenste niveau. „In Denemarken hebben ze in elk dorp één of twee sporthallen beschikbaar. Wij moeten concurreren met basketbal, korfbal, volleybal. Veel clubs hebben lang niet altijd de beschikking over een hal wanneer ze dat willen.”

Daar zal op korte termijn ook de wereldtitel geen verandering in kunnen brengen.

Correctie (17 december 2019): In een eerdere versie van dit artikel stond dat de nationaliteit van Helle Thomsen Noors is. Dat moet Deens zijn, en is aangepast.

De Nederlandse handbalsters vieren hun overwinning op het WK in Japan. Foto RONALD HOOGENDOORN/ANP