Senatoren van GroenLinks en FVD die hun bijbanen goedpraten of verbergen

Deze week: omstreden nevenfuncties van de senatoren Rosenmöller (GroenLinks) en Beukering (FVD).

Ofwel: de dubbelzinnige omgang met de nieuwe gedragscode voor Eerste Kamerleden.

Deze week mailde ik senator Toine Beukering (FVD). Ik vroeg of ik hem kon spreken „over de gedragscode voor senatoren”. Hij antwoorde dat hij „helaas verhinderd” was.

Tweemaal hierna mailde ik hem enkele vragen over zijn advieswerk met het verzoek deze dan schriftelijk te beantwoorden.

Hij heeft nooit gereageerd.

Het gebeurde dit jaar terloops. In mei stemde de Eerste Kamer in met een nieuwe en strenge gedragscode voor senatoren. Een maand later, in juni, trad de nieuwe senaat aan, met relatief grote fracties van FVD en GroenLinks, winnaars van de Statenverkiezingen.

Vooral publicaties van Follow the Money en Quote hadden de komst van de gedragscode versneld. Achteraf schat ik in dat de Quote-artikelen over toenmalig VVD-senator Anne-Wil Duthler de meeste invloed hadden.

Duthler adviseerde een ministerie over een wet die ze als senator goedkeurde. Er waren toen geen regels die dit verboden.

En de nieuwe gedragscode keurt dit dus af: „Een [Kamer]lid onthoudt zich ook van handelingen en activiteiten die de schijn van belangenverstrengeling oproepen.”

Nieuwe mores die, op papier, een einde aan een stokoude praktijk maken: volgens de code kan de voorman van Bouwend Nederland zich als senator nooit meer bemoeien met het bouwbeleid.

Alleen: het Eerste Kamerlidmaatschap blijft deeltijdwerk – één dag per week – dus je kunt senatoren niet verwijten dat ze er werk bij doen.

Neem de nieuwe senator Paul Rosenmöller. Hij is fractievoorzitter van GroenLinks maar leidt ook de VO-raad voor het voortgezet onderwijs. In die functie lobbyt hij voor meer onderwijsgeld, terwijl hij als senator de onderwijsbegroting beoordeelt.

Ik vroeg Rosenmöller hoe dit zich verhoudt tot de gedragscode. Hij zei dat geen senator hem „hier ooit op heeft aangesproken”.

Ook blijft hij buiten onderwijsdiscussies om belangenvermenging te voorkomen. „Ik voer niet het woord over onderwijs, ik bemoei me niet met het voortgezet onderwijs, en volg het stemgedrag van de fractie.”

Maar waarom ondertekende hij dan 29 oktober, bij de algemene beschouwingen in de senaat, een PvdA-motie voor meer onderwijsgeld? Dit leek me duidelijk in strijd met de gedragscode. Maar dat kwam, zei hij, omdat het een fractievoorzittersdebat was. „Niet tekenen was gekunsteld geweest.”

Ik belde erover met Paul Bovend’Eert, vooraanstaand hoogleraar staatsrecht uit Nijmegen. Eerder werd hij bijvoorbeeld door de Tweede Kamer gevraagd de kabinetsformatie te evalueren. Op de website De Nederlandse Grondwet behandelde hij de gedragscode, en zijn oordeel over Rosenmöller is niet mild.

Die code leert, zei hij, „dat je niet én een specifiek lobbybelang kunt behartigen én onafhankelijk over uitgaven op dat specifieke gebied kunt oordelen”. Dus is „de lobbyfunctie van Rosenmöller niet te verenigen […] met het Eerste Kamerlidmaatschap”.

Er leek me weinig tegen in te brengen. Alleen: in de senaat heeft inderdaad niemand het erover. De senaat heeft wel een volwassen gedragscode, maar blijkbaar geen manier om er volwassen mee om te gaan.

Wel vervult Rosenmöller zijn functies openlijk, en praat hij met media. Dit geldt dus niet voor alle Eerste Kamerleden – zoals genoemde FVD’er Toine Beukering.

Beukering pensioneerde in 2016 als brigadegeneraal bij de landmacht, en richtte daarna bij de Kamer van Koophandel Beukering Leadership Consultancy op.

