Necrologie

Een leven lang probeerde Panamarenko te vliegen

Panamarenko (1940-2019) De Belgische kunstenaar Panamarenko bouwde vliegtuigen, zeppelins en duikboten die nooit de lucht of de zee in gingen. Zaterdag is hij plots overleden.

Panamarenko in het Museum voor Schone Kunsten in Brussel, in 2006
Panamarenko in het Museum voor Schone Kunsten in Brussel, in 2006 Foto Mark Renders/Getty Images

Zijn vliegmachines kunnen niet vliegen, zijn duikboten zouden subiet zinken, met de door hem ontworpen klapperwieken op je rug stort je onmiddellijk neer. De vaak reusachtige werken van de Belgische beeldend kunstenaar Panamarenko zijn samengesteld uit karton, schroot uit de Antwerpse haven, plakband, blik, varkensblazen en plastic. En tóch – wie het werk van Panamarenko in het echt ziet, zijn wonderbaarlijke, stoffige, bekraste en gehavende machines ziet liggen op het droge of aan kabels hangen in de lucht, denkt altijd, al is het maar even: misschien kan het allemaal wél. En dan zie je de schoonheid van wat de kunstenaar beoogde, probeerde, niet uitvond. Het was een altijd maar zoeken, in de vaste wetenschap dat het doel nooit bereikt zou worden.

Panamarenko – een van België’s beroemdste kunstenaars - is afgelopen zaterdag plotsklaps overleden. Hij werd 79 jaar oud. Panamarenko werd als Henri van Herwegen geboren in 1940 in Antwerpen. Hij groeide op in het huis waar zijn moeder een schoenenwinkel dreef. Het geluid van de overvliegende bommenwerpers en V1’s in de Tweede Wereldoorlog zullen ongetwijfeld een rol hebben gespeeld met Panamarenko’s levenslange fascinatie voor vliegen, die hij met het renaissance-genie Leonardo da Vinci deelde. Tussen 1955 en 1960 bezocht hij de kunstacademie in Antwerpen, maar zat ook vaak met zijn neus in natuurwetenschappelijke boeken. Na de kunstacademie raakte hij korte tijd in de ban van de pop art, maar ging al snel zijn eigen weg.

Vliegkunstwerk van Panamarenko in museum Het Valkhof in Nijmegen

Foto ANP/Marco de Swart

In 1967 maakte hij zijn eerste, nog kleine Flugzeug. In hetzelfde jaar ontstond ook zijn Prova Car, een stilstaand vehikel van vijftig kilo blik, dat eruit ziet als een kruising tussen een Marswagentje en een bulldozer. Met de magnetische schoenen die hij ontwierp, betrad hij het plafond van de Antwerpse schouwburg. Maar vanaf de jaren zeventig werden zijn machines gigantisch, met soms een vleugelbreedte van twintig meter en een gewicht van vier ton.

Zijn internationale doorbraak vond plaats in 1969, toen hij deelnam aan de beroemde tentoonstelling Op Losse Schroeven in het Amsterdamse Stedelijk Museum. In 1971 nodigde Wim Beeren hem uit voor Sonsbeek buiten de Perken in Arnhem. Een jaar daarna was zijn werk te zien op de Documenta 5 in Kassel. In Arnhem en Kassel toonde Panamarenko zijn allerberoemdste werk: de Aeromodeller – een zeppelin van dertig meter lang die met geen mogelijkheid de lucht inging. Integendeel: het uit varkensblaas opgebouwde luchtschip moest voortdurend worden opgepompt, anders zakte het in.

Onderzeeboot van Panamarenko op de Biënnale van Sydney in 2002

Foto EPA/Torsten Blackwood

De Aeromodeller was de laatste keer dat Panamarenko serieus ambieerde een machine te maken die kon vliegen. Al zijn werken daarna waren ostentatieve mislukkingen, maar van een grote, kwetsbare schoonheid. Panamarenko vroeg zich niet af: wat is een duikboot, wat is een vliegtuig, wat is een zeppelin? In plaats daarvan liet hij zien dat het ging om de vraag: wat is de poëzie van een zeppelin, van een vliegmachine, van een duikboot?

De werking kon falen, maar de poëzie bleef altijd overeind. En wie om Panamarenko’s mislukkingen lachte, onderschatte hoe serieus de kunstenaar te werk ging: met voorstudies, wetenschappelijke berekeningen en ook met bloed, zweet en tranen. Het werk aan de Aeromodeller bijvoorbeeld beschreef de kunstenaar als ‘een gevecht met een monster’. Dat gevecht was noodzakelijk, want alleen dan, zo zei hij, ‘kom je in contact met de waarheid.’

In 2005 kondigde Panamarenko aan helemaal te stoppen met kunst. Op een kleinigheid na heeft hij woord gehouden. Zijn vroegere atelier en woonhuis, waar hij na de dood van zijn moeder in zijn eentje verbleef te midden van honden, ratten, vrij vliegende vogels en vissen, gaf hij in 2009 aan het M HKA in beheer. Sindsdien is het open voor publiek. Zelf verhuisde hij met zijn jonge vrouw naar de Ardennen.

Ondertussen is de voorbereiding voor een groot overzicht bij galerie Campo & Campo in Berchem, dat in januari 2020 naar aanleiding van zijn tachtigste verjaardag zou worden gehouden, in volle gang. Het M HKA in Antwerpen volgt in mei volgend jaar met een expositie. ‘Alle schoonheid’, die volgens Panamarenko, tijdens het maken gewoon ‘uit de lucht kwam vallen’ zal aanwezig zijn. Alleen de Antwerpse kunstenaar, ballonvaarder, dromer en gekke wetenschapper zelf zal er niet zijn.