Waarom kost de melk wat-ie kost?

Wat eten we? Boeren stonden deze vrijdag op de Dam om te praten met burgers uit de stad. Wat weet de consument eigenlijk van de prijs van zijn eten?

Olivier Middendorp

‘Het moet gewoon kleinschaliger”, zei een oudere mevrouw met keurige dictie tegen de boeren. „Maar ik bén met zeventig melkkoeien al klein”, zei Wim van den Berg (20), melkveehouder uit Nijkerk. Hij was vrijdag voor het eerst van zijn leven in Amsterdam. Precies hiervoor, om te praten met mensen uit de stad.

„Je komt gewoon niet uit de kosten met minder koeien”, zei Anton van Daatselaar (53), die kalveren opfokt voor de melkveehouderij, ook in Nijkerk. „Maar dan moet je meer geld voor de melk vragen”, zei de keurige Amsterdamse mevrouw. „Dat wil ik wel, maar dat bepaal ik niet”, zei Wim.

„Wie dan wel?” vroeg ik. En of Wim en Anton even mee wilden naar de Albert Heijn achter de Dam om eens naar de prijskaartjes te kijken. Daar stonden ze, op hun klompen in een overvolle supermarkt, Anton met een iets te kleine kerstmuts op zijn hoofd. Je kon je hier niet voorstellen dat er ineens voedselschaarste zou zijn als de boeren niet meer leveren. Via de hamburgers („Vijf keer de prijs van wat ik gisteren nog per kilo voor een koe kreeg”, zei Wim) naar het zuivelschap. Een liter magere Zaanse Hoeve was 77 cent. Een liter volle biomelk van Arla: 1,49. „En ik krijg 38 cent voor een liter gangbare melk”, zei Wim. Hij bestudeerde het etiket. „Dan halen ze het vet er ook nog uit, dat verkopen ze dan weer via de boter.”

Ze legden uit hoe het werkt, met die prijzen. „Wij bepalen de prijs niet. Onze afnemers bepalen de prijs”, zei Wim. Zijn melk gaat naar Bel Leerdammer. „Elke tiende van de maand hoor ik wat de literprijs voor de afgelopen maand is. Dan krijg ik met terugwerkende kracht betaald.” Afgelopen maand was dat 38 cent per liter. Maar het is ook weleens minder. „Twee jaar geleden moesten we erop toeleggen, toen kregen we te weinig voor de melk om uit de kosten te komen.” Hij runt het bedrijf met zijn ouders. Beide boeren werken ernaast – Wim in de bouw, Anton als vrachtwagenchauffeur.

Een paar cent toeslag

De vraag bleef: hoe wordt die prijs dan bepaald? De woordvoerder van FrieslandCampina, het grootste zuivelbedrijf van Nederland, legde het vervolgens aan de telefoon zo uit: „We kijken naar de prijsontwikkeling bij andere zuivelbedrijven in Noordwest-Europa. Op basis daarvan bepalen we elke maand de garantieprijs.” De boer kan toeslagen krijgen voor de manier waarop de melk geproduceerd is: biologisch, hoe vaak koeien in de wei staan, hoe duurzaam een bedrijf is. Dat scheelt een paar cent. De boeren zagen die toeslag alleen niet als een bonus. „Je wordt gedwongen mee te gaan,” zei Anton. „Ze noemen het een toeslag, maar het is eerder andersom: je krijgt een strafkorting als je niet meedoet”, zei Wim.

Lees ook de column van Christiaan Weijts over het boerenprotest: Hongerwinter

Uiteindelijk, daarover waren boeren en zuivelfabriek het wel eens, zijn het de markt en de consument die de prijs bepalen. Minder boeren zagen Anton en Wim in elk geval niet als een oplossing. „Dan krijg je alleen maar grotere bedrijven met meer koeien”, verwachtte Anton. „En je moet maar hopen dat je bij die overblijvers zit”, zei Wim. „ik wil een boterham kunnen verdienen met zeventig koeien. Zolang de kosten stijgen en de prijzen zo blijven, wordt dat alleen maar moeilijker.”