Opinie

De schreeuw van Tess Wester verdient een prijs

Wilfried de Jong

Snoeihard kreeg ze de bal in haar gezicht. Keepster Tess Wester greep naar haar hoofd en liet zich voorover vallen op het azuur van de speelvloer. Het was de eerste keer dat het stil werd op de tribunes tijdens de finale van het WK handbal in Kumamoto.

Bij harde worpen kan een bal een snelheid van 100 kilometer per uur krijgen. Daar is geen kruid tegen gewassen. Het lichaam van Wester was op dat moment – we schrijven de veertigste minuut van de finale om het wereldkampioenschap – niet meer dan kanonnenvlees.

Na de aanslag was ze nog bij kennis. Ik maakte het op uit de beweging van haar voeten; Wester lag plat op haar buik maar de punten van de schoenen stonden haaks op de vloer en ze bewogen lichtjes heen en weer.

Een paar keer wreef Wester over haar gezicht en ging weer door. Tranen zijn bedoeld voor overwinningen, niet voor pijn.

Vlak voor het einde verrichtte ze de belangrijkste redding van de wedstrijd. Bij een uitbraak van de Spaanse vrouwen stormde scherpschutter Cabral op haar af om de bal in het net te rammen. Daar verscheen Wester: hangend in de lucht, armen en benen gespreid.

Cabral zag het doel niet meer. Voor haar hing de felste keeper van het WK-toernooi in de lucht. Om moedeloos van te worden. Spiderwoman in een slobberbroek. En dan die opengesperde mond en vooral de wenkbrauwen die als zwarte golfjes steeds een andere vorm aannemen.

Cabral miste, of liever gezegd: Wester hield de bal tegen. Zoals ze met name in de tweede helft van de finale onwaarschijnlijk veel ballen stopte met handen en voeten.

Haar ritueel na een redding is bekend en toch krijg ik er maar geen genoeg van: het bloed wordt uit de vuisten geknepen, haar gezicht smeekt om een tien voor expressie en na een geslaagde missie klinkt de krijsschreeuw.

Westers klanken koppelen aan een anti-inbraakinstallatie doet een hoop ellende voorkomen.

Na de finale vond ik het verder de hele dag zo stil. Nergens sloeg de decibelmeter nog een keer zo uit als bij de oerklanken uit het middenrif van de energieke Wester. Als je het haar echt moeilijk wilt maken moet je haar in een stiltecoupé laten reizen.

Westers schreeuwen is bevrijdend voor haarzelf, angstaanjagend voor de tegenstander en bezorgt het Nederlands team een oppepper.

Na de absurde ontknoping in de laatste minuut holde Wester uit de doelmond, zocht medespeelster Dulfer en schreeuwde haar van dichtbij doof. Iedereen begon te schreeuwen. De euforie sloeg zelfs over op Japanse handbalfans die op de tribune hun mondkapjes bol krijsten.

Vlak voor de huldiging hoorde ik woorden uit Westers mond: „We zijn fuckin’ wereldkampioen.” Even later zong ze het Wilhelmus in de juiste toonaard mee. Maar daarna was het er weer, zo’n emotionele uithaal, door haarzelf bestempeld als ‘juichen’.

Het krijsen van Tess Wester verdient een aparte vermelding in het schreeuwregister van de sportgeschiedenis.

Wilfried de Jong is schrijver en programmamaker.