Recensie

Recensie Muziek

Oren en ogen moeten samen aan het werk bij dansopera ‘Rusalka’

Dansopera Kun je een opera ook dansen, vroeg de Noorse choreograaf Alan Lucien Øyen zich af. Bij de Vlaamse Opera bewijst hij met Antonin Dvoráks ‘Rusalka’: ja, dat kan.

Antonin Dvorák vermengde voor het sprookje Rusalka twee op elkaar lijkende mythen: Ondine en de kleine zeemeermin. Beiden zijn waterwezens die zo verliefd worden op een mensenprins dat ze hun waterbestaan voor hem opgeven. Helaas raken prinsen blijkbaar snel uitgekeken op waterwezens. Dvorák vernoemde zijn waternimf naar een derde, Slavische: een Rusalka, een opzettelijk verdronken buitenechtelijk kind dat voortleeft als dwaallichtje.

Bij de Vlaamse Opera is er niet één Rusalka, er zijn er twee. Pumeza Matshikiza zingt haar woorden, Nicola Wills danst haar ziel, steeds aan elkaars zijde. Zo zijn er ook twee watergeesten, twee prinsen en een dubbel aantal waternimfen. De opening, waar de waternimfenzusjes de watergeest plagen, wordt op die manier een beweeglijk geheel. Door de groene kostuums en de cirkelende choreografie kijk je recht in een onderwaterwereld vol wiegende waterplanten. Veelzeggend: twee personen hebben geen dansend evenbeeld. Heks Jezibaba en de verleidster.

Dansopera’s zijn niet nieuw. Lodewijk XIV was al dol op balletopera’s: spektakelstukken met uitgebreide dansintermezzo’s. Maar nu wordt er gedanst tijdens de zang, en die zang is geen uitgebreide herhaling van enkele zinnen. Het is al lastig om je blik van de dans af te scheuren, maar bijna ondoenlijk om ook de boventiteling nog te blijven volgen. Het beweeglijke begin maakt gelukkig plaats voor kleinere 2 op 2 scènes, waarin duetten gelijktijdig gezongen en gedanst worden. Ook kruislings. Oren en ogen moeten samen aan het werk in mooi samenspel tussen de zanger van personage A en de danser van personage B, en vice versa.

Vooral het duo Rusalka weet de hele voorstelling indringende scènes neer te zetten. Het bekende Lied aan de Maan klinkt zo mooi als je hoopt, en waar Rusalka niet kan zingen omdat ze haar stem verliest aan Jezibaba, danst Wills haar gevoelens overtuigend.

De overige rollen blijven wat eendimensionaal, met als zwakste schakel prins Kyungho Kim, wiens zang en spel al even persoonlijk is als de naamloosheid van zijn personage. Gelukkig voor hem heeft zijn dansend evenbeeld Morgan Lugo prinselijke charmes voor twee.

Dirigente Giedrė Šlekytė verdient juist alle lof. Zij heeft begrepen dat onder de vloeibare dans een beweeglijk spelend orkest te veel van het goede zou zijn. In plaats daarvan maakt ze van de muziek de rots in de branding. Dat de hoorns er wel erg vaak naast zaten, zullen we houden op zenuwen, want voor het overige inspireert Šlekytė tot geweldig gedefinieerd spel dat waar mogelijk uitgroeit tot symfonische proporties.

Rusalka en de prins worden per voorstelling afgewisseld. Pumeza Matshikiza en Tineke Van Ingelgem zingen Rusalka, Shelby Williams en Nicola Wills dansen Rusalka. Mykhailo Malafii en Kyungho Kim zingen de Prins, Morgan Lugo en Robbie Moore dansen de prins.