Brieven

Brieven 14/12/2019

Klimaatdepressie

Het is geen ziekte

In een uitzending van Nieuwsuur (5/12) werd aandacht besteed aan klimaatdepressie. Getoond werden personen die gebukt gaan onder hun emoties ten aanzien van de ecologische crisis. Echter, door de focus te leggen op ‘klimaatdepressie’ worden we van het echte probleem afgeleid: het dominante Westerse mensbeeld (rationeel, gescheiden van ‘de natuur’, heer en meester van alle levensvormen) moet herzien worden. Een heel ander mensbeeld is dat van de mens als relationeel wezen, onlosmakelijk verbonden met alle andere levensvormen en planetaire macro- en microprocessen. Wie vanuit dit perspectief naar de wereld kijkt, kan niet anders dan beseffen dat wij, met alle technologische vooruitgang, kwetsbare wezens blijven op een planeet waarvan er geen tweede is. Niet gek dat dit leidt tot intense emoties. Door iemand te labelen met ‘klimaatdepressie’ zegt de maatschappij eigenlijk: deze persoon vertoont een ongezonde reactie en heeft een individueel probleem. Er is ruimte nodig voor de emoties van mensen die zich verbonden voelen met de aarde en met toekomstige generaties (is dat niet vooral heel gezond te noemen?!). Daaronder liggen existentiële vragen die ons allemaal aangaan.

Zouden we ons niet moeten afvragen: wat betekent het om te leven in tijden van ecologische crisis en klimaatverandering? Dan worden wellicht ook andere handelingsopties ontdekt dan beheersen en rationaliseren. Het zou mij bovendien niet verbazen als een dergelijk gesprek als heilzaam wordt ervaren. We zijn immers relationele wezens, en verbinding ervaren met anderen is een belangrijk onderdeel van duurzaam en betekenisvol leven.

Verkrachtingen Leiden

Drank máákt kwetsbaar

Na tragische aanrandingen en een verkrachting in Leiden maken veel Leidse vrouwen zich zorgen over hun veiligheid. Burgemeester Lenferink zet extra politiemacht in om de gestoorde dader(s) op te sporen. Hij adviseert daarbij aan Leidse vrouwen: ga niet alleen naar huis, maar laat je thuisbrengen door een man. En bovendien: drink niet te veel. Verstandig advies, zou je denken. Met een drankje te veel op is iedereen kwetsbaarder, dat is toch logisch? Maar Tim Hofman, en andere zelfbenoemde activisten, vonden dit toch aanleiding om hieruit conclusies te trekken over een onheuse bejegening van vrouwen. „Of ze zelf even willen regelen dat ze niet verkracht worden”, schreef Hofman op Instagram. De situatie in Leiden wordt gepolariseerd. Activisten insinueren dat Lenferink het eens is met mensen die zedendelicten rechtvaardigen door erop te wijzen dat een vrouw te veel gedronken had of alleen over straat liep. Onzin. Allereerst zet de burgemeester direct meer politiemacht in, wat aangeeft dat hij de ernst van de situatie begrijpt. Daarbij is het een gegeven, dat samen – en zo nuchter mogelijk – over straat lopen veiliger is dan alleen. En al helemaal in een stad waar recent vrouwen zijn aangerand, zoals Leiden. Dus beste Tim Hofman en co, maak hier geen man-vrouw discussie van, maar richt je kritiek op situaties die daadwerkelijk over de ongelijkheden tussen geslachten gaan en niet op een burgemeester die vrouwelijke studenten probeert te behoeden voor een seksueel misdrijf. Zo zorgen we ervoor dat de – terechte – discussie over de positie van mannen en vrouwen niet wordt gekaapt door een zoektocht naar slachtofferschap.

student politicologie en student bestuurskunde democratie

Representeren kan wel

David Bogaers (Brieven, 11/12) schrijft: 150 parlementariërs kunnen nu eenmaal niet de hele bevolking representeren, vooral niet als ze overwegend wit en hoogopgeleid zijn. Dit verbaast mij: zijn die dan niet gekozen als volksvertegenwoordiger volgens de regels van een democratische rechtsstaat? En als zij toevallig nu niet overwegend wit en hoogopgeleid zouden zijn, maar van gemengde afkomst en lagere opleiding, verbetert dat dan hun status als representant van de bevolking? Deze boude bewering lijkt mij te berusten op een verkeerd begrip van de werking van de Nederlandse politiek.

column Scheffer

'T is de middelbare!

Jawel, professor Scheffer, het is wel te veel gezegd dat de afname van leesvaardigheid iets te maken heeft met de nonchalance waarmee de taal wordt bejegend in het hoger onderwijs (Het onderwijs schreeuwt om een parlementair onderzoek, 11/12). Los van een algemene nonchalance ten aanzien van het Nederlands als cultuurgoed – nonchalance die al decennia gaande is, wijdverspreid en inmiddels diep verankerd in de Nederlandse cultuur – heeft gebrek aan belangstelling voor het Nederlands niets te maken met Engelstalig onderwijs. Studenten blijven niet weg bij de studie Nederlands omdat ze een opleiding psychologie of bedrijfscommunicatie in het Engels kunnen volgen. Ze hebben geen belangstelling voor het Nederlands omdat de middelbare school hen niet goed voorbereidt op de studie en ze inhoudelijk niet hebben geleerd hoe mooi, boeiend en veelzijdig de Nederlandse taal en letterkunde is.

hoogleraar cultuur & inclusiviteit