Hij meldde de senaat bij zijn aantreden in juni dat hij „vanaf 14 april advieswerk ten bate van stimulering werkgelegenheid” voor Royal IHC deed. Zo kwam het ook op de website van de Eerste Kamer, onder ‘functies naast het Kamerlidmaatschap’. Het was betaald advieswerk.

Royal IHC doet ertoe in Den Haag. Het bedrijf dingt in een combinatie met het Franse Naval mee naar een miljardenorder van Defensie voor nieuwe onderzeeërs. Daarvoor trok IHC ook Nick Kouwenhoven aan, een oud-woordvoerder van Mark Rutte. Vrijdag bleek dat IHC met andere bedrijven is doorgedrongen tot de laatste ronde.

Uit de uitleg donderdag van Louwrens op de Beek, IHC’s defensiedirecteur, bleek me dat Beukering zijn advieswerk voor IHC bij de Kamer niet echt transparant had omschreven.

„IHC wil op het gebied van Defensie een grotere rol spelen – niet alleen in het dossier van onderzeeërs”, zei Op de Beek. „Beukering heeft daar zijn contacten. Hij heeft advies uitgebracht hoe wij IHC moeten positioneren binnen Defensie.” Het advieswerk van de FVD’er had „anderhalf à twee maanden” geduurd.

Vaststaat dat Beukering na zijn IHC-advisering als Kamerlid interesse in de kabinetsbeslissing over de onderzeeërs hield. Op 8 oktober maakte de Eerste Kamercommissie voor onder meer Defensie kennis met de bewindslieden van Defensie. Diverse aanwezigen bevestigden me dat Beukering bij die gelegenheid informeerde naar de zaak van de onderzeeërs.

Maar het vreemde was: op dat moment kon geen senator nog vaststellen dat dezelfde Beukering korte tijd eerder commercieel werk deed voor IHC.

Wat was het geval? Niet alleen had Beukering bij de senaat opgegeven dat zijn advieswerk voor IHC was beëindigd – zodat zijn relatie met IHC van de website van de Eerste Kamer was verwijderd. Hij had er óók voor gezorgd dat zijn betrokkenheid bij IHC niet meer op de site werd gemeld onder ‘afgesloten’ functies – zodat je nergens op de site van de senaat zijn recente commerciële relatie met IHC kon terugvinden.

Terwijl andere senatoren afgesloten functies vermelden die soms teruggaan tot 1996, vermeldt Beukering, althans tot vrijdagavond 20.00 uur, op de senaatssite geen enkele ‘afgesloten’ functie.

Het blijkt dat senatoren dit zelf mogen bepalen. Desgevraagd legde de woordvoerder van de Eerste Kamer me uit dat afgesloten functies pas van de website van de Kamer verdwijnen „als een individueel Kamerlid dit als wens te kennen geeft”.

Het was dus Beukerings eigen keuze om zijn recente commerciële werk voor IHC volledig van de website van de senaat te verbannen – waarna het ook uit andere databanken verdween.

Samengevat: een FVD-senator had nog dit jaar een commerciële relatie met een bedrijf dat meedingt naar een miljardenorder van Defensie. Hij zei dat het advies over werkgelegenheid ging maar het bleek te gaan over Defensie. Na afronding zorgde hij ervoor dat zijn adviseurschap volledig van de website van de Eerste Kamer verdween.

En het ongemakkelijke is: het zou zomaar kunnen dat Beukering de gedragscode van de senaat niet heeft overtreden. Want in die code blijkt niets te staan over eerdere functies van senatoren, hoe recent ook. Terwijl je in dit geval, indachtig de code, gemakkelijk de schijn van belangenverstrengeling kunt onderbouwen.

Overigens zag ik dat ook FVD zelf een integriteitscode heeft, die „maximale transparantie” over „beloningen” en „posities” belooft. Dan denk je wel: benieuwd waar ze in dit geval bij FVD de maximale transparantie weten te vinden.

Bottomline is dat de Eerste Kamer dit jaar op papier strenger werd voor zichzelf – maar dat van effectieve bestrijding van belangenvermenging amper sprake is.

Dus als komende dinsdag de Defensiebegroting in de senaat aan de orde is, zal, zoals het er nu naar uitziet, FVD-senator Beukering gewoon het woord voeren. Hij zal niet eens tegenspraak krijgen. De sprekerslijst vermeldde hem vrijdagavond als enige woordvoerder.

Met de schijn van belangenverstrengeling.