Opinie

Het blokje met de suïcide-hulplijn, nu alom aanwezig, mag geen alibi worden

De ombudsman

Alleen bij de kop moest ik even slikken. Noa wilde niet dood, ze wilde rust stond er boven het indringende relaas van de ouders van het 17-jarige meisje dat overleed nadat ze stopte met eten en drinken. Zo stond het ook op de voorpagina.

Haar dood – door buitenlandse media abusievelijk omschreven als euthanasie – werd deze zomer wereldnieuws. Deze week deden haar ouders hun verhaal in NRC (en de avond tevoren bij Pauw): over tekortschietende behandeling en afwezige expertise. Redacteur Anne-Martijn van der Kaaden schreef het integer en met een fijn pennetje op. Dat is het soort menselijk verhaal waar een krant ook voor is – en waar ook niet altijd algemene sociologische wetten of publieke lessen uit hoeven worden afgeleid.

Maar was die kop niet een tikje te heftig?

De bewering is op te maken uit het relaas over het meisje en een uitspraak van haar ouders (zonder aanhalingstekens). Maar dan nog; suggereert het niet dat ze rust vond ‘in’ de dood? De stichting 113 Zelfmoordpreventie, die media waarschuwt tegen ‘romantisering’ van suïcide en de dood als ‘oplossing’, laat me in elk geval weten géén moeite te hebben met de kop. „Wat er goed aan is, is dat je in de kop leest dat het meisje van haar problemen af wilde, dat ze hulp zocht”, zegt 113-persvoorlichter Evita Bloemheuvel. Dat is ook het publieke belang van het verhaal: de hiaten in de hulpverlening.

Onder het stuk stond zoals gebruikelijk ook het blokje ‘Praten over zelfdoding’, de verwijzing naar de hulplijn 0900-0113. De inburgering van die verwijzing in de media is een van de grootste successen van de lobbyorganisatie die al jaren ijvert voor preventie van zelfmoord.

Momenteel rondt de stichting een eigen onderzoek af naar de berichtgeving over zelfmoord in zes landelijke kranten, van 2010-2018 in 2.000 artikelen. Dat moet in januari verschijnen, maar duidelijk is al dat er „enorm veel veranderd” is, zegt de woordvoerder. Kranten en omroepen vermelden de hulplijn vrijwel standaard, al valt er ook „nog veel te verbeteren”. Jongste succes: dit weekend schrapt de NS de publieksmededeling aanrijding „met een persoon” – alleen reizigers in de vertraagde trein krijgen dit nog te horen, maar het wordt niet meer omgeroepen in andere treinen op stations.

Aanleiding voor bezinning was bij NRC in 2010 de veel te prominente berichtgeving over de zelfmoord van tv-ster Antonie Kamerling. Die kwam de krant op een bak kritiek te staan: niet passend bij NRC, sensationeel en onverantwoordelijk gezien het bewezen risico van imitatiegedrag. Van de weeromstuit greep de redactie naar aanbevelingen van onder meer de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO): terughoudend blijven, geen details geven, zelfmoord niet romantiseren of suggereren dat het de ‘enige uitweg’ was.

Waarom dan ook nog dat blokje? Je zou zeggen dat de oplossing is: schrijf zulke verhalen dan gewoon niet meer. „Het belangrijkste blijven inhoud en presentatie”, zegt Bloemheuvel. „Schilder zelfdoding niet af als onvermijdelijk of als een ‘oplossing’. De verwijzing naar de hulplijn moet geen excuus worden om dat tóch te doen.”

Het blokje als alibi.

Maar ook bij artikelen die de toets der kritiek kunnen doorstaan, zoals dat over Noa, is het blokje „altijd” nuttig, vindt de stichting. „Zeker op dagen met groot nieuws over zelfdoding kunnen we via Google Analytics zien dat mensen via de NOS bij ons komen, of via het AD. NRC zit er ook wel tussen.” Plaatsing heeft, voeg ik toe, ook een neveneffect: het is een signaal aan nabestaanden dat de krant beseft welke impact berichtgeving over zelfdoding heeft.

Maar dogmatisch is het ook weer niet. Het blokje verschijnt niet onder artikelen over zelfmoordterroristen of schutters die als sluitstuk ook zichzelf ombrengen. Daar ligt het accent op de misdaad, niet op particulier lijden met bewezen imitatiegedrag. Hoewel, ook dat kán anderen op ideeën brengen – maar dan kun je onder alle artikelen over geweld het nummer van een hulplijn plaatsen.

Toch vroeg ik me eerder af of de krant ook met het blokje bij suïcide niet té consequent is; het verscheen ook onder kleine, emotioneel neutrale berichten en zelfs onder een scheikundig artikel over de samenstelling van dodelijke stoffen. De rubriek die ik aan dat artikel wijdde, moest iets korter, want: het blokje moest eronder.

Nu geloof ook ik soms wel dat een ombudsman mensen tot wanhoop kan drijven, maar was dat niet overdreven?

Hier zijn twee scholen in, een beperkte en een katholieke. In de eerste opvatting is het blokje nodig bij artikelen die volgens WHO-criteria tot navolging kunnen leiden – zoals nieuws over de zelfdoding van beroemdheden. In de katholieke (in de zin van universele) benadering is het wenselijk bij élk stuk waarin zelfdoding aan de orde komt. Je hoeft dan niet telkens een afweging te maken en baat het niet, dan schaadt het niet. NRC gaat uit van de tweede aanpak.

Al blijven er ook dan haken en ogen, bijvoorbeeld als de feiten nog niet vast staan – geen detail. Zo verscheen het blokje onder een bericht over een incident in een Amsterdamse brandweerkazerne waarbij een dode en een gewonde waren gevallen. De politie „hield rekening” met zelfdoding, maar de zaak was nog in onderzoek. Toch wist het blokje kennelijk al meer.

Fundamenteler: wérken mediacodes rond suïcide? Volgens journalist Marloes van Amerom, die er een uitgebreid stuk over schreef op de populair-wetenschappelijke site NEMO Kennislink (ze sprak daarvoor ook mij en een NRC-wetenschapsredacteur), is er geen keihard bewijs dat mediarichtlijnen voor berichtgeving over suïcide effect hebben. Een aantal onderzoeken suggereren een gering effect, maar zelfs die uitkomst blijkt betwijfelbaar.

Over de verwijzing naar de hulplijn is zij positiever. Waarschijnlijk kan die een ‘Papageno-effect’ helpen creëren, vernoemd naar het personage in Die Zauberflöte, dat zich door vrienden van zelfmoord laat afhouden. Dat was het geval na zelfdodingen van jongeren in Wales in 2008, waarbij Britse media – ook de tabloids – het nummer van een hulplijn plaatsten. In de VS, waar media dit in 2014 nalieten bij de zelfmoord van komiek Robin Williams, trad volgens Van Amerom een „enorm copycat-effect” op.

Wat hoe dan ook vast staat: de inhoud blijft cruciaal. Romantiseren van menselijke ellende is nooit een goed idee – met of zonder hulplijn.

Reacties: ombudsman@nrc.nl

Praten over zelfdoding kan bij de landelijke hulplijn ‘113 Zelfmoordpreventie’. Telefoon 0900-0113 of www.113.nl

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.